blog

Wat brengt de Biënnale van Chipperfield?

Architectuur

Architectuur heeft vaste grond onder de voeten nodig, maar hoe zorg je daar voor? Een dergelijke vraag moet ten grondslag hebben gelegen aan de dertiende editie van de Biënnale. Onder de titel ‘Common Ground’ onderzoekt curator David Chipperfiled wat de architectuur bijeen houdt, niet wat ze uit elkaar drijft. Spijtig genoeg doet hij dit door vooral terug te kijken.

Wat brengt de Biënnale van Chipperfield?

Op de tentoonstelling Common Ground is van de crisis weinig te bespeuren. De Engelse architect David Chipperfield die dit jaar de tentoonstelling samenstelde, richt zijn pijlen vooral op de sterarchitectuur van de afgelopen jaren. Gebouwen zijn geen individuele spektakels, aldus Chipperfield, maar manifestaties van collectieve waarden en settings voor het dagelijkse leven. Om dit vermogen van architectuur te vieren, is de tentoonstelling van dit jaar gericht op zaken als continuïteit, context en geheugen. Chipperfield nodigde zo’n veertig architecten uit hun ‘commitment’ aan deze waarden ten toon te stellen.

Aansluiting op actualiteit?

Bijgevolg wordt op deze tentoonstelling vooral teruggekeken. De Italiaanse architect Aldo Rossi van de Tendenza-groep is nooit ver weg. De tentoonstellingen in de Arsenale en het Centrale Paviljoen in de Giardini lijken uit te moeten dragen dat de architectuur een solide en betrouwbare discipline is. Het bewijs dat het ontwerp wordt geschraagd door een architectonische cultuur, wordt overtuigend geleverd. Maar deze cultuur blijkt niet in staat aansluiting te vinden bij contemporaine thema’s.

Collectief kunstwerk

In een aantal gevallen is zelfs geprobeerd de tijden van weleer te doen herleven. Van Miroslav Šik’s tentoonstelling in het Zwitserse paviljoen valt weinig anders te maken. Šik ziet architectuur als een discipline die is gebaseerd op dialoog, een trage ontwikkeling doormaakt en een collectief kunstwerk is. In de hoofdruimte brengt hij in gigantische fotocollages het werk van drie bureaus samen, die een overeenkomstige benadering van architectuur hebben. Deze ‘analoge architectuur’ , een term waarmee Rossi in de jaren zeventig furore maakte, duidt op de bestaande omgeving, de atmosfeer ervan en de constructieve traditie.

Contact met de aarde

De fotomontage ‘Earth’ die Josep Lluís Mateo laat zien op de groepstentoonstelling ‘Traces of Centuries & Future Steps’ in Palazzo Bembo, verhoudt zich hier polemisch toe. De aarde vormt de grond van architectuur, maar maakt het architecten ook mogelijk om te vliegen. De aarde bestaat immers behalve uit grondsoorten en anorganische resten, ook uit lucht (wind) en water. Architecten doorboren de aarde en laten de krachten in haar afvloeien. Tegelijkertijd vormen ze de aarde, veranderen ze de topografie ervan, versterken ze de grond en bekleden ze het aardoppervlakte. De aarde vormt niet alleen het begin, maar ook het einde van de architectuur.

Om dit te onderstrepen, toont Mateo gelaagde fotocollages van de Filmoteca de Catalunya in Barcelona, waar bij de bouw archeologische resten uit de Middeleeuwen werden aangetroffen. Onder het hoofdkantoor van PGGM in Zeist is een ondergrondse parkeergarage aangelegd om een park mogelijk te maken. Bij de verbouwing van een oud landhuis in La Garrotxa (Girona) verankert een stenen muur het huis in de heuvel. In de woningen die Mateo ontwierp in Borneo, is het concept aarde verbonden met die van lucht en water.

Slim met bronnen omgaan

Voor Mateo is het probleem op welke plek we aankomen wanneer we in de wereld komen. De zoete illusie van een habitat in een gemeubileerd huis houdt geen stand. Als we de aarde bewoonbaar willen houden, zullen we op een slimmere manier moeten omgaan met de schaarse bronnen van betekenis, sympathie, initiatief en atmosfeer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels