blog

Jaarboek: nieuwe architectonische lente?

Architectuur

Het moet rond 1985 zijn geweest, de tijd dat iedereen in Nederland nog naar de BBC keek en dat dit niet als “elitair” werd aangemerkt, dat ik werd gevangen door adembenemende televisie: de jurering van een architectuurprijs en de camera’s waren erbij. Ik zat op het puntje van mijn stoel, onder de indruk van de eloquente wijze waarop de juryleden het ene na het andere project roemden of fileerden. Ik moest er aan terugdenken toen ik afgelopen week de presentatie van het Jaarboek bijwoonde in Amsterdam.

Jaarboek: nieuwe architectonische lente?

Als locatie voor de presentatie was gekozen voor het Rijksmuseum. Vooraf werden de genodigden door de architect en zijn assistenten rondgeleid in het atrium. Eenmaal binnen, hield Antonio Cruz bovendien een lezing over het museum. Geestig was zijn opmerking dat als hij had geweten dat het zo lang zou gaan duren, hij ongetwijfeld had overwogen Nederlands te leren. En directeur Wim Pijbes had vijf minuten in zijn drukke agenda ingeruimd om de zaal met voornamelijk architecten toe te vertrouwen dat door zijn studie kunstgeschiedenis bij Ed Taverne in Groningen zijn hart toch vooral bij de architectuur ligt. En weg was hij weer.

Uiteraard was het daarna geen verrassing meer dat het museum op de cover van het Jaarboek prijkte. Maar waarom stond het daar? Deelt de redactie in het nationale gevoel van opluchting en euforie rond het museum, in de trant van “het kan dus toch”? Of apprecieert ze, net zoals Wim Pijbes doet, de symbolische waarde die de architectuur van het museum voor ons land heeft. Wanneer het Rijks inderdaad de plek is waar de vaderlandse cultuur zich kan laven en toetsen, zoals Pijbes zei, dan zou de architectuur zich daar immers bij kunnen aansluiten en opnieuw relevant kunnen worden.

 Cover Jaarboek 2013 
De volledige cover van het Jaarboek

De keuzes die de redactie maakt, lijken evenwel op iets anders te duiden. Mecanoo die de afgelopen 25 jaar een abonnement had op het Jaarboek, ontbreekt geheel in de nieuwe uitgave, hoewel het bureau afgelopen jaar drie spraakmakende gebouwen opleverde, waaronder het Kaap Skil Museum in Texel. Nog opmerkelijker is het ontbreken van de Boekenberg in Spijkenisse, ontworpen door generatiegenoot MVRDV. Durfde de jury niet te kiezen tussen tegenpolen Mecanoo en MVRDV? Is het een afrekening? Maken we een generatiewisseling mee? Of komt het omdat de jury dit jaar vooral koos voor projecten die vakmanschap en aandacht voor detail uitdragen?

In het Jaarboek staan in ieder geval veel van vakmanschap getuigende projecten. De redactie lijkt daarmee een nieuwe architectonische lente af te kondigen. Van iconische architectuur wordt omslachtig afstand genomen. Maar wat is dan de reden dat het EYE museum in Amsterdam door Delugan Meissl in de selectie is opgenomen? Dat gebouw bezit een groot aantal kwaliteiten, maar bepaald niet op het vlak van materialisatie en detaillering. Je ontkomt zo -al dan niet terecht- niet aan de indruk dat de redactie is gezwicht voor andere overwegingen.

Eye Amsterdam. Foto Iwan Baan

Eye Amsterdam. Foto Iwan Baan

Daar is natuurlijk niets mis mee, maar het zou mooi zijn geweest als de jury haar keuzes had geëxpliciteerd. Hoe spannend en leerzaam dat kan zijn, bewijst de vierdelige serie die over het Rijks is gemaakt en niet toevallig afgelopen weken op de Nederlandse televisie was te zien.

En het jaarboek zelf? Lees mijn recensie in de printuitgave van het komende nummer van de Architect.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels