blog

Duurzaamheid als motor van fysieke vernieuwing

Architectuur

Als geen ander heeft Thomas Rau de duurzaamheidsarchitectuur verlost van het clichébeeld van het grasdak met een geit erop. Ook heeft hij bijgedragen aan de emancipatie van de architectuur van de duurzaamheid. De ontwerpen van zijn bureau illustreren een tweede generatie in de duurzaamheidsarchitectuur en bedienen zich van het internationale neomodernisme, waarin grote vormvrijheid- en dus veel onderhandelingsruimte- bestaat. RAU maakt gebouwen van glas en staal met af en toe een blob. Eind november ontving hij de ARC13 Oeuvre-Award.

Duurzaamheid als motor van fysieke vernieuwing

Thomas Rau zit niet om een woordje verlegen, zo bleek uit het dankwoord dat hij uitsprak bij de aanvaarding van de ARC13 Oeuvre Award in voetbalstadion De Kuip. Hij deed dat zonder iets over architectuur of zijn eigen ontwerparbeid te vertellen en spitste zijn verhaal toe op zijn idealen en de ecologische dreiging van het moment. Knap was dat daarbij ook gelachen mocht worden. Behalve geestig, is dat ook noodzakelijk. Het duurzaamheiddebat heeft eloquente pioniers nodig.

Positionering binnen het vak

Toch vind ik de stellingname van Thomas Rau problematisch. Hij kreeg de prijs immers niet voor een oeuvre van goede bedoelingen. Tevergeefs zocht ik in zijn verhaal naar een positionering binnen het architectuurvak zelf. Het werd mij niet duidelijk hoe het begrip duurzaamheid aan kan grijpen op de ontwerparbeid, anders dan door te suggereren dat ontwerpers goed op de hoogte moeten zijn van de allerlaatste technische snufjes, reken- en certificeringsmethoden om duurzame plannen te kunnen maken.

Liander Duiven
Herhuisvesting regiokantoor Duiven. Beeld: RAU architecten

Smaakvolle techniek

Onbedoeld bevestigde Thomas Rau een nieuw cliché: dat van duurzaamheid als ‘smaakvolle techniek’, waarbij het ontwerp slechts een integratieprobleem is. De architectuur van de duurzaamheid ontwikkelt zich tot het functionalisme van de 21-ste eeuw, gematerialiseerd in gladde en niet zo gladde recyclebare kunststoffen en voorzien van alle windmolens, warmtepompen, energieopwekkende maatregelen die helpen om de ecologisch dreiging van het moment het hoofd te bieden.

Motor achter fysieke vernieuwing

Op dezelfde avond ging het in De Kuip over de toekomst van Rotterdam Zuid, een gebied ter grootte van de stad Eindhoven dat kampt met kolossale achterstanden in inkomen, opleidingsniveau, arbeidsparticipatie en wooncomfort. Mede door het onverantwoordelijke investeringsbeleid van twee grote locale corporaties, zijn voorlopig geen grootschalige interventies van institutionele partijen meer te verwachten. Duurzaamheid lijkt in deze context een luxeprobleem, maar zou paradoxaal genoeg ook een van de motoren achter de fysieke vernieuwing van Rotterdam Zuid kunnen zijn.

Kleinschalige vernieuwing

De bijbehorende subsidie- en financieringsconstructies vormen een van de weinige investeringsstromen die nog lopen. Het zou voor de ontwerperswereld niet alleen een uitdaging moeten zijn om daar beweging in te krijgen, bijvoorbeeld door zich te richten op kleinschalige investeringen door niet-institutionele belanghebbenden, maar ook door zich rekenschap te geven van de ecologische realiteit van deze eeuw.

Dierbaarheid als pijler

Ik denk dat die realiteit precies zo grimmig is als Rau die voorstelt, maar ook veel complexer. Wanneer wij het hebben over duurzaamheid kan de architectuur zelf niet buiten schot blijven. Corporatiedirecteur Frank Bijdendijk vatte zijn ambities ooit samen in de term dierbaarheid. Dat lijkt mij een cruciale pijler onder de duurzaamheid van de derde generatie. Architecten kunnen niet heen om de kwestie van de aanvaardbaarheid van architectonische beelden en constructies op lange termijn. Schoonheid en veranderend gebruik doen ertoe. Renovatie ontwikkelt zich tot een nieuw ontwerpdomein.

Maatschappelijke inbedding

Daarnaast bestaat zoiets als de financiering en de maatschappelijke inbedding van gebouwen. Zijn architecten in staat om bij te dragen aan de verduurzamingprogramma’s van de woningvoorraad en zijn zij in staat om herhaling van de schrale producten van voorgaande energiebeheersingprogramma’s te voorkomen? Zijn zij bij machte om hun eigen werk aan te scherpen en gelijktijdig te participeren in de beleidsvorming? En blijft, nu wij de pioniersfase van de duurzaamheid achter ons kunnen laten, het gesprek over de verhouding tussen architectuur en duurzaamheid onderwerp van slogans of kan zich dat ontwikkelen tot een rijkere conversatie?

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels