blog

De beste architectuurboeken van 2013

Architectuur

Ik zou weer een lijstje maken van de beste architectuurboeken van het afgelopen jaar. Er was echter een probleem. Tussen de boeken die ik de afgelopen twaalf maanden heb gelezen zaten weinig recente publicaties. Ik besloot hulptroepen in te schakelen. Hieronder de beste publicaties volgens boekenliefhebbers Herman van Bergeijk (architectuurhistoricus), Felix Claus (architect), Hans Teerds (docent Bouwkunde TU Delft), Harm Tilman (hoofdredacteur) en mijzelf.

De beste architectuurboeken van 2013

Voorafgaand aan de lijstjes een korte algemene opmerking: het gaat slecht met het architectuurboek. Zoals Felix Claus stelt in zijn e-mail: “In Nederland is het mager gesteld met de architectuur en haar boek, maar ook wereldwijd lijkt een verzadigingspunt bereikt. Ik merk het zowel bij mijn studenten – die sowieso geen boeken meer kopen – als bij mezelf: de zoveelste publicatie over het werk van SANAA, Foster, Gehry en vul maar in is totaal irrelevant geworden. Ikzelf koop alleen nog maar boeken over dode architecten; je kunt wel aan de gang blijven.”

Herman van Bergeijk onderstreept de stelling van Felix Claus en vult aan: “Door de economische crisis is het aantal boeken dat dit jaar is gepubliceerd behoorlijk afgenomen. Door de veranderingen in het onderwijs wordt thans verwacht dat je een publicatie binnen korte tijd schrijft en dus is een boek niet meer het resultaat van een degelijk en weloverwogen onderzoek.” 

Harm Tilman is iets positiever en signaleert een eb en vloed-beweging: “In de verschijning van architectuurboeken zijn golven te ontwaren. Ooit was er een tijd dat er elk jaar een boek uitkwam waar je niet omheen kon. Wat te denken van het jaar 1966? Toen verschenen ‘De architectuur van de stad’ van Aldo Rossi en ‘Complexity and Contradiction in Architecture’ van Robert Venturi. U zult misschien denken dat dit op toeval berust. Maar dat was het niet. In dezelfde periode verschenen eindeloos veel interessante boeken en die periode hield geruime tijd aan. Maar soms zitten boeken in een dip. Op de vloed van de jaren tachtig/negentig volgde de eb van het eerste decennium van deze eeuw. Van deze dip zijn we nog niet verlost, maar de tijd dat we het moesten stellen met louter nonsense boeken ligt gelukkig achter ons.”

Voor het komende jaar ziet het er ook somber uit op het vlak van architectuurpublicaties. Is dat erg? Nee en ja. Boeken zijn geen zaligmakend medium en nieuwe tijden vragen om nieuwe media. Er zijn in Nederland genoeg blogsites waar professionals in de bouw hun meningen en kennis delen. Er valt nog genoeg te lezen voor architecten en ontwerpers. Maar dat het draagvlak verdwijnt voor het doen van grondig onderzoek of gedegen schrijfwerk is wel degelijk een ramp van formaat. Kortom: het loont de moeite om het analoge boek een hart onder de riem te steken. Verbeter de architectuur, begin met het aanschaffen van een boek!

Tijd voor de lijstjes.

Hieronder de drie favorieten van Felix Claus

– Pieter Vlaardingerbroek, De wereld aan de Amsterdamse Grachten, Uitgeverij Bas Lubberhuizen
“Ik heb in GeenStijl-termen al ‘miljoenmiljard’ boeken over Amsterdam, en had deze bij vluchtige beschouwing in de winkel of bij Amazon zeker laten liggen. Gelukkig kreeg ik ‘De wereld aan de Amsterdamse Grachten’ cadeau. Het is een compact en demystificerend boek over proces en praktijk van de totstandkoming van het werelderfgoed. Super!”

 

– Fernand Pouillon, Memoires d’un architecte, Editions du Seuil
“Tsja, onder de kerstboom slaat dan toch ook de romantiek weer toe. De herdruk in facsimile van de memoires van Fernand Pouillon ‘Memoires d’un architecte’ zijn een mijlpaal. Pouillon kon behalve ontwerpen en ontwikkelen ook schrijven. Hier in Japan (Felix Claus schreef mij vanuit zijn huis in Tokio, red.) is zijn ‘Pierres Sauvages’ verplichte lectuur voor eerstejaars. Hij zat in de bak en werd uiteindelijk door Mitterand gerehabiliteerd, zijn werk is gelukkig momenteel aan een herwaardering onderhevig.”

 

– Fulvio Irace, David Chipperfield, Thames Hudson
“In zijn laatste monografie laat David Chipperfield zien dat hij het ook niet meer helemaal weet met ‘Het Architectuurboek’: Voor ThamesHudson een droge, strak vormgegeven opsomming van 50 (?) projecten. De kwaliteit van zijn werk staat buiten kijf, maar de vraag dringt zich op: wanneer is teveel te veel? Het boek is na eenmaal opengevouwen te zijn voor altijd getekend: Geniaal!”

 

Herman van Bergeijk

– Anne M. Myers, Literature and Architecture in Early Modern England, Baltimore 2013
“In deze publicatie worden de grenzen tussen verschillende disciplines overschreven en wordt nog eens duidelijk gemaakt dat gebouwen deel uitmaken van hoe wij de wereld waarnemen en vervolgens in verhalen proberen te vangen. Wil architectuur richtinggevend zijn voor een cultuur dan moet ze iets te zeggen hebben en dat iets moet verder reiken dan het tijdelijke van een moment. Ze kan zich niet beperken tot het zijn van een ‘icoon’.”

 

– Harry F. Mallgrave, Architecture and Embodiment. The implications of the new sciences and humanities for design, Abingdon 2013
“Een interessante studie naar de werking van verschillende wetenschappen op de ontwikkeling van de architectuur. Mallgrave gaat verder op de weg die in Nederland door de DSD in Delft met het boek over Cognitive Architecture was ingeslagen. Het is voor mij onbegrijpelijk dat deze weg in Delft met zoveel verve en botheid zo snel is dicht gebetonneerd.”

 

– H. Frank/J.-L. Cohen (ed.), Interférences/Interferenzen. Architecture Allemagne-France 1800-2000
“Catalogus bij een tentoonstelling waarin de wederzijdse beïnvloeding tussen twee landen op het gebied van architectuur en stedenbouw centraal staat. Het biedt een breed spectrum van uitwisselingen. In mijn ogen is het een voorbeeld van een initiatief dat duidelijk maakt hoeveel de grenzen in Europa aan het vervagen zijn. Het is jammer dat zoiets nog niet mogelijk is gebleken om de relaties tussen Nederland en België te versterken.”

 

Hans Teerds

– Lina Bo Bardi, Stones against Diamonds, London 2013, AA Publishers
“Lina Bo Bardi kennen we natuurlijk van haar prachtige glazen huis, van haar cultureel centrum, en van het museum in São Paulo – de laatste speelde trouwens een belangrijke rol in de protesten van dit jaar: het plein onder en voor het museum was een centraal punt in de demonstraties. Als denker kenden we haar nog niet – althans, haar geschreven werk was nog niet in het Engels beschikbaar. In dit boek, een deel in de serie ‘Words’ van de AA, zijn enkele van haar teksten samengebracht en dus voor het eerst vertaald in het Engels. Bo Bardi blijkt creatief in haar reflectieve en poetische blik op architectuur en de stad. Inclusief een bijna metafysische blik op het raam als uitdrukking van de culturele sociale actualiteit.”

 

– James Gulliver Hancock, All the Buildings of New York * That I’ve Drawn So Far, New York 2013, Universe
“New York is een stad die altijd tot de verbeelding blijft spreken. De Australisch-Amerikaanse tekenaar James Gulliver Hancock heeft zich voorgenomen elk gebouw van New York te tekenen – een onmogelijke opgave, natuurlijk. Op zijn blog is te volgen hoe ver hij inmiddels is, maar dit boek is prettiger. Het is fijn door de tekeningen te bladeren. Ver is hij overigens niet: het boek bevat slechts 64 pagina’s nog geen half procent van de gebouwen in New York – hoe groot zal het boek zijn dat heel New York bestrijkt? De tekeningen van Hancock, zowel iconische als generieke gebouwen, zijn vrolijk en helder – levenslustig, is misschien een beter woord. Hancock tekent niet precies na, zijn kleuren zijn anders, maar daardoor komen de details des te beter uit. Gebouwen maken geen steden, dat weten we. Maar detail maakt wel de stad, zo blijkt. Een inspirerend boek (en niet alleen om snel weer eens naar New York te gaan) – het laat bovendien zien hoe krachtig een goede tekening kan zijn.”

 

– Mariska van den Berg, Stedelingen veranderen de stad, Over nieuwe collectieven, publiek domein en transitie, Amsterdam 2013, Trancity/Valiz
“Een charmant boek. Charmant vanwege het format: klein. Charmant ook vanwege de inhoud. Het is een populair thema: bottom-up initiatieven, grassroots, kleinschalige initiatieven, jonge architecten en idealistische stadsbewoners. Dat soort werk, het wordt in het middendeel kort getoond. Mariska van den Berg, een kunstenaar, heeft een mooie selectie van projecten gemaakt – projecten die het midden houden tussen interventies in de ruimte en sociaalmaatschappelijk werk – maar altijd die fysieke interventie en ontwerpkracht gebruiken om veranderingen tot stand te brengen. De projecten worden voorafgegaan door een lang en verhelderend essay – waarin de auteur de impact van de projecten onderzoekt. Door een viertal interviews, waarmee het boek wordt afgesloten worden de projecten in een breder maatschappelijk kader getoond. Dat haalt het uit de recessie-hype, die er een beetje rondom dit thema hangt.”

 

Harms Top 3 van Nederlandse boeken

– Indira van ’t Klooster, Reactivate!, Trancity
“Het lijkt warempel wel alsof de crisis van 2008 de bakermat vormt van boeken die er wel toe doen. Zo verschenen bijvoorbeeld afgelopen jaar voor het eerst weer enkele publicaties waar we het nodige plezier aan beleven. In Re-Activate belicht Indira van ‘t Klooster op boeiende wijze nieuwe generaties jonge ontwerpers die in vaak lastige omstandigheden het heft in eigen hand nemen en met architectonische middelen een antwoord proberen te formuleren op huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen.”

– Tom Bergevoet, Maarten van Tuijl, De flexibele stad, NAi010 Publishers
“De flexibele stad is geschreven door Tom en Maarten en biedt een uitermate interessant en goed onderbouwd inzicht in ruimtelijke ontwikkelen nu. De auteurs maken zich hard voor flexibele gebiedsontwikkeling en ondersteunen dit met het nodige instrumentarium op procesmatig, ruimtelijk, juridisch en financieel vlak.”

 

– Henk Engel, Endry van Velzen en Olof van de Wal, Vernieuwing van de stadsvernieuwing, Trancity*Valyz
“Wat is het toekomstperspectief voor stadswijken? Welke rol kunnen ontwerpers in dit verhaal spelen? Hoe combineren ze kleinschalige interventies met een visie op het geheel? Dit zijn enkele van de vragen die centraal staan in de bij uitgeverij Trancity verschenen publicatie Vernieuwing van de stadsvernieuwing. Vier ontwerpstudies door internationale bureaus in Leiden, Den Haag, Rotterdam en Amsterdam nemen de lezer bij de hand.”

 

Harms top 3 van internationale uitgaven

– O.M.Ungers, The City In The City – Berlin: A Green Archipelago, Lars Müller Verlag
“Lars Müller bracht afgelopen jaar het legendarische manifest ‘The City In The City – Berlin: A Green Archipelago’ van de Duitse architect O.M.Ungers opnieuw uit. Iedereen heeft er wel eens van gehoord, maar weinigen zullen het kennen. Het deed tot nu toe alleen de ronde in illegale en clandestiene uitgaven. De heruitgave is dus zeer welkom. Ze gaat bovendien vergezeld van interviews met medeauteurs Rem Koolhaas, Peter Riemann, Hans Kollhoff en Arthur Ovaskaen en ze bevat daarnaast aan schat aan historisch en analytisch materiaal. Dit boek is een absolute aanrader voor iedereen die bezig is met leegstand en transformatie.”

  

– Andres Lepik, Afritecture, Hatje Cantz Verlag
“De bundel ‘Afritecture’ begeleidt de gelijknamige tentoonstelling in het architectuurmuseum van de TU München. Afrika maakt een economische boom door die vergezeld gaat van een duizelingwekkend snelle stedelijke groei. Het boek belicht de plannen en projecten die in deze context en met hulp van de locale bevolking zijn en worden gemaakt. Daarnaast vindt u essays en interviews die een unieke kijk bieden in de verstedelijking op dit continent en de rol van architectuur in dit proces.”

– Annette Spiro en David Ganzoni, Der Bauplan, Park Books
“Ten slotte ben ik zeer gecharmeerd van het vuistdikke boek ‘Der Bauplan’. Dit bevat honderd gedetailleerde bouwtekeningen waar ik eindeloos in kan verdwalen. Het spectrum varieert van de voorgevel van de Dom in Keulen en de plattegrond van de Sint Pieter in Rome tot tekeningen van Valerio Olgiati, Jean Prouvé, Karl Friedrich Schinkel, Álvaro Siza, Jørn Utzon, Le Corbusier, Alvar Aalto, Peter Zumthor en Herzog de Meuron. Het geheel wordt ondersteund door twaalf essays van onder andere Mario Carpo, Hermann Czech, Jonathan Sergison, Philip Ursprung and Ákos Moravánsky.”

En tot slot mijn eigen lijstje

– Alice Rawsthorne, Hello World, Pengiun books
In deze tijden van crisis zakt elke architect en ontwerper wel eens de moed in de schoenen. Wie behoefte heeft aan een peptalk, moet dit boek zeker lezen. Alice Rawsthorn geeft ontwerpers ammunitie als het gaat om het legitimeren van hun vak. Ze doet dat in uitstekend leesbaar proza op speelse wijze, met veel anekdotes. Haar teksten zijn diepgravend en doorregen met interessante feiten.

 

– OASE #91 Sfeer bouwen/Building Atmosphere, NAi010 publishers
Peter Zumthor is mijn held omdat hij eigenzinnig is en altijd de essentie van architectuur weet vast te houden in zijn werk. Tegenwoordig zijn data, proces en programma te vaak uitgangspunt voor architectuur; een ontwerp dient vrij te zijn van risico en is op alle mogelijke wijzen doorgerekend. Niet kwantificeerbare eigenschappen van een gebouw worden gemarginaliseerd, terwijl zich juist daar het wonder van de architectuur voltrekken. Atmosfeer is zo’n niet-kwantificeerbare eigenschap die de essentie van architectuur omvat. Er is geen geschiktere plek dan het architectuurtheoretische tijdschrift OASE om een dergelijk complex en haast ongrijpbaar fenomeen weer op de agenda te zetten.

 

– Indira van ’t Klooster, Reactivate!, Trancity
Ook bij mij staat Reactivate! op het lijstje. Het afgelopen jaar kreeg dit boek veel aandacht omdat het beloofde een nieuwe generatie architecten voor het voetlicht te brengen. En alhoewel het boek ook de nodige kritiek te verduren kreeg (de geïnterviewde architecten waren bijvoorbeeld helemaal niet zo ‘jong’ meer), heeft het zeker het debat over de toekomst van de architectuur aangezwengeld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels