blog

Das gehört da hin!

Architectuur

Per toeval kwam ik afgelopen week erachter dat in Hannover het “Schloss Herrenhausen” wordt herbouwd. Het oude kasteel van de Hannoversche vorsten is na oorlogsschade afgebroken en over bleef alleen de grote tuin – de in die streek beroemde “Herrenhäuser Gärten”. Op navraag bij mijn Duitse neef, waarom Duitsland toch zo een drang heeft om al haar imperialistische gebouwen te herbouwen, twitterde hij terug: “Das gehört da hin!”

Das gehört da hin!

 

De reactie van mijn neef ‘dat het kasteel daar gewoon hoort’, vond ik eerst een beetje vreemd. Kijk bijvoorbeeld naar Berlijn: het voormalige regeringsgebouw van de DDR, het ‘Palast der Republiek’, werd afgebroken om het voormalige regeringsgebouw van Pruisen, het ‘Stadtschloss’, te herbouwen. Beide gebouwen hebben dezelfde context en dezelfde historische betekenis. Wie bepaald welke geschiedenis de juiste is?

Het banale werk

Dit soort vragen komen ook in mijn banale dagelijkse werk voor. Een klassieke discussie met welstand gaat over het wel of niet afsluiten van groene plantsoenen tussen naoorlogse gebouwen. ‘De bedoeling van het stedenbouwkundig concept was dat ze open zouden blijven.’ Ja, natuurlijk.

Maar inmiddels hebben mensen zich de gebieden al lang toegeëigend en met schuttingen afgesloten. Wat is dan de ‘juiste’ geschiedenis? Een plan uit een tijd dat moeder voor de deur aardappelen schilde? Of wat het nu is? Een buurt waar mensen in een eigen achtertuin willen wonen. Een maatschappelijk ideaal als reden voor behoud snijdt geen hout te. Dat is net zo tenenkrommend als dat Berlijn kost wat kost de DDR geschiedenis probeert kwijt te raken.

Van Pruisen naar Puisten

En toch triggert het mij wanneer iemand zegt: ‘dat hoort daar gewoon.’ Het klinkt arrogant, alsof één persoon beweert te weten wat goed is. Maar je kunt het ook als een opgave opvatten, als uitgangspunt voor denken en ontwerpen. Hoe langer ik aan de bestaande stad werk, hoe meer me opvalt dat de moderne, conceptgerichte houding van architecten een soort ‘puistenstad’ heeft opgeleverd.

Of het gaat om architectonische of stedenbouwkundige renovatie: het overgrote deel van de aanpassingen is het maken van iets nieuws dat zich in de eerste plaats afzet tegen de omgeving. De motivatie is ‘ik bouw wat ik wil’ en niet ‘ik bouw wat daar hoort’. Het resultaat zijn oplossingen als puisten in de stad. De volgende generatie probeert ze uit te drukken.

Momenteel is dat heel extreem, doordat nu – in een tijd van achteruitgang en crisis – veel wordt opgeleverd uit een tijd van verspilling en overdaad. In die zin is een wit ligbad naast een historisch museum niet veel anders dan een mintgroene luifel met een schuine paal erdoorheen boven de entrees van naoorlogse flatgebouwen. Mijn neef zou zeggen: ‘das gehört da nicht hin!’

Woningen kun je niet restaureren

Het is niet voor niets dat de renovatieopgave van woningbouw vooral inhoudt het ongedaan maken van eerdere renovaties. Er komen dan ineens gebouwen tevoorschijn, die je nu had kunnen ontwerpen. In architectonisch opzicht zijn ze vaak zelfs veel beter dan nieuwbouw.

Maar woningbouw kun je nooit of hoogst zelden restaureren. Woningen moet je renoveren om ze weer betekenis te geven in een veranderende woningmarkt. Daarvoor heb je nieuwe elementen nodig: ruimere entrees, meer bergingen, veilige voordeuren en ga zomaar door.

Geen ruimte om goed te kijken

Als je op zoek bent naar ‘wat daar hoort’, moet je eerst goed kijken ‘wat daar nu staat’. En dat gebeurt bijna nooit meer. Architecten zijn volledig getraind op het ontwikkelen van een concept. In de praktijk is er ook nauwelijks (financiële) ruimte om grondige analyses uit te voeren. Terwijl investeren in analyse veel geld zou schelen. Ingrepen en vernieuwingen die voortbouwen op bestaande principes zijn immers met minder risico’s verbonden, zijn duurzamer en betaalbaarder uit te voeren.

Moet het dan allemaal zo blijven als het is?

Dat lijkt me sterk. Ik denk dat een boel moet veranderen en wij als architecten de meest aangewezen beroepsgroep zijn om in dit tijdperk van transitie vorm te geven aan vernieuwing.

Maar ik zou het geweldig vinden als de revolutie van mijn generatie architecten een bijzondere wordt. Waarbij je het niet nodig hebt om alles anders te doen, maar je in staat bent om verandering door voortzetting te bereiken. Voor wat er gebouwd wordt, is dit misschien het einde van de spectaculaire plaatjesarchitectuur. Voor onze stad zou het een revolutie zijn, als we konden zeggen: ‘das gehört da hin’!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels