blog

Tussen straatverkoper en shoppingmall

Architectuur

Vier maanden leeft Myrthe Buijs nu in Ho Chi Minhstad, het voormalige Saigon en de grootste stad van Vietnam. Wat bij aankomst de grootste schok voor mij was, ben ik inmiddels het meest gaan waarderen: deze stad heeft een overweldigend straatleven. Het leven verschuilt zich hier niet achter de gevels, maar vloeit de straten in. Openbare ruimte wordt zeer intensief gebruikt, meestal zonder dat daar een ontwerper aan te pas is gekomen. Dat roept de nodige vragen op. Wat is de rol van de architect? Wat zou die rol moeten zijn?

Tussen straatverkoper en shoppingmall

Bijna dagelijks drink ik koffie op een terras in mijn straat. Omdat ze net buiten het centrum ligt, is deze straat minder toeristisch, maar nog steeds erg levendig. Drinkend van mijn Vietnamese koffie – met ijsblokjes en veel suiker – zou ik het liefst de hele dag blijven kijken naar dit tafereel.

Onderhoud overbodig

Tegenover het terras staat een vrouw in haar winkel. De gevel is helemaal open. De vloer ligt hoger dan de straat, zodat de winkel in het regenseizoen niet wekelijks overstroomt. Nu is het zonnig. De vrouw staat met haar baby in de schaduw. Een man bezorgt op zijn scooter nieuwe koopwaar.

Even verderop verkoopt iemand koffie en andere drankjes vanuit een kraam. Een man en een vrouw zitten er op kleine krukken. Bij het café ernaast spelen een paar taxichauffeurs een spelletje Chinese schaak, dat ieder moment kan worden onderbroken door een klant uit het hotel er tegenover.

Mijn straat loopt bepaald niet recht; de rooilijnen zijn hooguit ruime zones. Een stoep is er niet. Er is alleen stoffig asfalt vol gaten. De gebouwen zijn een allegaartje van beton, stucwerk en golfplaten. Onderhoud wordt hier als overbodig beschouwd. Verf bladdert van de gevels en schimmel tiert welig. Maar dat zie ik alleen als ik er op let.

Wat doen ontwerpers?

Aan veel gebouwen in mijn straat, en in de rest van de stad, lijkt geen ontwerper te pas te zijn gekomen. Vietnamezen passen hun huis zorgeloos aan, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Maar er zijn ook uitzonderingen. Een mooi voorbeeld zijn de traditionele ‘shop houses’, smalle panden met onderin een winkel en boven een huis. In deze typologie lopen binnen en buiten mooi in elkaar over.

Juist de typologie van deze shop houses wordt op dit moment in Vietnam niet op haar waarde geschat. Traditionele architectuur ruimt in rap tempo het veld, vooral in het centrum van de stad. Wat er voor in de plaats komt, staat in schril contrast met het bestaande.

Economische vooruitgang gaat in Vietnam gepaard met de wens deze zichtbaar te maken. In navolging van andere grote steden, worden ook in Ho Chi Minhstad wolkenkrabbers van staal en glas gebouwd en glanzende shopping malls met de duurste merken aangelegd. Het lijkt weinig te maken te hebben met de Vietnamese cultuur.

In de buitenwijken van Ho Chi Minhstad laten ontwikkelaars en ontwerpers hun dromen uitkomen. In de desolate wijken zijn de utopische plaatjes te herkennen waarmee de projecten zijn verkocht. In verwarring vraag ik me af waar de straatverkopers zijn gebleven, en wat staat te gebeuren met de braakliggende stukken grond tussen de nieuwe projecten.

Is dit dan wat voor architectuur door moet gaan, vraag ik me bezorgd af. Anonieme shoppingmalls en kille buitenwijken? De Vietnamezen in mijn straat lijken beter in staat de gebouwde omgeving met respect voor de cultuur vorm te geven – of op zijn minst aan te passen. Is Vietnam het bewijs dat burgers zelf beter hun woonomgeving kunnen ontwerpen dan architecten?

Middenweg

Ik waardeer de rijkdom van het Vietnamese straatleven veel meer dan de anonieme architectuur in het centrum en aan de rand van de stad. Het is echter niet eerlijk deze twee als positief en negatief tegenover elkaar te plaatsen. Ze hebben namelijk beide hun krachten en zwaktes.

Het is eerlijker en bovendien boeiend beide werelden – het leven van de ‘gewone’ Vietnamees enerzijds en de dromen van de projectontwikkelaar anderzijds – te zien als de uitersten van een breed spectrum. Uitersten die we in Nederland niet of nauwelijks meer kennen en die iets duidelijk maken dat in Nederland soms vervaagd lijkt te zijn.

Als ik naar de scheve, vervallen panden in mijn straat kijk besef ik dat de expertise van een architect nodig is. Zeker als het gaat om meer grootschalige projecten. Iemand moet de kwaliteit en de samenhang in de gaten houden. Maar als ik kijk naar de nieuwbouw, dan zie ik ook dat de architect de gebruiker soms vergeet en de culturele context negeert.

Hier in Vietnam is mij eens te meer duidelijk wat de rol van de architect is. Niet het opgeven van zijn kennis en de gebruiker aan zijn lot overlaten, ook niet het achteloos ontwerpen van verkoopbrochures, maar zijn kennis gebruiken voor het gevoelig vormgeven van levens.

Ruimte voor straatleven

Een goede Vietnamese architectuur geeft ruimte aan het straatleven dat dit land zo eigen is. Het is een architectuur die voortbouwt op een architectonische traditie, zoals die van de shop houses. Zijn er in Vietnam architecten die dat ook zo zien? Ik houd mijn oren en ogen wijd open.

Vietnamezen zijn koppige mensen en zeer gehecht aan hun gewoonten. Hoe bont de architecten het soms ook maken, in Vietnam zullen gebruikers altijd kans zien om hun leven zo vorm te geven als zij dat willen. Dat lijkt me vooralsnog een geruststellende gedachte.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels