blog

Ruimtes vangen in film

Architectuur

Het catalogiseren van architectuur zou je het levenswerk kunnen noemen van Heinz Emigholz. De Duitse avant-garde filmmaker documenteert al sinds 1972 gebouwen van Sullivan, Loos en Schindler tot de bruggen van Maillart of oude interieurs. Van zijn levenswerk Photographie und jenseits worden nu een flink aantal films vertoond op het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Tijdens de CriticsTalk afgelopen vrijdag schoof ik aan voor een interview met de 65-jarige regisseur.

Ruimtes vangen in film

“Architectuur van tegenwoordig is alleen maar gevelkunst”, moppert Heinz Emigholz tijdens de CriticsTalk na afloop van de première van zijn nieuwste film Zwei Museen in LantarenVenster. Toch zou de 65-jarige Duitse regisseur, die zijn leven wijdt aan het documenteren van architectuur en kunst, echter graag een film maken over Rotterdamse architectuur.

Al is de reden niet omdat de Rotterdamse architectuur nou zo bijzonder is: “Rotterdam heeft een niet aflatende drang tot bouwen. Dat is een al decennia lang durende reactie op het grote trauma van de stad, de verwoesting van het stadshart tijdens de Tweede Wereldoorlog. Normaal gesproken zet je een gebouw neer, gebruik je het tot het ‘op’ is en bouw je een nieuw pand. Of je hergebruikt oude panden, maar dat is hier blijkbaar geen optie. Nieuwbouw geeft de stad bestaansrecht.”

Liefdevolle blik

Emigholz is te gast in Rotterdam ter ere van het retrospectief dat het IFFR aan hem wijdt. Op het festival zijn zeventien films te zien uit de serie Photographie und jenseits, die startte in 1972 en waaraan de regisseur nog steeds werkt. Al zijn films komen voort uit hetzelfde idee: het filmen van alle kanten van een gebouw, van binnen en van buiten, op verschillende tijdstippen en vanaf verschillende kanten. Zijn camera lijkt niet te bewegen, maar de beelden zijn allesbehalve statisch: je hoort de door de wind ruisende bomen om het gebouw heen, je ziet subtiele veranderingen in binnenvallend daglicht of het dagelijks leven om het gebouw heen. De camera is de liefdevolle blik die Emigholz laat glijden over verbindingen tussen gebouwdelen, de huid van de gevel en de verschillende ruimtes in het interieur. Kort, soms maar in vijf minuten, soms in een half uur. En dat zonder commentaar.

Still uit Sense of Architecture over het werk van Weense architecten (2005-2009). 

“Ik hoef geen BBC-documentaire te maken waarin een ‘expert’ de kijker uitlegt wat ze moeten zien”, stelt Emigholz. “Mijn publiek is intelligent, een voice-over is dus niet nodig. Ik wil de kijker zijn eigen ervaring laten maken. Tegenwoordig vind je op internet alle feiten en in mijn films ervaar je de ruimtes.”

Veel beelden maken één beeld

Dat is voor Emigholz de essentie van zijn films: ruimte vangen. Fraaie architectuurboeken voor op de koffietafel genoeg, maar volgens hem niet voldoende om het werk van architecten te documenteren. “Alleen met bewegend beeld kun je echt ín een ruimte komen. In mijn geval maken veel beelden één beeld.” Ondanks dat hij in zijn films niets laat zien over de bedoelingen van architecten, geeft hij op een andere manier een inkijkje in de ‘geest van de architect’. “In het interieur van een gebouw zie je hoe de hersens van een architect werken. Elk interieur doet een uitspraak over het exterieur. Bij Adolf Loos lijkt een gebouw van buiten bijvoorbeeld een tempel van geometrie, maar binnen zie je hoe gecompliceerd de indeling is. Ik houd ervan die ingewikkelde ruimtes te vertalen naar een tweedimensionaal medium.”

Emigholz’ fascinatie voor interieurs komt duidelijk naar voren in films als Zwei Museen en D’Annunzio’s Cave. “Het interieur is een veilige grot waarin je je kan terugtrekken. Hoewel architecten gebouwen zo transparant mogelijk willen maken, wil niemand in een open ruimte wonen. Je wilt een binnenste, waar je rust vindt, jezelf niet hoeft te laten zien. Hoewel dat idee nu eigenlijk onmogelijk is geworden door de digitale technologie. Internet heeft het interieur open gemaakt.”

Mocht Emigholz op het eerste gezicht een niet-kritische liefhebber lijken, het tegendeel is waar. Een film als D’Annunzio’s Cave, die doorlopend te zien is tijdens het IFFR in het auditorium van Het Nieuwe Instituut, noemt hij ‘een haatfilm’. In het overdadige, met kunst en kitsch gevulde interieur van Villa Cargnacco dat de Italiaanse schrijver-politicus Gabriele d’Annunzio inrichtte, blijft de camera overdreven lang hangen op marmeren hondenbeelden en fruitmandlampen en maken gecomputeriseerde stemmen en atonale muziek er bijna een duivelsuitdrijving van. Dat blijft langer hangen dan een koffietafelboek ooit kan doen.

 Still uit Villa Müller in Praag uit Ornament and Crime (by Adolf Loos).

Interieurs verbeeld

In het kader van de tentoonstelling 1:1 Sets for Erwin Olaf Bekleidung zal Het Nieuwe Instituut Emigholz’ films D’Annunzio’s Cave en Ornament and Crime (by Adolf Loos) doorlopend vertonen in het auditorium. In Ornament and Crime laat Emigholz 27 bestaande gebouwen en interieurs zien van architect Adolf Loos. 

Ook zijn nog twee films te zien in Het Nieuwe Instituut om 14 uur:
The Basis of Make-Up I-III dinsdag 28 januari

The Formative Years I-III woensdag 29 januari

De kaartverkoop loopt via de ticketservice van het IFFR en een uur voor aanvang bij Het Nieuwe Instituut zelf.

Ornament and Crime en D’Annunzio’s Cave zijn iedere dag doorlopend te zien in het auditorium van Het Nieuwe Instituut.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels