blog

Wegwijs in geschiedenis

Architectuur

Welke lessen kun je trekken uit geschiedenis? Hangt de waarde van het contact dat ontwerpers onderhouden met antieke, eigentijdse en toekomstige architectuur niet af van historische kennis en gevoel voor traditie? Deze vragen stonden centraal tijdens de nacht van Filosofie die studentenvereniging Argus afgelopen week in Delft organiseerde.

Wegwijs in geschiedenis

Al snel meanderde het debat naar het modernisme en de (problematische) relatie daarvan met geschiedenis, nog altijd een open zenuw in het Delfts academische milieu. Maar door het stijlbegrip taboe te verklaren, ontneem je een individu het recht zijn weg in de architectuur te zoeken.

Concepten

De Nederlandse architectuur is zich de laatste twee decennia sterk op concepten gaan richten. Het architectonische object wordt in dit kader gezien als een zeer geïndividualiseerde, welhaast unieke onderneming. Binnen deze opvatting zoekt een architect met behulp van het concept uit waar het gebouw over gaat en bouwt hij alledaagsheid, normaliteit of banaliteit om in spektakel. Dit heeft in de beste gevallen geleid tot zeer interessante gebouwen.

Bouwval Tropicana

Langs de Maas in Rotterdam staat Tropicana, een typisch kind van zijn tijd. Na de succesvolle periode van wederopbouw van de binnenstad, zocht Rotterdam in de jaren negentig naar manieren om de rivieroevers te verstedelijken. Dit zwembad is een van de geslaagdere pogingen. Op dit moment is het helaas een bouwval. Ik herinner me dat toen het er net stond, ik daar langs reed met een van de vroegere associés van OMA. Volgens hem was dit gebouw niet zo verschillend van de gebouwen die Rem Koolhaas in die tijd maakte, behalve dan op conceptueel vlak.

 

Globalisering

De opkomst van de conceptuele architectuur werd gestimuleerd door het architectuurbeleid van die tijd en leidde tot grote successen in het buitenland. Superdutch, zoals de nieuwe architectuurstroming is gedoopt, kreeg vleugels door de globalisering die ongeveer in dezelfde periode zijn beslag kreeg. Deze uitbreiding leidde echter ook tot een enorme versnelling van het bouwen. De toepassing van ‘lean’ in het bouwproces, maar ook nieuwe contractvormen als DBFMO en ketensamenwerking zijn hier niet los van te zien. Een andere ontwikkeling die in dit verband niet onbesproken mag blijven, is de computerisering van het architectenbureau.

Rijkdom en complexiteit

Op dit moment zijn een aantal interessante ontwikkelingen gaande:

•    De levensduur van een gebouw wint aan belang ten opzicht van de duur van het bouwproces.

•    De toekomstige rijkdom van een gebouw is minstens zo belangrijk als de directe dialoog met opdrachtgevers en aannemers

•    De toekomstige complexiteit wordt meer gewaardeerd dan de zogenoemde ‘wow’- factor van het gebouw nu.

Autonomie

Deze ontwikkelingen bieden architectuur de kans zich inhoudelijk te vernieuwen en in het verlengde daarvan haar eigen rol (of autonomie) opnieuw te definiëren. Kan geschiedenis, of liever gezegd een voldoende begrip van geschiedenis en traditie, daar behulpzaam bij zijn? Deze vraag kwam aan de orde tijdens een bijeenkomst afgelopen week in Delft, die ik mocht modereren en waarmee studentenvereniging Argus de legendarische Nacht van de Filosofie nieuw leven inblies.

Conventie en vernieuwing

Op deze vraag werden onderscheidende antwoorden gegeven. Peter Drijver van Scala architecten betoogde dat als je nuttige, robuuste en duurzame gebouwen wilt maken, architectuur dient te voldoen aan conventies. Zij vertellen je immers hoe je een entree moet maken, de proporties in een gebouw op elkaar moet afstemmen of een opstand in de hoogte moet afronden. Volgens Matthijs Bouw van One Architecture sluit je hiermee vernieuwing uit. Als je vooruitgang wilt boeken, dan zijn experimenten nodig. Gebouwen hebben het recht te falen. Als je dat opgeeft, kun je niet meer werken aan het verbeteren van wat er al is.

Modernisme

Daarmee kwam de Nacht al snel uit op het modernisme, nog altijd een open zenuw in het Delftse academisch debat. In de discussie die hierover ontstond bleek opnieuw dat het modernisme nog altijd problematisch is. Aan de ene kant wordt het modernisme vereenzelvigd met machtssystemen die de communicatie met onze leefwereld frustreren of onmogelijk maken (Jan den Boer). Aan de andere kant wordt ontkend dat het modernisme een stijl is (Jan Molema) of wordt architecten het recht ontzegd het stijlbegrip te hanteren (Jacob Voorthuis) Hans van Dijk nam een tussenpositie in door erop te wijzen dat het begrip modernisme pas opkwam ten tijde van het postmodernisme. Het postmodernisme vormt niet het einde van het modernisme, maar sluit de sluimerende toestand ervan in.

Behoefte van het individu

Als ik Van Dijk goed begreep, is het nog maar de vraag of over vijf jaar architectuurgeschiedenis nog zal bestaan binnen de architectuuropleiding. Dat zou jammer zijn. Architectuurgeschiedenis richt zich op de behoefte van individuen (of van bewegingen) om de stijl, de orthodoxie of de systeemwereld van een bepaalde tijd onderuit te halen, te weerspreken, opnieuw op te bouwen, enzovoorts. Hiermee worden antwoorden geformuleerd op de veranderende sociale en culturele condities en tevens ingespeeld op de wens tot vernieuwing.

Geschiedenis als vriend

Ook op dit moment worden architecten wederom uitgedaagd de posities en bewegingen van de afgelopen tijd te begrijpen en daar een persoonlijk antwoord op te formuleren. Architectuurgeschiedenis kan bij deze opgave als geen ander een waardevolle partner zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels