blog

De toekomst van de binnenstad

Architectuur

Steden zijn ons betere zelf. De vroegste steden waren magische plekken. Zij werden gebouwd ‘to put the gods into their shrines’, zoals Mumford het citeert. De stad bootste de hemelse orde na. Tempels moesten de goden huisvesten. Alleen al de aanblik van deze huizen herinnerde de mens aan zijn plichten ten opzichte van het Hogere.

De toekomst van de binnenstad

 

 

Na de goden kwamen de wereldse machten. Trots regeerden koningen over het land. Hun citadellen boezemden ontzag in. Terecht: ze waren de uitvalsbasis voor machtige legers die de Koninklijke decreten kracht bijzette. Achter de sterke muren was er het ambtelijke en gerechtelijke apparaat, dat de staatsmacht reguleerde vanuit trotse paleizen – natuurlijk minder groot dan die van de koning, maar nog steeds ontzagwekkend. De stedelijke structuur weerspiegelde de wereldlijke orde zoals die moest zijn. De mensen wisten wat ze binnen die orde moesten doen.

Gouden Eeuw

Nog steeds vormen kerk en overheid de kern van veel binnensteden, maar de loop der eeuwen heeft meer idealen in steen achtergelaten. De handelshuizen uit de Renaissance en onze eigen Gouden Eeuw bijvoorbeeld: zij drukken het ideaal van de handelaar uit, die de net ontdekte werelddelen verkent. En natuurlijk daarna de industriële revolutie. Verblind door de kracht van de stoommachine bouwden we fabrieken in de binnenstad. De mens werd arbeider. Hij moest met zweet en machines de aardse grondstoffen tot producten maken. Nog steeds zijn de industriële complexen zichtbaar in de structuur van onze steden, en soms ook fysiek aanwezig.

Consumentenparadijs

Aan het eind van de 20e eeuw waren godsdienst, overheid, handel en industrie ingeruild voor de nieuwe drijvende kracht van de samenleving: de consument. Na kerk, paleis, grachtenpand en de fabriek, werden warenhuis en koopgoot het symbool van de binnenstad. De mens moest zichzelf realiseren. Dat deed hij door dingen en belevenissen te kopen. De binnenstad werd consumentenparadijs.

Rafels van onze uitgewoonde idealen

De huidige binnensteden illustreren een verlies van een leefstijl. De lege winkels zijn de rafels van onze uitgewoonde idealen. Onze? Jazeker: onze. Want we kunnen wel wijzen op de ontwikkelaars en de eigenaren die al die zielloze geraamtes hebben neergezet in onze winkelstraten. We waren zelf niet beter toen we een huis kochten met de gedachte slapend rijk te worden. De verkoopbaarheid was belangrijker dan onze eigen identiteit, onze eigen passies, ons eigen wezen in huizen te leggen. Het gevolg: even zielloze huizen als winkelstraten.

Nieuwe idealen

Welnu, de bubbel is gebarsten. We zullen ons verlies nemen, en nieuwe idealen moeten formuleren. De toekomst van de binnensteden is politiek: hij is wat wij willen dat hij is. Willen we de gemeenschap als ideaal in ere herstellen, geïnspireerd op de polis van het oude Griekenland? Dan zullen wij pleinen en gebouwen moeten ontwerpen waar mensen gezamenlijk kunnen leven en discussiëren. Willen we een groene stad zijn, waar we één met de natuur leven? Ook mogelijk: we maken ruimte voor zonnecellen, stadsparken en gezond voedsel. Of willen we liever onderdeel zijn van een grotere gemeenschap, waarbij we niet met elkaar, maar met de wereld communiceren? Ook goed, dan zullen datacentra de nieuwe kathedralen zijn, met tablets en laptops als talloze altaartjes.

De binnenstad is ons zelf in steen, aarde, metaal en beton. De toekomst van de binnenstad is onze toekomst. Het gaat om onze leefstijl, onze idealen, ons betere zelf. Aan ons de keuze.

In aanloop naar de RUIMTEVOLK Expeditie op donderdag 21 november hebben wij een verschillende sprekers gevraagd een blog te schrijven. Vandaag Hans Peter Benschop over De toekomst van de binnenstad. De deelsessie van Hans Peter Benschop is op 21 november om 14.15 uur.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels