blog

Het perfecte plaatje

Architectuur

Er zijn van die foto’s waarbij je even de tijd nodig hebt om te zien wat er aan de hand is. Ik zag deze een paar maanden geleden in museum STAM in Gent. Hij was onderdeel van een overzichtstentoonstelling over het werk van Edmond Sacré (1851-1921).

Het perfecte plaatje

Sacré was fotograaf in Gent. Naast de vele portretten die hij maakte van het dagelijks leven van zijn stadgenoten was hij vooral ook bekend om zijn architectuurfotografie. Hij documenteerde de stormachtige ontwikkeling die de Vlaamse stad aan het eind van de 19e eeuw doormaakte. De stadsdoorbraken bij het Zuidstation, de wereldtentoonstelling van 1913 en de heruitvinding van het historische centrum – branding, zouden we vandaag zeggen – als beeldmerk van de stad.

 

Treffend zijn de foto’s waarop we het Gentse straatbeeld zien aan de vooravond van de grote transformatie. Scheve, soms vervallen, ambachtshuisjes die plaats zullen maken voor statige neoklassieke gevels en boulevards geïnspireerd op Haussmanns Parijs.

De foto’s hebben iets weg van de ‘ervoor’- en ‘erna’-portretten bij een metamorfose. De bonte, doorleefde chaos wordt ingeruild voor een strak gestileerd beeld met symmetrische opstellingen en bijkleurende accessoires.

Koekoeksjong

In zijn onlangs verschenen boek ‘De fotodetective’ laat fotograaf Hans Aarsman zien hoe onze hang naar visuele eenheid ons hardnekkig in de weg zit om de wereld scherp waar te nemen. Voortdurend stellen we ons de werkelijkheid mooier voor dan ze is. Completer, coherenter en opgeruimder. We accepteren de harmonie en negeren de dissonanten. Niet voor niets zien we een hondendrol vaak pas als we er al in zijn gestapt, aldus Aarsman.

Ook veel fotografen worden geplaagd door dit figuurkijken. In hun beelden brengen ze een kunstmatige orde aan te midden van de chaos. Ze maken foto’s die lijken op andere foto’s. Of eigenlijk: op schilderijen. De wrange consequentie is dat zelfs beelden van oorlog, ziekte en ander leed een esthetische dimensie krijgen. Het worden plaatjes die aanspreken omdat ze appelleren aan ons gevoel voor stijl en compositie. Terwijl het verhaal dat ze willen vertellen naar de achtergrond verdwijnt.

“Schoonheid op een foto,” zo schrijft Aarsman, “is als een koekoeksjong, het duwt alle andere belangstelling over de rand van het nest.” En dat terwijl fotografie op haar beste momenten juist een medium is dat ons opnieuw kan leren kijken naar de alledaagse realiteit. Om dingen te zien die voor onze neus staan maar door onze voorgebakken blik aan onze aandacht ontsnappen.

 Blog Aarsman In de nalatenschap van zijn moeder treft Aarsman een collectie prullaria aan. In plaats van de poppetjes te bewaren besluit hij ze op de foto te zetten. Foto’s hebben namelijk de prettige eigenschap dat ze veel minder plek innemen dan de dingen die erop staan, zo stelt hij nuchter vast. (Foto: Hans Aarsman)

Transformatorhuisje

Ook de architectuur wordt gedomineerd door dit soort perfecte plaatjes. Is het niet in haar fotografie dan wel in de talloze artist’s impressions. Vooral die laatste hebben sinds de komst van de computer een hoge vlucht genomen.

Nu is er principieel niet zoveel tegen op het maken van computeranimaties. Ik ben te jong om nostalgisch te doen over kalkpapier, Siberisch krijt of rietpennen. De waarde van een gereedschap hangt af van de wijze waarop het wordt gebruikt.

Toch blijkt in de praktijk de rekenkracht van de computer zich veelal te vertalen in tamelijk oninteressante zoekplaatjes. Teletubbiesachtige landschappen overbevolkt door bordkartonnen figuren gewapend met notebooks, cappuccino’s en kinderwagens. Over de kwaliteit van de architectuur wordt in dit soort bloedeloze tafereeltjes weinig gezegd. Behoudens dan dat ze blijkbaar in staat is tot het accommoderen van een hoop hedonistische oppervlakkigheid.

Wat zou het verfrissend zijn om een keer een impressie te zien in de stromende regen, met een dronken zwerver, een transformatorhuisje met graffiti en op de voorgrond een huilend kind. Niet om de lelijkheid van het bestaan te idealiseren, maar om het cynisme van al die gelikte showroomwerkelijkheden een zetje te geven.

Transformatorhuisje 

Rommel

Zo druk als het is op artist’s impressions, zo uitgestorven is het vaak in architectuurfotografie. Dat geldt vandaag de dag, maar dat gold zeker ook in de tijd van Edmond Sacré. Levende mensen laten zich nu eenmaal niet zo makkelijk regisseren als digitaal gegenereerde exemplaren. Dus geven we de voorkeur aan het strakke lijnenspel van een gebouw tegen een stralende lucht, spiegelend in het water of oprijzend uit een geschoren gazon. Architectuur in haar zuiverste vorm, zonder al die rommelige menselijke activiteit.

Voor iemand als Sacré kwam daar ook nog een praktische reden bij. Fotografie was in zijn tijd namelijk een hele operatie. Het vergde veel materiaal en voorbereiding, en door de lange belichtingstijd was het moeilijk om mensen scherp op de gevoelige plaat te krijgen.

Schouwspel

Terwijl ik de foto in het Gentse stadsmuseum bestudeer probeer ik me Aarsmans manier van kijken eigen te maken.

Ik stel me voor hoe Sacré na het opstellen van zijn apparatuur met veel pijn en moeite het publiek uit zijn blikveld dirigeert. Omstanders worden aangetrokken door alle commotie en scharen zich achter de camera. Kijkend naar de fotograaf en naar het lege plein dat in al zijn opgeruimde schoonheid aan hun voeten ligt.

Sacré maakt zijn foto en het schouwspel is voorbij. Het plein stroomt vol en iedereen gaat weer over tot de orde van de dag. Het enige bewijs van wat zich heeft afgespeeld hebben we te danken aan de laagstaande zon.

Met dank aan Bruno Notteboom en Stadsarchief Gent.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels