blog

Crisis in tentoonstellingsontwerp?

Architectuur

Een bestaande tentoonstellings-inrichting laten staan en hergebruiken voor een nieuw evenement: klinkt simpel. Maar de ene expositie is de andere niet. Een slimme strategie is nodig om iets wat er is, geschikt te maken voor wat komen gaat. Enter Superuse studio’s (voorheen 2012 Architecten). Voor OBJECT Rotterdam hergebruikten ze de inrichting van de Louis Kahn-expositie uit het NAi.

Crisis in tentoonstellingsontwerp?

Nieuwe elementen van afgedankte rioolbuis en slimme perforaties in de aanwezige wanden zouden van de gesloten tentoonstellingsinrichting een open beursvloer maken.

Het liep uiteindelijk anders. Het Nieuwe Instituut besloot om na de afloop van de designbeurs OBJECT Rotterdam de, toch echt als tijdelijk bedoelde, Kahn-inrichting óók te hergebruiken voor een daaropvolgend evenement. De perforaties die Superuse Studio’s wilde aanbrengen in de wanden van het tentoonstellingsinterieur mochten daarom niet worden doorgevoerd, waardoor de beoogde transparantie niet is gerealiseerd.

leiden en ordenen

Dit gegeven intrigeert mij, vanwege de mogelijke implicaties die het kan hebben voor de betekenis van scenografie en tentoonstellingsontwerp. De Kahn-expositie in het NAi was inhoudelijk een vrij complexe aangelegenheid. Er was dan ook een duidelijke rol weggelegd voor de inrichting: die moest de sfeer van de architectuur van Louis Kahn ademen, de bezoeker door de tentoonstelling leiden en het geëxposeerde thematisch ordenen.

Hiertoe werd de Zwitserse architect Dieter Thiel aangetrokken, iemand die ruimschoots zijn sporen in de scenografie heeft verdiend. Het resultaat mocht er zijn: de geometrische monumentale architectuur van Kahn zag zich weerspiegeld in de inrichting, met sterke thematische ruimtes die van elkaar werden gescheiden middels een gangenstelsel.


Links de Louis Kahn-tentoonstelling (foto: Carel van Hees), Rechts de tentoonstellingszaal van het NAi na OBJECT Rotterdam (foto: Denis Guzzo)

Perforaties

De zes meter hoge muren domineren ook nu nog de grote tentoonstellingszaal van het NAi. De financiële overweging om de inrichting te laten staan betekende voor Superuse Studio’s een flinke uitdaging. Want hoe transformeer je een streng en hiërarchisch interieur tot een lichte beursvloer met de benodigde voorzieningen, waar bezoekers zich kunnen oriënteren en visuele verbondenheid gewenst is?

Rioolbuizen

Een deel van de oplossing werd gevonden in de ingenieuze toepassing van rioolbuizen. Deze zijn onder andere aaneengeschakeld tot ontvangstbalie, bar, informatiecentrum en hadden in het oorspronkelijke plan op cruciale punten in de expositiewanden perforaties moeten aanbrengen.

Met de ogen dicht kun je je voorstellen welk effect de voorgestelde ingreep van Superuse zou hebben gehad op de ruimte. Met dat beeld op mijn netvlies betrad ik gisteren de beursvloer van OBJECT. Het was leuk om te zien hoe de serieuze tentoonstelling van Kahn had plaatsgemaakt voor een speelse beurs, waar de mensen en de objecten de kleur bepaalden en de inrichting was gereduceerd tot achtergrondscherm.

De wanden waren wit geschilderd, op een grijs vlak hier en daar na, waardoor de (toegepaste) kunst alle kans kreeg om te schitteren. Maar het was duidelijk waar de schoen knelde en waar Superuse een oplossing voor had proberen te vinden. De gangen lieten zich maar lastig inpassen in het beursconcept en het was lastig oriënteren tussen de massieve muren.

De inrichting van OBJECT Rotterdam. Foto Denis Guzzo

Toe- en knieval

Waar in het eerste gebruik een zorgvuldige scenografie was uitgewerkt, was er bij het tweede gebruik van een gedeeltelijk uitgevoerde, geïmproviseerde scenografie. Ergens is dit helemaal in de geest van de huidige tijd en de strategie die Superuse heeft gehanteerd mag in dat licht intelligent worden genoemd en navolgenswaardig.

Resteert de vraag wat er met het tentoonstellingsinterieur gaat gebeuren als OBJECT is afgelopen. Zal er op het Kahn-thema een nieuwe jazz-improvisatie gemaakt worden? Als dat het geval is, dan loont het wellicht de moeite om eens dieper in dit fenomeen te duiken. De meester van de vaderlandse tentoonstellingsarchitectuur, Hermann Kossmann, omschrijft een expositie als een multidimensioneel verhaal dat zich ontvouwt in ruimte en tijd door de beweging van de bezoeker.

Frank den Oudsten voegt daar aan toe, dat een expositie-ontwerp zich altijd verhoudt tot het werk van de curator, dat hij ondersteunt met grafische, ruimtelijke, optische en multimediale middelen. In beide definities is weinig ruimte voor toe- en knieval.

Foto Denis Guzzo


Foto Denis Guzzo

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels