blog

Wat dient Winy Maas?

Architectuur

Winy Maas ziet zichzelf als een dienende architect. De vraag is alleen: wat dient hij? Helder is dat hij het in ieder geval belangrijk vindt dat zijn gebouwen een bepaalde boodschap communiceren, vooral een publiek gebouw zoals de Boekenberg in Spijkenisse. Conceptuele architectuur, provocatie en humor zijn daarbij sleutelbegrippen.

Wat dient Winy Maas?

 

 

Na een bezoek aan de nieuwe bibliotheek van Spijkenisse kreeg ik de mogelijkheid om Winy Maas te interviewen. Tijdens ons gesprek vroeg hij mij: “bedoel je deze vraag in het algemeen op een theoretisch niveau of toegespitst op het ontwerp voor de Boekenberg?” En eigenlijk was ik benieuwd naar beide. Het resultaat is een boeiend interview over de Boekenberg, de kwetsbaarheid van architectuur, karaktervolle gebouwen en de kwinkslag van MVRDV.

Gelijktijdig met de publicatie van deze blog, is het zomernummer van de Architect uitgekomen. Hierin staat mijn projectbespreking van de Boekenberg. Wellicht van toegevoegde waarde om eerst dit artikel te lezen. Onderstaand interview is als het ware daar een verdieping op.

Lange rijen boeken onder een enorme glazen kap: de Boekenberg.  Fotograaf Jeroen Musch 

Vraag: Als ik het goed begrijp geven jullie met het ontwerp voor de Boekenberg antwoord op de vraag: Hoe krijgen we Spijkenisse aan het lezen?

Antwoord: Dat is een hele mooie headline. Ik kan daarmee leven en ik weet zeker dat de betrokken wethouder zich daarin kan vinden. Het gebouw is inderdaad aan de ene kant een advertentie voor lezen en voor de toegang tot kennis. Aan de andere kant is de Boekenberg een tombe, een sarcofaag, voor een uitstervend ras: het boek. Je zou het gebouw kunnen vergelijken met een feniks, een leeuw vol met boeken middenin Spijkenisse.

Om vorm te geven aan zowel de uitleenfunctie als de opslag van boeken, hebben we de bibliotheek groter gemaakt dan gevraagd. Er staan ook meer boeken in dan nodig is, dankzij onze oproep aan de bibliotheek om de oude, beduimelde exemplaren niet weg te gooien. Daarnaast is de inwoners van Spijkenisse gevraagd boeken te doneren.

Spijkenisse zet zich met de Boekenberg ook landelijk op de kaart.

In Spijkenisse leeft inderdaad het rare idee dat de gemeente niet gezien wordt in Nederland. Door te investeren in een nieuw theater, een nieuw winkelcentrum en de Boekenberg zet ze zichzelf meer in de kijker.

Maar je kunt deze ontwikkelingen ook beschouwen als een pamflet tegen de segregatie van de jaren zeventig. In die tijd zijn er in Nederland rond grote steden verschillende nieuwe kernen gebouwd, zoals Nieuwegein, Almere en ook Spijkenisse. Deze nieuwe steden kennen een vrij eenzijdige bevolkingsopbouw – zo ligt de universiteitsgraad lager dan het Nederlands gemiddelde. Ze willen daarom ook graag andere mensen aantrekken.

In veel projecten passen jullie social engineering toe. Kun je met architectuur mensen tot een bepaald gedrag aanzetten?

Dat lijkt me logisch, maar niet iedereen wil het uiteraard :). Steeds vaker zijn gebouwen zo neutraal mogelijk omdat flexibiliteit zo belangrijk is. Dit leidt tot slaapverwekkende gebouwen.

Wanneer is de social engineering van de Boekenberg geslaagd?

Dat is moeilijk te zeggen. Daarvoor zou je een goede evaluatie moeten opzetten. Maar wel pas na een testperiode van zeg een half jaar. Eerst moet aan alle gebruikers worden uitgelegd hoe het gebouw functioneert en vervolgens moeten ze de tijd krijgen het zich eigen te maken.

Villa VPRO wordt bijvoorbeeld nog steeds gemonitord. De vraag is of de VPRO betere programma’s is gaan maken sinds de omroep in de villa zit. Ik denk wel dat het gebouw de werknemers uit hun holletjes heeft gehaald. Ze zijn opgepept. Wellicht heeft dit geleid tot betere programma’s, maar dit is niet bewezen.

 Villa VPRO. Fotograaf Rob ’t Hart 

Een van de tools die jullie inzetten bij social engineering is volgens mij provocatie. Klopt dat?

Provocatie wordt door veel mensen als iets negatiefs beschouwd, maar dat zegt meer over de angst voor provocatie dan over de provocateurs zelf. Provocatie is een middel om grenzen te stellen aan ons denken en de mogelijkheden. Het helpt de bakens te verzetten. Zeker in tijden waarin alles zo wordt getemperd, is provocatie heel welkom.

Dit wil echter niet zeggen dat ik voor de belevingscultuur ben. Deze is een beetje overgepredikt en heeft geleid tot excessen en uitwassen die helemaal niet meer provocerend zijn, maar slechts gericht zijn op consumptie.

Het gebouw huist meer dan alleen een bibliotheek en opslag. In de berg zelf bevinden zich verschillende andere functies en op de korte termijn wordt als het goed is de plint ingevuld door commerciële partijen. Al deze andere functies lijken ondergeschikt aan de Boekenberg.

Dat klopt en dat was een bewuste keuze. De boeken vonden we belangrijker dan de andere functies. Tegelijkertijd hebben deze functies wel maat gegeven aan de Boekenberg. Het hele programma van eisen was zo groot dat wanneer je alles op elkaar stapelde dan kwam je tot een berg.

En dan heb je nog geen bibliotheek ontworpen. We besloten die bovenop en om de berg heen te maken. Je zou dus kunnen stellen dat al die extra functies, die deels verborgen zijn achter de boeken, de basis vormen van de bibliotheek.

Hoe is de uiteindelijke vorm van de bibliotheek ontstaan?

We wilden liefst een volkomen zichtbare boekenberg. Met een kap a la Buckminister Fuller of zoals bij zo’n sneeuwspeeltje.. Maar dat ging niet. Een dergelijke koepel werd niet geaccepteerd op die plek. Te groot. Vervolgens hebben we geprobeerd binnen de door de gemeente gestelde randvoorwaarden een zo groot en transparant mogelijke ‘koepel’ of stolp te maken.

De stedenbouwkundige stelde echter als eis dat het gebouw niet te hoog mocht worden en dat het gebouw aan alle zijden in een hoek van 45 graden afgesneden moesten worden. De maximale vorm die overbleef was een enorme ‘schuur’. Die vorm past eigenlijk wel bij Spijkenisse, als een verwijzing naar het landbouwverleden. En het laat zien dat de stad ook geen dorp meer is. En uitvergrootte schuur.

Het buurtje dat we erachter hebben ontworpen, voldoet aan dezelfde stedebouwkundige eisen. Dit heeft geresulteerd in rare, grote huizen. Eentje staat zelfs scheef omdat die toevallig op de oprit van de parkeergarage staat.

Buckminister Fuller, Expopaviljoen Montreal, 1967

Ik lees dit buurtje rondom de Boekenberg als een boerenerf met bijgebouwen en een grote schuur. Maar ik denk niet iedereen dit erin ziet.

Wij verwijzen op een abstracte manier, omdat we denken dat je daar niet vermoeid van raakt. Wanneer je nog een keer terugkomt dan lees je er misschien weer wat anders in. Door die abstractie kun je er meer in lezen dan alleen maar die letterlijkheid die je krijgt wanneer je een exacte kopie maakt van een gebouw uit de 19e eeuw.

Door te abstraheren voorkomen jullie dat jullie historiserende of nostalgische architectuur maken?

Begrijp me goed, ik ben niet tegen Europese steden. We moeten niet alleen maar modernistische bakken neer zetten. De kracht van Europese steden is dat ze historie hebben en dat daar op een bepaalde manier mee wordt gewedijverd. De vraag is welke vernieuwing je eraan toe kunt voegen. Een rijkdom aan interpretaties leidt uiteindelijk tot schoonheid. Onze manier van omgaan met architectuur uit het verleden is één van die interpretaties.

Hoe valt de toepassing van de overdaad aan baksteen binnen deze abstracte manier van verwijzen?

De hele buurt was al baksteen. Het werd sterk gevonden om dat door te zetten. Toen hebben we besloten om dan ook maar alles in baksteen te maken: van de vloer, tot de klepjes en de deuren. Hiervoor waren verschillende soorten toepassingen van baksteen nodig, zoals warmte absorberende baksteen en akoestische baksteen. Niet overal was baksteen even goed toepasbaar, waardoor we tot veel baksteeninnovaties zijn gekomen.

Helaas is het niet overal gelukt om baksteen toe te passen. Zo zijn de daken van de huizen niet van baksteen. Financieel was dit niet mogelijk. Experimenten ketsen snel af dankzij het angstregime dat momenteel leeft in Nederland. De daken zijn uiteindelijk met bakstenen leien bekleed. De liftdeuren zijn beplakt met een bakstenen afbeelding. De leverancier en het liftinstituut wilden helaas niet meewerken aan het ontwikkelen van deuren van baksteen.

Maakt een dergelijke keuze met betrekking tot de materialisering je ontwerp niet onnodig kwetsbaar?

Zonder kwetsbaarheid bestaat er geen architectuur. De kwetsbaarheid zit hem onder andere in het feit dat wij een concept hebben bedacht, maar dat we het niet tot het eind hebben kunnen doorvoeren. Voor mij toont het hoe ver je kunt gaan tegenwoordig. Het is aan de volgende generatie om de perfecte bakstenen liftdeur te ontwerpen. Ik ben benieuwd wanneer die er komt.

Jullie staan bekend om jullie conceptuele architectuur. Wat levert dit op voor de gebouwde omgeving en voor de gebruikers?

Wij maken inderdaad conceptuele architectuur. Na het modernisme komt er conceptuele architectuur die wat vrijer is en hopelijk levert dit op verschillende niveaus veel op. In de eerste plaats zorgt het ervoor dat het verhaal van het gebouw helder is.

Conceptuele architectuur is communicatiever?

Ja. En is communicatie niet van deze tijd? Van veel architectuur begrijp je niet waarom het is zoals het is. Het is vaak een bonte verzameling van compromissen, schijnbare intuïties en smaken, waardoor ik er meestal niets anders dan het woord ‘lappendeken’ op kan plakken.

Ik denk dat onze omgeving gebaat is bij een aantal objecten die conceptueler zijn. Allereerst wijzen deze objecten op bepaalde sterke gedachten, waardoor ze worden uitgetild boven het volstrekt functionele. Vooral een publiek gebouw als de Boekenberg heeft een communicatieve rol. Je probeert dan met het ontwerp iets te zeggen over het collectieve, waardoor mensen zich erin herkennen en zich er mee kunnen verhouden.

Daarnaast levert conceptuele architectuur ook karaktervolle objecten op. Karakter geeft positie, houvast. Dat vind ik een bepaalde vorm van schoonheid. Het is echter de kunst om dit karakter zo veel mogelijk te nuanceren, zodat het niet te eenduidig wordt en verveelt. Zo waren er plekken in de Boekenberg waar het functioneel onhandig was om baksteen toe te passen. Dankzij de nuancering van het materiaal is het zo aangepast dat het toch kon worden gebruikt. Op deze plekken vind je verfijning en innovatie.

Wat levert een sterk concept op tijdens het bouwproces?

Een goed concept geeft het hele project een zetje, alsof je een vliegwiel in beweging brengt. Toen het woord ‘Boekenberg’ er eenmaal was, werd het concept communicatief, waardoor alle betrokkenen zich erin konden vinden. Het heldere concept legt immers bepaalde zaken vast, die vervolgens niet meer ter discussie worden gebracht.

Dankzij het concept zijn de kantoren van de bibliotheek in de Boekenberg terecht gekomen in plaats van dat ze aan de gevel liggen. Wat is het werkconcept hierachter?

Het concept van de Boekenberg werkt automatisch een bepaalde hiërarchie in de hand, waarbij de berg met boeken voorrang krijgt. Sommige kantoren in de boekenberg zijn daardoor schaduwrijker. Niet overal komt zonlicht. Je voelt echt dat er boeken om je heen staan. Sommige mensen vinden dit idee aantrekkelijk, anderen niet.

Bovenin de Boekenberg. Fotograaf Jeroen Musch 

Is de Boekenberg een duurzaam ontwerp of is het ontwerp verduurzaamd?

Vanaf het begin wisten we dat we met de enorme glazen kap duurzaam bezig waren. Een serre helpt immers wat betreft warmtecompensatie, buffering en warmtebehoud. Arcadis was er dan ook al bij betrokken vanaf de eerste fase tijdens de competitie. Maar het concept van de Boekenberg was er wel eerder dan het klimaatconcept.

De vraag is of het gebouw energiezuiniger kan. Ja dat denk ik wel, maar hoe wil je dat berekenen? Als er meer gebruikers naar de bibliotheek komen dankzij het concept van de boekenberg dan is het gebouw energiezuiniger per gebruiker. Of een gebouw duurzamer kan is een noodzakelijke discussie, maar hij verdient wel voldoende breedte om verschillende interpretaties erbij te betrekken, zoals schaalvergroting, uitstraling, afschrijvingstermijnen, etc.

De hedendaagse discussie over de rol van de architect gaat vaak over zijn dienende rol. Zie jij jezelf als een dienende architect?

Ja, ik ben een dienende architect. De vraag is alleen: wat dien ik? Het dienende aspect van een gebouw zegt iets over wat je er uiteindelijk mee wilt als architect. Het feit dat de Boekenberg een advertentie is voor het boek is ongelooflijk dienend. En dat wij een extra grote bibliotheek en grote huizen maken is dienend aan Spijkenisse.

Belangrijk om te beseffen is dat er geen algemene consensus is over wat dienend is. In de architectuurkritiek bestaat dan ook een vreselijke verwarring over dat het dienende aspect van een gebouw hem zit in de gebruiksvriendelijkheid alleen. Een bakstenen vloer is misschien wat onhandig voor de bibliothecaressen die er met een boekenkarretje overheen moeten rijden, maar je glijd er niet gemakkelijk over uit. Ik bestrijd dan ook de grauwe sluier die dienendheid vaak met zich meebrengt door alles te vervlakken en populistisch te maken.

Is het doel van MVRDV de wereld een beetje beter te maken?

Is er een andere levensbeschouwing denkbaar? Het lijkt me overigens verschrikkelijk om als een EO-gezelschap door het leven te gaan, maar het vooruitgangsdenken zit er bij ons wel in. Rousseau-ish. Zelfs Michel Houellebecq doet dit, zei het wel op een erg cynische manier, wij doen dat op een lichtere en minder cynische manier door een kwinkslag toe te passen.

Die kwinkslag heeft vaak iets weg van een grap voor mijn gevoel.

Ja, humor is belangrijk in architectuur. We moeten wel blijven lachen. Maar het mogen geen flauwe of al te zieke grappen zijn. Daarvoor staat een gebouw te lang. Humor helpt bij het omgaan met het enorme repertoire aan criteria waaraan architectuur moet voldoen.

Maar jullie zetten humor niet alleen in om het werk leuker te maken, toch?

Nee dat klopt. Waarom zijn bijvoorbeeld de blauwe huizen in Rotterdam zo indrukwekkend? Als ze zweven boven Rotterdam dan geven we een draai aan de UNESCO eisen ter plaatse, maar aan de andere kant is het ontwerp ook een kwinkslag naar Yves Klein.

Bij het ontwerp van de huizen in New Orleans na de Katrina, hebben we enige humor ingezet juist om enige verzachting te geven. Alles wal al zo bloed serieus… De aandacht in de media voor de huisjes was buitenproportioneel, maar dat heeft dan weer met de sensatiepers te maken. Mag je leven in een manifest?

Het Didden Huis in Rotterdam. Fotograaf Rob ’t Hart 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels