blog

Rijksmuseum: terug van weggeweest

Architectuur

Een weerzien met een oude bekende: het Rijksmuseum gaat morgen eindelijk weer open voor het publiek. Ik mocht afgelopen zondag alvast een kijkje nemen. De lentezon beloofde helder licht in de hernieuwde zalen met de vele daklichten. Nieuwsgierig loop ik, tegelijk met andere mazzelaars, door de veel besproken fietstunnel naar de ingangen.

Rijksmuseum: terug van weggeweest

 

 

Tien jaar geleden ging het Rijksmuseum dicht, tijdens mijn studie Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Ik was toen derdejaars student en voor de sluiting is van ons min of meer verwacht dat we veel van de collectie uit je hoofd kende. We kwamen er dan ook bijna iedere week en moesten vaak referaten geven voor de schilderijen. Ik was meer kind aan huis bij het Stedelijk Museum, desalniettemin was ik gehecht aan het Rijks.

Omdat wij samen studeerden met restauratiestudenten (Cultureel Erfgoed), kregen we in 2007 een rondleiding door het museum over de vorderingen van de restauratie. Het overgeschilderde wit van de muren was deels verwijderd en door het hele gebouw waren kleurstudies en historische oefensjablonen naar aanleiding van Pierre Cuypers’ interieur uit 1885 aangebracht. Ik was een beetje jaloers op de restauratiestudenten, vooral degenen die werkten aan de monumentale bibliotheek.

Drassig

Vorig jaar mocht ik nog een keer kijken tijdens de bouw, een georganiseerde hard hat tour. Erg indrukwekkend waren de nieuwe ondergrondse verdiepingen, wat tevens het meest complexe aspect bleek te zijn van de gehele verbouwing. Dat komt door de drassige ondergrond van Amsterdam. Het museum begint nu een verdieping lager en is een grote openbare ontvangstruimte geworden.

De twee binnenhoven, die in de naoorlogse jaren waren volgebouwd, zijn opengebroken door de architecten Cruz y Ortiz. Het tweeledig atrium wordt nu verbonden door een hellende onderdoorgang. Het gaat nog vijf meter dieper onder de ontvangstruimte; daar zijn de zalen, auditorium, depots, keukens, installaties en opslagruimtes.

  

Licht en luchtige ontvangstruimte

De nieuwe ontvangstruimte doet me denken aan de verbouwing van het Louvre door I.M. Pei. De glazen kappen van de atria worden verbonden met de negentiende-eeuwse gietijzeren, met klinknagels bevestigde steunstukken. Deze zijn niet erg zichtbaar meer door de opvallende akoestische ‘hekken’, die met verlichting, geluidsinstallaties en beveiligingscamera’s zijn bevestigd onder de kappen. De ruimte heeft veel grandeur door het heldere licht dat binnenkomt en het gebruik van veel Portugees kalksteen.

Er gebeurt veel in de atria, maar toch vormt het een licht en luchtig symmetrisch geheel. Vanuit de centrale ruimte zie ik al voor me hoe na de opening fietsers door de boogramen heen en weer rijden, hoe zij op hun beurt honderden bezoekers in de atria zien. Als vanouds fietst ik straks net als alle andere Amsterdammers weer onder de Nachtwacht door.

Taal en vormgeving

De tienjarige en 375 miljoen euro kostende verbouwing is omstreden geweest en breed uitgemeten door de pers. Grootste commotie in onze hoofdstad was de fietstunnel. Maar ook op het logo, met dé spatie, van Irma Boom was veel kritiek. In het NRC van 1 september 2012 werd de spatie uitgelegd:

“De reden dat Boom heeft gekozen voor een spatie, die ze zelf bij de presentatie van het logo overigens een ‘haarspatie’ noemde, is dat het voor haar ‘gevoel’ wel twee woorden zijn vanwege de koosnaam Rijks. Bovendien liet de spatie zien, zei ze, dat bij typografie de ruimtes tussen de letters net zo belangrijk zijn als de letters zelf.”

Taalfout of niet, ik vind het gedurfd van Boom. Iedereen kort het af naar ‘Rijks’ (!), ook in de pers. Met de grote I AMSTERDAM-letters op het Museumplein buiten is het wederom een benadering van identiteit en branding.

Het nieuwe lettertype is ontworpen door Paul van der Laan van bureau Bold Monday, ook bekend van het VPRO-lettertype. De plattegrondboekjes van Boom zijn geïllustreerd met tekeningen van Jan Rothuizen, welke eigentijds aandoen. De kleuren van de boekjes zijn gebaseerd op Winterlandschap met schaatsers van Hendrick Avercamp (1608) en De bocht van de Herengracht van Gerrit Adriaenszoon Berckheyde (1671-1672).

  

Elegante eenvoud

Het interieur, ontworpen door de Fransman Jean-Michel Wilmotte, past naadloos bij de stijl van het negentiende-eeuwse ‘kasteel’. Hij heeft voor iedere verdieping een andere kleur grijs gekozen, waarbij hij zich liet inspireren door het kleurgebruik van Cuypers. De schilderijen en kunstschatten gedijen erg goed tegen de donkere grijsblauwe wanden. Ook het meubilair en de lichtarmaturen sluiten aan bij de verschillende tinten grijs.

De plafondlichtarmaturen zijn in de centrale trappengang naar de voorhal rond en wit, en in de donkergrijze zalen vierkant en donkergrijs. De zitelementen, vitrines, displays en sokkels zijn elegant en rustig. Het beveiligingsglas van de vitrines is speciaal Russisch glas, waar nauwelijks sluitingsnaden te zien zijn. De sokkels zijn minimalistisch vormgegeven. Ook de afscheidingskoorden van de schilderijen zijn eenvoudig en vormen een coherent geheel met het vaste meubilair.

In het door Studio Linse ingerichte museumcafé staan enkel stoelen van Nederlandse ontwerpers: de Mondial van Rietveld, de Revolt van Friso Kramer en fauteuils van Martin Visser: ingetogen en stylish.

Hereniging

Ik loop nog een keer een ronde door het museum. Terwijl ik al jaren ben afgestudeerd, ben ik nog steeds jaloers op de restauratiestudenten. Dat je aan dit enorme project hebt kunnen bijdragen, lijkt me een eer. Ik bedenk me dat eindelijk, na zoveel jaar, de twee belangrijkste musea in Amsterdam weer open zijn: het Rijks en het Stedelijk.

De oude gebouwen zijn gerenoveerd, hedendaagse architectuur is toegevoegd en een nieuwe huisstijl is vormgegeven. Fietstunnel, badkuip, logo’s: iedere Amsterdammer had er wat over te zeggen. Voorlopig vermoed ik dat iedereen blij zal zijn met de hereniging van hun oude bekende.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels