blog

De komende transitie van de woningbouw

Architectuur

De huidige crisis in de woningbouw lijkt vooral een bestuurlijke politieke crisis te zijn. Volgens de meeste sprekers op het jaarcongres van de Architect is een transitie naar een nieuw systeem wenselijk, zo niet onvermijdelijk. Adri Duivesteijn bepleitte de oprichting van een investeringsfonds voor de bouw. Woongebouwen en woningen staan aan het begin van vernieuwingen in het denken over stad, kwaliteit en levenshouding.

De komende transitie van de woningbouw

Op ons jaarcongres, afgelopen woensdag in New Babylon, stond de verdere ontwikkeling van de woningbouw en de rol van architectuur in dit proces centraal. Op dit moment is sprake van een enorme terugval in de productie, terwijl grote onzekerheid bestaat over de manier waarop het verder moet en het gat tussen aanbod en vraag gapend groot is. Jan Rotmans en Willem Verbaan riepen in koor dat dit geen tijdelijk fenomeen is, maar dat we ons hierop moeten instellen en dat een transitie naar een nieuw systeem wenselijk, zo niet onvermijdelijk is. Klagen helpt niet, zeiden ze, stel je maar in op het feit dat alles anders wordt.

Revolutie van mogelijkheden

Dat was niet aan dovemansoren gericht. De woningbouw is in beweging en ook architecten maken deel uit van de door Rotmans en Verbaan bepleite “revolutie van mogelijkheden”. Op het vlak van de architectuur zijn er veel initiatieven die de gedachte van een dergelijke transitie ondersteunen, zo bleek tijdens ons congres. Ontwerpers experimenteren met nieuwe rollen (waaronder die van ontwikkelaar) en zij ondernemen kleinschalige initiatieven in de bestaande stad. De ontwerpen die zij maken, zijn echter per definitie ingebed in lokale situaties en hebben derhalve een lokale impact.

Architecten kunnen dus veel doen, maar niet zonder politieke strategieën die architectuur de ruimte geven of met de nodige bestuurlijke ondersteuning. Vooral op dit vlak lijkt in de huidige tijd het nodige te ontbreken. Iedereen heeft door dat we niet kunnen terugkeren naar de oude Vinextijd, maar onduidelijk is nog welk regime hier voor in de plaats komt.

Bestuurlijke crisis

De huidige crisis lijkt daarmee vooral een bestuurlijke politieke crisis te zijn. In het systeem van volkshuisvesting dat sinds 1992 bestaat, pakten bijvoorbeeld de corporaties zelf vraagstukken van steden en wonen aan. De regering is bezig dit systeem te demonteren zonder er vooralsnog iets voor in de plaats te stellen. De door Rotmans en Verbaan uitgedachte, theoretische transitie krijgt daardoor geen vervolg op praktisch niveau.

Ook op dit vlak zijn er hoopvolle signalen. Adri Duivesteijn bepleitte de oprichting van een investeringsfonds voor de bouw. Dat is hard nodig, aldus Duivesteijn, want de crisis in de bouw is nog nooit zo groot geweest. Hij denkt dat tussen de praktijk van de bouw en de politiek een enorme kloof gaapt: “Door de bouwcrisis creëren we opnieuw een enorm te kort aan woningen. De mensen staan straks in de rij en moeten dan genoegen nemen met een massaproductie door een paar institutionele spelers die de zaak monopoliseren.”

Twee miljoen nieuwe woningen

Alle reden dus voor institutionele vernieuwing en alle reden om niet alles aan de markt over te laten. Tot 2040 zal de Nederlandse bevolking met zes procent groeien tot 17,8 miljoen inwoners. Verondersteld kan worden dat de gemiddelde huishoudsamenstelling nog verder zal dalen. Dit betekent dat tot 2040 een tot twee miljoen nieuwe woningen nodig zijn. Waar en hoe zullen deze woningen worden gebouwd? En welke omgevingen zullen daarvoor worden gemaakt?

Dit vormt een uitdaging voor de architectuur, zoals Gus Tielens en Stephen Bates ieder op hun manier in hun keynote lezingen stelden. Wie is verantwoordelijk voor de collectieve ruimte wanneer de woningbouw wegglijdt in de private sfeer? Hoe kan je in het ontwerp uitdrukking geven aan een rijk geschakeerde leefwijze? Zijn architecten en aannemers meer dan tot nu toe in staat samen te bouwen ten behoeve van wat mensen zoeken in het leven?

Ruimtelijk kwaliteit is een kernbegrip in de toekomstige woonopgave. Gus Tielens herlas Bakema’s Van Stoel tot Stad en stelde dat woongebouwen en woningen altijd aan het begin hebben gestaan van vernieuwingen in het denken over stad, kwaliteit en levenshouding. Verder onderzoek is dan ook nodig waarin ideeën worden ontwikkeld over nieuwe typologieën en woonvormen, maar ook slimme bouwwijzen, flexibiliteit en collectiviteit.

Ook dit verdient politieke en bestuurlijke steun.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels