blog

Niet meer bouwen, OK Frits, maar wat dan wel?

Architectuur

“Wat vind jij nou van dat interview met Frits van Dongen in het fd.,” vroeg architect Hans Ruijssenaars me afgelopen vrijdag bij de uitreiking van de Gyproc architectuurprijzen op de SS Rotterdam te Rotterdam. “Dat zeg je toch niet als de bouwmeester die verantwoordelijk is voor het rijksarchitectuurbeleid?” Van Dongen is de eerste Rijksbouwmeester die vindt dat er niet meer moet worden gebouwd. Van Dongen: “Nederland is uitgebouwd.” ’s Avonds herhaalde hij deze uitspraak in het televisie programma Nieuwsuur. Van Dongen wil stadsboerderijen in lege kantoorpanden.

Niet meer bouwen, OK Frits, maar wat dan wel?

Afgeschreven gebouwen krijgen een nieuw leven. Kleine starters huren de door hen verlangde kantoorruimte gedurende een door hen gewenste periode. Oude kantoor- en bedrijfspanden wachten een mooie toekomst. Ze ontwikkelen zich tot multifunctionele gebieden en bergen broedplaatsen van formaat. Dit is de droom die rijksbouwmeester Frits van Dongen afgelopen week in het fd. ontvouwde.

Het verhaal is bekend: gedurende de laatste twintig jaar is het aanbod in kantoorruimte, bedrijfsruimte en winkelareaal enorm vergroot zonder dat daar een passende vraag tegenover stond. Tegelijkertijd zorgt Het Nieuwe Werken voor flinke besparingen op huur en kantoorruimte. Bedrijven hebben nog maar een fractie van de vloeroppervlakte nodig die ze voorheen afnamen. De kantoorleegstand is daarmee flink opgelopen. Van Dongen meent dat daarom niet meer hoeft worden gebouwd.

Hij wil een tegenbeweging ontketenen in het gebruik van al die vierkante meters. Van Dongen denkt met ‘high tech urban farming’ en andere productiebedrijven de leegstand te kunnen opvullen, met enkele uit de VS overgewaaide voorbeelden van ‘vertical farming’ in zijn achterhoofd. Voor Van Dongen mag de crisis rustig nog vijf jaar duren.

Eetbaar Nederland wordt anders

Aayu architecten ontwikkelde een slim concept, samen met DGMR, IMd Raadgevende Ingenieurs en het Agricultural Economics Research Institute (Wageningen Universiteit). Bron: www.nederlandwordtanders.nl

Beroering

Deze opmerkingen zorgden voor veel beroering in Nederland. Architecten zijn op zoek naar een nieuwe rol en uit zijn uitspraken valt op te maken dat ook de rijksbouwmeester dat is. Langzaam is het werkveld van deze institutie weggegleden naar het private domein. Ooit was de rijksbouwmeester de architect van alle overheidsgebouwen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontwikkelde hij zich tot een adviseur van de overheid. Onder rijksbouwmeester Kees Rijnboutt werden de eerste stappen in de richting van privatisering gezet. Van Dongen is de eerste rijksbouwmeester die helemaal niet meer bouwen wel ziet zitten.

Maar kan Van Dongen voorkomen dat overheid en private partijen nog meer leegstand toevoegen aan de bestaande voorraad? Om deze weg te kiezen is meer nodig dan een overtuiging. Eigenaren van grond en bouwposities zullen op een rigoureuze manier moeten gaan afboeken. Het is niet zeer waarschijnlijk dat de Rijksverbouwmeester dit voor elkaar zal krijgen.

In vrijwel alle vraag naar kantoorruimte, maar ook bedrijfsruimte en winkels kan wellicht worden voorzien in de bestaande voorraad. De vraag is echter of dat ook voor woningbouw zo is. Afgelopen week verklaarde Friso de Zeeuw, hoogleraar TU Delft en directeur Bouwfonds, dat het woningtekort de komende jaren zal oplopen tot 700.000 woningen. Met een bouwstop alleen kom je er dan niet.

Tot slot is de vraag of een bouwstop echt een andere bouwcultuur kan bewerkstelligen. Het doet denken aan de Rotterdamse wethouder Mentink die in de jaren zeventig na de bouw van de Shell toren aan het Hofplein een bouwstop in het centrum van Rotterdam afkondigde.

Praktische illustratie

In het geruchtmakende fd. interview pleit Van Dongen ervoor op een radicaal andere manier na te denken over het wonen in de meest brede zin van het woord. Dat valt toe te juichen, het bouwen van studenten en bejaardenwoningen alleen is inderdaad geen oplossing. Van Dongen: “De oplossing zit hem erin verschillende functies onder een dak samen te brengen. En daar wellicht ook nog in de toekomst eens nieuwe functies aan toe te voegen.”

De oprichting van het platform ‘Nederland wordt anders’ is een prima stap in het onderzoek naar een nieuwe bouwcultuur. Afgelopen week verscheen ook (niet toevallig) het magazine Oog voor de buurt, weerslag van het gelijknamige programma van het Atelier Rijksbouwmeester dat zich richt op “het stimuleren van ontwerpkracht in wijken en gebieden waar leefbaarheidskwesties een toenemende rol spelen.”

In het kader van Oog voor de buurt werken multidisciplinaire teams aan grootstedelijke vraagstukken. Een goed voorbeeld is het onderzoek dat ZUS en Prototype deden naar het woonkeuze gedrag van Poolse arbeidsmigranten, alvorens te komen tot een ontwerp voor de transformatie van een gebouwencomplex in Venray.

Even opmerkelijk is het onderzoek dat Concept0031 en Gentleman architectuur deden naar de informele economie in de wijk Bloemhof. Zij ontdekten een onderschatte laag van informele netwerken van mensen die voor elkaar koken, zorgen en diensten leveren. Hun advies is gebruik te maken van deze economie en in te zetten voor de verbetering van de buurt.

Uit deze en de andere in Oog voor de buurt verzamelde cases wordt duidelijk dat de rol van ontwerpers aan het veranderen is. Ze gaan op zoek naar de vraag achter de vraag en enten daar hun ontwerp op. Daarnaast werken ze veel vaker als verbinders, dat wil zeggen als figuren die verbindingen tot stand weten te brengen tussen betrokken partijen en bruggen kunnen slaan tussen de leef en systeemwereld, zoals Ali Rabarison van der Laan dat treffend formuleert in Oog voor de Buurt.

Next step

De eerste boeiende stappen zijn gezet. De in Oog voor buurt verrichte onderzoekingen zijn hoopvol. Tegelijkertijd illustreren ze de inmiddels beperkte rol van de Rijksbouwmeester. Uit Oog voor de buurt leren we dat dankzij de adviezen van de Rijksbouwmeester de gesprekken met bewoners op een andere manier kunnen worden gevoerd. “Niet meer de gemeente die stuurt, maar de gemeente die de bewoners vraagt wat zij van het gegeven advies vinden.” Maar wat dan? Wat is de next step?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels