blog

Het interieur van de Rotterdam

Architectuur

Dankzij mijn bouwkundige achtergrond (TU Delft) heb ik een zwak voor de Rotterdam, de recent opgeleverde hoogbouw ontworpen door OMA. Tijdens mijn opleiding werd mij de liefde voor het gedachtegoed van Koolhaas bijgebracht en tijdens vele uren vormstudie leerde ik abstracte volumes en vlakken op aantrekkelijke wijze ten opzichte van elkaar te positioneren tot een samenhangende compositie. Ik ben dus bevooroordeeld.

Het interieur van de Rotterdam

Elke mening die ik heb over het gebouw, zijn programma en de gevolgen voor de stad en Kop van Zuid wordt gekleurd door het feit dat ik het gebouw niet meer weg wil denken uit het stadsbeeld. Deze potentiële verticale stad met haar metropolitane belofte imponeert me.

Om enigszins vat te krijgen op het gebouw, besloot ik me tijdens de persbezichtiging van vorige week donderdag te richten op het interieur. Ondanks het feit dat er nog veel gedaan moet worden, is een aantal observaties te maken

Ritme en detaillering

Een week voordat ik de Rotterdam bezocht, schreef Guardian-journalist Oliver Wainwright een uitgebreid verhaal over het gebouw. Hierin haalt hij Rem Koolhaas aan, die slechts oog lijkt te hebben voor de perceptie van het gebouw vanuit de omgeving. Hierdoor was ik bang dat een bezoek aan het interieur zou tegenvallen. Maar als je vanuit de omgeving onder de luifel stapt, klopt het beeld met dat wat je van OMA verwacht: het strakke ritme van de kolommen komt terug in de simpele roostervlakken en het licht van TL-balken. De strakke detaillering versterkt de ruimtelijkheid en geeft het geheel een cleane uitstraling.

Aannemersdetails

Over de ontvangsthal kan in feite hetzelfde gezegd worden. Wie oog heeft voor detail, ziet iets uitzonderlijks dat in eerste instantie niet opvalt. Veel Nederlandse gebouwen hebben last van aannemersdetails. Dat houdt in: robuuste standaardoplossingen die zorgen voor complicaties op ontmoetingspunten. In andere gevallen worden door de ontwerper bedachte materialiseringen niet zorgvuldig gedetailleerd, wat ook weer leidt tot halfbakken oplossingen. Op de begane grond van de Rotterdam niets van dat alles: natuurstenen vlakken staan strak in het gelid, de aansluiting tussen glazen borstwering en verdiepingsvloer is mooi vormgegeven, de metalen vloerplaten op de parkeerverdieping glanzen en sluiten naadloos aan op elkaar en de randen. Hier verraadt zich het feit dat buitenlandse aannemers zich over de Rotterdam ontfermd hebben toen de crisis in 2001 alle Nederlandse partijen afschrikte. Blijkbaar zijn buitenlandse aannemers niet bang voor uitdagingen. Niet voor niets zei Koolhaas tijdens de persbijeenkomst dat de crisis voor de Rotterdam als een zegen kwam.

Kolommen

Wie zoekt, zal vinden. Het is niet veel, en zeker niet in het oog springend, maar het handschrift van OMA valt zeker te ontwaren in het interieur. De grote kolommen in de centrale hal zijn niet afgewerkt met natuursteen. Het lijkt toeval, of iets dat de komende maanden nog opgelost zal worden. De rest van het interieur is immers ook afgewerkt met natuursteen. Maar projectarchitect Kees van Casteren bezweert me dat het opzet is.

Sublieme detaillering

Het doet me denken aan het essay ‘ The Sublime experience in architecture’ (Arie Graafland, The socius of architecture, 010 Publishers, 2000). Arie Graafland schrijft hierin dat Koolhaas zijn details niet vormgeeft om schoonheid teweeg te brengen, maar een sublieme ervaring op te roepen. “Expressive elements that please the eye are omitted”, aldus Graafland. Over de Kunsthal schrijft hij: “The details refer not so much to the building itself as to the idea of it.” En datzelfde kun je ook zeggen voor de kolommen in de centrale hal van de Rotterdam. terwijl de strakheid van de detaillering op de begane grond in zichzelf een soort schoonheid heeft die som van de toegepaste materialen overstijgt, zijn de kolommen een referentie naar het wezen van het gebouw.

Messing

Tevens een vermelding waard zijn de messing onderdelen in het gebouw. Een aantal counters in het entreegebied is opgetrokken uit deze legering, die subtiel verwijst naar de maritieme context. Het mooist echter is het materiaal toegepast in de liftentrees. De dubbelhoge en diepe ruimtes zijn volledig bekleed met messing. Het licht weerkaatst op de oppervlakken en creëert gespannen verwachtingen bij de bezoekers. Het geeft een duidelijk contrast met de natuursteen bekleding van de rest van de begane grond en zorgt voor een passende prelude op de hoogbouw.

Het vervolg: NHow

Voor OMA is de bemoeienis met het interieur nog niet klaar. Dankzij inspanningen van de huidige directeur en de creative manager van het NHow hotel, heeft OMA de opdracht gekregen het interieur voor het hele hotel te ontwerpen. Het budget is krap, wat de verwachtingen enigszins tempert. Laten we hopen dat gewerkt gaat worden met een buitenlandse aannemer…

 

Tijdens de werkzaamheden bleken opeens toiletten te ontbreken op de begane grond. Deze zijn op de valreep nog ontworpen. Een goed bordje ontbreekt nog…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels