blog

Ecologisch restaureren

Architectuur

Vaak wordt gesuggereerd dat restaureren en duurzaamheid nog wel eens willen botsen.
Het is maar hoe je het bekijkt…

Ecologisch restaureren

 

 

 

 

In een eerdere blog heb ik al eens uitgebreid verteld wat de duurzame voordelen zijn van oude gebouwen. Of je nu gaat hergebruiken, herbestemmen, renoveren of restaureren, het gaat erom dat je de stedelijke geschiedenis, de stedelijke omgeving en de sociale duurzaamheid behoudt, door de oude gebouwen te behouden.

Daarnaast vereist restaureren minder grondstoffen, vermindert het zware bouwverkeer in stedelijk gebied, bespaart het energie en vermijd je de CO2-belasting van sloop-en-nieuwbouw. Hoe ouder het gebouw, hoe minder ‘foute’ materialen bovendien; die hebben we er pas later ingebracht. Hoe meer je restaureert, hoe meer je kiest voor oude en ‘goede’ materialen.

Beukenrode

Enkele maanden geleden zijn wij als architect gevraagd voor de restauratie van het Jachthuis Beukenrode in Doorn (zie foto bovenin deze blog). Een fraai rijksmonument, dat in 1872 is gebouwd door de familie Kneppelhout, het toenmalige ‘Nieuw-Sterkenburg’, gebouwd in Neo-Renaissancistische stijl met Italiaanse motieven. Het landgoed is ontworpen door Copijn. Het huis is particulier bewoond tot 1950, toen de Broeders van Onze Lieve Vrouwe van Lourdes er een internaat vestigden. In de tachtiger jaren heeft de Sint Augustinusstichting de taak van de Broeders overgenomen. De stichting wil het landgoed en het Jachthuis behouden en zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat en herstellen.

Schouwenburg

Schouwenburg

In de voorbereiding van deze restauratie zijn we op bezoek gegaan bij Fenneken en Pim Anneveld die het landhuis Schouwenburg in het Gelderse ’t Harde volledig duurzaam hebben gerestaureerd. Fenneken was architect en Pim was werkzaam in de industriële automatisering bij Siemens. Nu zijn beiden gepensioneerd en op zoek naar een nieuw project. Schouwenburg stond al 7 jaar leeg en is daarvoor 27 jaar lang als opvanghuis voor jongeren gebruikt. Uiteraard lieten ze eerst het pand strippen, onderwijl zoekend naar mogelijkheden om de historische kenmerken te behouden. 

Bioclina

Een belangrijk deel van de renovatie bestaat uit de milieuvriendelijke energievoorziening. Fenneken en Pim waren erg enthousiast geraakt over lagetemperatuurverwarming in de wanden. Uit het historisch onderzoek was gebleken dat aan de buitengevels voorgespannen behang gehangen heeft. Daar kon dus geen wandverwarming. De grote gang met zijn stenen wanden bood echter een ideale massa om te verwarmen. Gekozen werd voor BioClina, een dun wandverwarmingssysteem. In de kelder staat een houtkachel op Pellet-korrels gemaakt van samengeperst resthout om het warme water te leveren.

Om de warmte goed te kunnen vasthouden, zijn de ramen voorzien van tochtstrips en tochtborsteltjes. Ook worden de oorspronkelijke luiken gesloten in ruimtes die niet worden gebruikt. Uit onderzoek van de Engelse en Schotse monumentenzorg blijkt dat dit het warmteverlies kan verminderen met 50 tot 60 procent. Terwijl dubbel glas met een warmtereflecterend metaallaagje uitkomt op 55 procent!

Zichtbaarheid is in monumenten altijd een aandachtspunt. Op het oude afgeplatte schilddak met torentje staan moderne zonnecollectoren. Met telelenzen is gekeken of je de panelen van afstand zou zien. De panelen liggen daardoor weliswaar minder schuin dan ideaal is, maar nu heeft het monument wel zonne-energie.

 

Potgieterschool

Graag wil ik ook nog een ander project uitlichten, waar de architecten op een aansprekende manier hebben gewerkt. Aayu architecten hebben een Amsterdams schoolgebouw gerenoveerd, een gemeentelijke monument uit 1886. Ook dit bureau is er van overtuigd dat herstel van het historische karakter en het voldoen aan huidige energie- en comforteisen eenvoudig samengaat.

 

Potgieterschool, AAYU

Het bureau heeft de renovatie aangepakt volgens een zelf ontwikkelde methode op basis van bouwbiologische principes en het Cradle-to-Cradle-concept. Alle nieuw aangebrachte materialen zijn natuurlijk, CO2-neutraal en eenvoudig herbruikbaar. Zo zijn de houten traptreden omgedraaid en opgeschuurd, vloerdelen zijn gebruikt voor pantry’s en plafonds zijn verwerkt tot tuinschutting.  De toegepaste materialen sluiten aan op de fysische aspecten van het historische pand en leveren op natuurlijke wijze een gezond binnenklimaat, door natuurlijke isolatie aan de binnenzijde, laagtemperatuur vloer- en wandverwarming en CO2-gestuurde ventilatie.

Daarnaast zijn duurzame oplossingen gebruikt als ledverlichting met daglichtregeling, zonnepanelen en een grijswatertoilet met regenwater. Tenslotte zijn een plantenmuur, vegetatiedak en bamboebos toegevoegd.

Het gaat hier minder om een ‘echte restauratie’ dan bij landhuis Schouwenburg, maar het is wel degelijk eigentijds en voorbij-duurzaam!

Duurzaam versus monumentaal

Bij Beukenrode gaan we samen met het Nibe (Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie) de verhouding bepalen tussen de monumentenwaarde en de duurzaamheidswaarde. Zij hebben daarvoor het DuMo model ontwikkeld. Daarbij ga je met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de plaatselijke monumentenambtenaar inventariseren welke monumentale waarde het object heeft. Hoe hoger de monumentenwaarde, hoe minder duurzame maatregelen je hoeft te treffen om toch een goede duurzaamheidscore te halen. Zo botsen deze belangen niet, maar vullen ze elkaar juist aan.

Monumentale radiatoren

In Beukenrode staan nog hele dikke gietijzeren monumentale radiatoren, met dikke leidingen. Vanuit energetisch oogpunt niet het meest ideale… Vervangen is vanuit historisch perspectief echter niet wenselijk. Overigens, vanuit marketing-technisch oogpunt ook niet, want bezoekers willen juist dergelijke radiatoren zien. We gaan daarom in een bijgebouw een grote hout-cv-ketel plaatsen, gevoed door het hout uit het landgoed. Deze cv gaat de  gasgestookte cv-ketels vervangen.

 Voorbeeld gietijzeren monumentale radiator

Renoveren is wel degelijk een andere aanpak dan restaureren. In het laatste geval duik je in het verleden en wil je dit zo ver mogelijk terug brengen, van hemelwaterafvoeren die langs binnen lopen tot gespannen behang. Een vraag die vaak gesteld wordt is naar welke periode je ‘terugrestaureert’. Eigenlijk een idiote vraag… als je een jaartje te ver teruggaat, mag je die historische serre ineens niet terug plaatsen. En wat is nu de meest kenmerkende periode in de geschiedenis van een gebouw? 1872 of  1908? Geen idee, en het is ook niet belangrijk. Fenneken en Pim Anneveld: “Je restaureert niet terug, je restaureert om het gebouw weer te kunnen gebruiken in de komende decennia.” En dat is de kern: een gebouw is voor nu, niet voor vroeger. Dat is duurzaam en een dergelijk werk moet je ook duurzaam doen!

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels