blog

Winkels of ‘rieteel’?

Architectuur

Terwijl de winkelleegstand in aanloopstraten en in de perifere gebieden toeneemt, door de opkomst van internetshops en andere maatschappelijke ontwikkelingen, zijn bepaalde straten in binnensteden met ‘traditionele’ winkels als warme bakkers en kleine gespecialiseerde zaken in opkomst. De retailvastgoedmarkt lijkt volgens Matthijs de Boer veel op de kantorenmarkt, die buiten de steden bouwen voor leegstand en waar niet wordt geluisterd naar wat de stad nodig heeft.

Winkels of ‘rieteel’?

Het lijkt leuk dat ontwikkelaars zich realiseren dat er in een winkelgebied meer te beleven moet zijn dan alleen boodschappen doen. Horeca hoort erbij, dat is wel het minste. En er zijn allerlei andere dingen bekend of te bedenken om het verblijf te veraangenamen, om fun en functie prettig te laten samensmelten. Dat gebeurt in de stad, waar onder andere terrassen zijn waar je mensen kunt kijken. De interactie tussen winkelen en andere aspecten van stadscultuur maakt het leuk, daarom spreken we ook van ‘naar de stad gaan’.

Retail centers

Maar ontwikkelaars en winkelbouwers, de zelfverklaarde “deskundigen van de markt”, blijven het proberen: winkelpubliek trekken naar plekken waar normaal gesproken niemand komt, met redenen als de bereikbaarheid (per auto), goedkope grond, etc. Dat leisure en retail gecombineerd kansrijker zijn dan afzonderlijk, begrijpen zij ook. Dus stoppen ze wat leisure in hun shopping centers. Met gewichtig klinkende termen als customer journey, leisure en fun shopping.

De winkelmix op de Amsterdamse Haarlemmerstraat is een groot succes.

Authentiek stedelijk milieu

Tot nu toe wisten weilandwinkels Nederland nooit te veroveren en floreren de stadscentra. Maar als ‘de markt’ niet de juiste adviseur is voor de ontwikkeling van de stad en het vormgeven van winkelen in steden, wie dan wel? Naar wie moeten die stadsbestuurders dan wel luisteren? Naar de Nel de Jagers en Joke van der Zwaarden van onze steden bijvoorbeeld. Mensen zoals deze winkelstraatmanager van de Amsterdamse Haarlemmerstraat en de initiatiefneemster van de Rotterdamse buurtbibliotheek moeten in meer steden te vinden zijn.

Mensen die vanuit wijken actie ondernemen om hun stad te verbeteren, en daarvoor bewoners, winkeliers en andere ondernemers weten te mobiliseren. Ook als de gemeente het laat afweten…

Positieve impuls

Dit soort mensen slaan twee vliegen in één klap: bestaande, achteruitkachelende winkelstraten in ere herstellen, en daarmee de buurten een positieve impuls geven. Bovendien wordt het draagvlak voor winkels verstevigd. De Haarlemmerstraat is inmiddels een groot succes en ook de Rotterdamse Nieuwe Binnenweg komt een heel eind. In die straten ontstaat een authentiek stedelijk milieu, een sfeer waarin zowel de ouderwetse stomerij, poelier en tabakszaak gedijen als überhippe kledingzaakjes en concept stores. Voor de vermaledijde ketens is ook nog wel ergens een plek.

De Nieuwe Binnenweg in Rotterdam.

Visie en ontwerp

In de Nederlandse steden zijn honderden van die straten, zoals aanloop- of wijkwinkelstraten, die een impuls nodig hebben. Omdat daar mensen wonen, hoog gewaardeerde verblijfsmilieus (kunnen) bieden en omdat ze de benodigde voorzieningen op loop- of fietsafstand van velen bieden. En gecombineerd met ‘fun’. Dat is pure noodzaak voor het overleven van de stad, want er zijn zoveel dingen waarvoor we niet meer per sé naar de winkel moeten. Elke stad zou een visie moeten hebben die aangeeft waar winkels belangrijk en kansrijk zijn, waar stimulansen en plannen nodig zijn. Flexibilisering van bestemmingsplannen is nodig om in te spelen op de dynamiek van de steden.

Het ontwerp volgt. Zonder initiators en aanjagers gebeurt er niks, zonder betrokken bewoners en ondernemers wordt het niks, en zonder ontwerpers ziet het er niet uit. Gemeenten kunnen blijkbaar prima een heleboel aan de buurten zelf overlaten, maar laten ze dan tenminste een goed ontwerp of een goede ontwerper aanbieden om plannen samenhang te geven, op elkaar af te stemmen, om te zorgen dat plinten zijn vormgegeven en de openbare ruimte goed ingericht. Dat bestemmingsplannen met de vereiste souplesse inspelen op kansen, zodat sympathieke terrasjes niet worden belemmerd, maar tegelijkertijd de voetganger met kinderwagen niet van het trottoir af wordt geduwd. Dat er ook plek is voor de grotere zaken, maar dat ze de kleine niet wegdrukken.

Winkels, geen ‘rieteel’

Winkels worden een schaars goed. Met lokale precisie-aandacht houden en krijgen we winkels en stedelijke ‘fun’ daar waar we ze hebben willen: op plekken waar mensen graag zijn, waar ze ook wonen en werken. Als we die plekken in de stad aan hun lot overlaten, gaan de ‘rieteel’-mannen aan de haal met de consumenten. Ten koste van de stad.

Vakgenoten, maar ook wethouders, ambtenaren, en eigenlijk iedereen die van winkelen en van steden houdt: wantrouw rapporten waarin winkels ‘retail’ worden genoemd. Er moet eerst beter geluisterd worden naar wat de stad nodig heeft. Naar betrokken mensen met inzicht in en liefde voor de stad. Dan kunnen in tweede instantie de kennis, capaciteiten en kapitaal van de winkelontwikkelaars en –beleggers ingezet worden. Er is, hoe dan ook, werk aan de winkel.


De Nieuwe Binnenweg in Rotterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels