blog

De cirkel is rond voor de Kleiburgflat

Architectuur

Dit weekend gaf minister Blok het startsein voor de renovatie van de Kleiburgflat in de Amsterdamse Bijlmermeer. Daarmee is de laatste originele honingraatflat uit 1971 gered van de sloop. Zo is de cirkel rond: de ‘lelijkste plek van Nederland’ is opnieuw een hypermoderne woonvorm. Jeroen Visser legt dit vast in de documentaire Kleiburg – de laatste Bijlmerflat, die vanaf donderdag tot en met zondag is te zien op het AFFR. Maar voor hoe lang?

De cirkel is rond voor de Kleiburgflat

Toen filmmaker Jeroen Visser financiële ondersteuning voor zijn documentaire aanvroeg, was nog niet bekend of de Kleiburgflat zou worden gerenoveerd of gesloopt. Woningcorporatie Rochdale dacht aan het laatste, aangezien het verloederde Kleiburg een blok aan hun been was. Te duur om te renoveren en door de zwakke woningmarkt onmogelijk te verkopen. Ook sloop zou de corporatie miljoenen kosten. Daarom besloot Rochdale twee jaar geleden de flat te verkopen voor 1 euro, aan diegene die een rendabel en toekomstbestendig plan zou maken.

Maakbaarheid van het geluk

Consortium DeFlat pakte de handschoen op en maakte samen met NL architects een ontwerp waarin de publieke delen van de Kleiburgflat worden vernieuwd en waarin de 500 woningen worden aangeboden als klushuizen. Achter de voordeur kunnen de bewoners alles doen wat ze willen. Ze kunnen appartementen boven of onder elkaar koppelen of woningen naast elkaar samenvoegen, of met een hele familie een halve galerij kopen.

Geïnteresseerden op de open dag van de klushuizen in de Kleiburgflat.

Vereiste van Rochdale was dat dit jaar 70 woningen moesten zijn verkocht voor aanvang van de verbouwing. Dat is in minder dan drie maanden tijd gelukt. Voor de tweede serie kluswoningen, die vanaf deze maand te koop staan, zijn ook veel gegadigden, gezien het aantal uitstaande opties. Geen wonder, het zijn de betaalbaarste woningen in Amsterdam (een woning van 65 m2 kost 65000 euro) en ze zijn naar eigen wens vorm te geven.

Een welkome ontwikkeling voor documentairemaker Visser. Nu eindigt hij zijn film met beelden van de aspirant-kopers die de kwaliteiten van de cascowoningen en de omgeving roemen (grote woonoppervlaktes, uitzicht, gelijkgestemde buren). Een mooie herhaling/verwijzing van het begin van de film, die de eerste gezinnen laat zien die begin jaren zeventig vol optimisme hun flatwoningen in de Bijlmermeer betreden. De cirkel is dus rond. De kopers van de kluswoningen zijn wederom overtuigd van de maakbaarheid van het eigen geluk, en het kunnen beïnvloeden van de omgeving. Er heerst dezelfde stemming als toen de Bijlmerflats voor het eerst verrezen begin jaren zeventig, en een nieuwe manier van wonen binnen bereik kwam.

Stad van de toekomst

“De Bijlmermeer was stralend nieuw”, blikt architect Kees Rijnboutt terug in de film. “Een nieuwe tijd kwam er aan en wij architecten en stedebouwers zouden wel eens laten zien wat er allemaal kon in woningbouw.” De brochures prezen de flats aan als ‘Wonen in de toekomst’. Verhalen en foto’s van oud-bewoners bevestigen dit ideaalbeeld: kleine kinderen leerden fietsen in de ruime woningen (“eindelijk volkshuisvesting met woningen van 100 m2”), speelden op de 4 kilometer lange galerij met de buurkinderen, of schommelden tussen de woonkamer en keuken. Een voormalige bewoner noemt de Kleiburgflat een ‘paradijs op aarde’.

Architect Peter Dautzenberg, directeur van het Bijlmermuseum, maakt duidelijk hoe de oorspronkelijke plannen van de Bijlmermeer een luxe en comfortabel leven beloofden. “Je reed naar huis en parkeerde je auto, liep droog naar de brede binnenstraat van je flat, waar je je medebewoners ontmoette en dan via een luxe lift over een overdekte galerij naar je eigen, ruime woning wandelde.”

‘Sociale woningbouw van 100 m2’. Voorbeeldwoning Bijlmerflat in de originele verkoopbrochure.

Barsten in het ideaal

Visser toont archiefbeelden van de voltooide honingraatflats in al hun glorie, door Kamiel Klaassen van NL architects bewonderend de ‘Mercedessen onder de betonbouw’ genoemd. In vogelvlucht oogt de wijk, zeker met de spectaculaire metrolijn die op hoge palen dwars door de wijk glijdt, als een futuristische, perfecte stad uit een science fictionfilm.

Helaas kent iedereen de realiteit. De Amsterdammers voor wie de Bijlmerflats waren bedacht, trokken massaal naar omringende gemeentes waar ze rijtjeshuizen kochten met een tuintje. Amsterdam kon de nieuwe wijk onvoldoende bestuurlijk begeleiden en richtte de aandacht op de stadsvernieuwing in het centrum. Collectieve voorzieningen als winkels, buurthuizen en sportvelden kwamen er door geldgebrek niet meer. Terwijl de machines doorbouwden, zakte de Bijlmermeer weg in vergetelheid. De stroom immigranten uit de Nederlandse koloniën die er belandde, behoedde de wijk eigenlijk voor een nog eerdere mislukking.

Still uit de film Kleiburg – de laatste Bijlmerflat.

‘Lelijk en onmenselijk’

Van een paradijs werd de wijk een hel op aarde. “Alles wat eerst goed was aan de Bijlmer, was nu fout”, verwoordt een oud-bewoner de ommekeer van ideaal naar mislukking. Visser wil naar eigen zeggen met zijn film aantonen dat de samenleving niet zo maakbaar is als we denken en dat zowel architecten als politici zich zwaar hebben verkeken op de Bijlmer. Repetitieve galerijflats, ruw beton, publiek groen en andere modernistische grote gebaren leken de laatste jaren inderdaad aan populariteit te hebben ingeboet. De Bijlmerflats en soortgelijke naoorlogse betonbouw zijn in de publieke opinie heel lang als ‘lelijk’ en ‘onmenselijk’ weggezet.

Blijkbaar niet voor de nieuwe eigenaren in de Kleiburgflat, de kopers van de kluswoningen. Waarom niet? Natuurlijk komen veel specifieke problemen uit de jaren zestig en zeventig nu niet meer voor. Maar je blijft na het zien van de documentaire achter met de vraag waarom de nieuwe eigenaars en bewoners van de Kleiburgflat wél kansen op geluk zien in de Bijlmermeer. En met de vraag of, als als deze flat toch niet zo kansloos is als gedacht, ook soortgelijke, leegstaande gebouwen kunnen worden gered van de sloop?

Door Consortium DeFlat ingerichte modelwoning in de Kleiburgflat om kopers voor de klushuizen te trekken.

Van top down naar bottom up

Een van de redenen is het kluswoonconcept. Dit is het afgelopen decennium opgedoken als een van dé oplossingen voor het herontwikkelen van afgedankte gebouwen. Biedt een leeg gebouw aan met de belofte achter de voordeur volledige vrijheid te hebben wat betreft afwerking, indeling en inrichting van de woning en koopkrachtige, ‘maatschappelijk betrokken’ belangstellenden stromen toe. De opkomst van deze meer consumentgerichte manier van ontwikkelen, inspelend op de vraag van consumenten naar persoonlijke producten die met inspraak van henzelf tot stand komen, raakte in een stroomversnelling toen door de crisis traditionele financierings- en ontwikkelmodellen wegvielen en er beleidsmatig meer ruimte voor werd gecreëerd. Waar de woningmarkt vroeger overzichtelijk was, zijn de woonwensen steeds verder gedifferentieerd.

Intensief proces

De nieuwe bewoners van de Kleiburgflat zijn een kleine groep, die de vrijheid hun eigen omgeving vorm te geven ook daadwerkelijk aan kunnen. Dat betekent niet dat je ze zomaar overal los kunt laten. Deze woonconsumenten vragen om ‘cocreatie’. In haar onderzoek De kracht van cocreatie beschrijft Sterre Hijlkema van de Universiteit Utrecht aan welke voorwaarden zo’n kluswoonconcept moet voldoen wil het een manier zijn om leegstand te bestrijden. Aanbieders dienen diepe zakken te hebben, al delen zij de risico’s met de kopers. Het gebied moet aantrekkelijk worden gemaakt voor toekomstige bewoners, wat in het geval van de Bijlmer ook is geholpen door de aanpak van de rest van de wijk en door de bewogen geschiedenis van het stadsdeel. Fasering van het project, intensieve begeleiding, transparantie en een continue dialoog tussen aanbieders en kopers zijn namelijk onmisbaar: consumenten dienen veel inzicht te krijgen in de mogelijkheden om geen onredelijke verwachtingen en teleurstellingen te hebben.

Ook is het belangrijk onderling contact tussen de verschillende kopers te stimuleren, om zo een sociale component bij de woningen aan te kunnen bieden. Die heeft ook weer financiële voordelen: klussers kunnen samen materialen of arbeid inkopen. Consortium DeFlat maakte daarom meteen een Facebookpagina, om een online community te vormen rondom de Kleiburgklussers, en bedacht een reality-televisieserie rondom de eerste klussers. Media-aandacht deed de rest. Inmiddels stromen de kopers toe en kon minister Blok dit weekend het startschot geven voor het project.

Dit soort processen vragen dus om meer tijd en energie dan het bedenken van een woonwijk achter de tekentafel én om een gebouw of gebied dat de pioniersgeest prikkelt. De Kleiburgflat is (voorlopig) gered en de aanpak van DeFlat een goed voorbeeld, waar andere eigenaren van op het oog afgeschreven architectuur zich door moeten laten inspireren. Of het kluswoonconcept echt een wondermiddel is, zien we hopelijk over veertig jaar in een nieuwe documentaire over de Kleiburgflat.

Kleiburg – de laatste Bijlmerflat is te zien op het Architectuur Film Festival in Rotterdam op zaterdag 12 oktober om 15:30 uur en zondag 13 oktober om 22:00 uur. Ook is de film nog te zien op zaterdag 26 oktober in Groningen en in Heerlen. Kaartjes zijn te bestellen via deze link.

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels