blog

Ze dronken een glas, deden een plas en alles bleef hoe het was

Architectuur

De financiële crisis is volledig aan Zwitserland voorbij gegaan. De werkloosheid pendelt rond een acceptabele 3,4%, de financiële markt is stabiel en de Zwitserse Frank is een behoorlijk harde munt. Ook in de bouw gaat het voor de wind: de bouwproductie draait op volle toeren, er zijn ruime budgetten voor kwalitatief hoogwaardige architectuur en àls er al eens een project stopgezet wordt is de reden meestal dat er eenvoudigweg niet genoeg vakbekwame bouwvakkers zijn.

 

 

Je zou dus zeggen dat ik in een architectonisch luilekkerland terecht gekomen ben. En ergens klopt dat natuurlijk wel: goede architectuur wordt belangrijk gevonden, er is waardering voor kwalitatief hoogwaardig ontwerp en er is voldoende geld beschikbaar om fraaie projecten te realiseren. Maar toch knaagt er iets aan mij.

Zwitserland heeft het té goed

Het probleem is namelijk: Het gaat in Zwitserland eigenlijk té goed. Waar in de rest van Europa (noodgedwongen) ernstig nagedacht wordt over de manier waarop onze financiële markten opereren, over de manier waarop we met de eindige grondstoffen en met het veranderende klimaat omgaan, over de integratie van kwetsbare bevolkingsgroepen of simpelweg over de manier waarop we met elkaar willen leven, kabbelt in Zwitserland alles voort.

Er is simpelweg geen noodzaak om kritisch na te denken over de manier waarop de samenleving functioneert: het gaat toch goed? Never change a running system! Het gevolg is, begrijpelijkerwijze, dat het land relatief conservatief is. Zaken die elders vanzelfsprekend zijn, komen hier voorlopig slechts mondjesmaat aan bod. Met als voorlopig dieptepunt het feit dat kiesrecht voor vrouwen in het Kanton Appenzell pas in 1990, op last van de rechter, werd ingevoerd. Uiteraard had de meerderheid van de mannen tegengestemd. Het leeuwendeel der vrouwen heeft overigens ook gepoogd tegen hun eigen stemrecht te stemmen destijds. Dit is echter geen op zichzelf staand incident: de tendens neigt tot behoudzucht en progressieve ideeën zijn vrijwel per definitie verdacht.

Mooie stapels stenen

Ook in de architectuur tiert dit conservatieve waardenpatroon welig. Zelfs nu, bijna 41 jaar nadat met de sloop van Pruitt-Igoe eigenlijk het einde van het modernisme werd ingeluid, staan hier de modernistische grondbeginselen nog steeds hoog op een voetstuk. En is de architect nog steeds letterlijk de bouwmeester. Hij/zij bouwt, maar denkt vaak niet al te kritisch na over de maatschappelijke rol van deze bouwwerken. Zijn of haar projecten zijn vaak esthetisch aansprekend.

Maar ik dacht dat de tijd dat architectuur vooral ging over het zo fraai mogelijk organiseren van een stapel stenen en een paar kuub beton al lang achter ons lag. Ik ging er eveneens vanuit dat inmiddels genoegzaam bekend was dat het modernisme geen zaligmakende deus ex machina is die dogmatisch gevolgd dient te worden.

De stedenbouwkundige tussenschaal

Eenzelfde tendens is zichtbaar op stedenbouwkundig niveau. Het lijkt alsof de tussenschaal, het menselijke niveau van de samenleving, volledig ontbreekt in het planningsproces. Stedenbouw gaat over grootschalige masterplannen en architectuur gaat over het individuele gebouw. Daartussen zit, behoudens een gapende leegte, helemaal niets. Hierdoor heeft stedenbouw nauwelijks een sociale component, hangen de meeste kleine steden en dorpen (waar het grootste deel van de Zwitsers woont) als los zand aan elkaar en wordt er niet bewust (of bewust niet?) over functiemenging, inbreiding en meervoudig ruimtegebruik nagedacht.

Innovatieve duurzaamheid

Ook de aandacht voor duurzaamheid komt er hier een beetje karig vanaf. Klimaatverandering is hier een krimpende Gletscher. En eigenlijk pas echt de moeite waard om over te praten, wanneer er daardoor minder toeristen komen. Net zoals de eindigheid van energievoorraden betekent dat er gewoon wat meer kernenergie uit Frankrijk wordt ingekocht. Duurzaam bouwen? Zolang aan de checklisten van het locale duurzaamheidslabel Minergie voldaan wordt, is het wel prima. En als daarin geen negatieve definitie staat van toxische materialen, kunnen die toegepast worden.

Dat je door slimme combinaties minder vierkante meters hoeft te bouwen, minder transportkilometers nodig hebt of minder grondstoffen gebruikt: dat maakt eigenlijk niet uit, dat levert geen punten op in de scoringsmatrix. Bouw gewoon lekker massief met meer dan genoeg materiaal, dat functioneert immers al decennialang.

Crisis = Kans

Natuurlijk ben ik me er terdege bewust, dat een crisis van omvang behoorlijk desastreus kan zijn voor alle betrokkenen. En natuurlijk ben ik me ook bewust van de gevleugelde woorden “don’t bite the hand that feeds you”. Maar toch: ik denk dat het goed zou zijn wanneer Zwitserland eens in een goede crisis terecht zou komen.

Een crisis, die ernstig genoeg is om het systeem in alle opzichten eens goed door elkaar te schudden. Een crisis, die mensen dwingt eens goed na te denken over de manier waarop de samenleving georganiseerd zou moeten worden. Een crisis, die tot een herijking van de architectuurpraktijk leidt, die doet beseffen dat architectuur niet alleen over bouwen gaat, maar nog veel meer over mensen en hoe ze samenleven. Een kritische blik op de betekenis en functie van architectuur is naar mijn idee een beter plan dan voor veel te veel geld geile gevels te bouwen…

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels