blog

The modernist did it!

Architectuur

Toegegeven, het pleit niet voor mijn goede smaak. Maar ik mag graag naar tv-detectives kijken. Niet het flashy soort á la CSI of NCIS, maar vooral de slaapverwekkende variant die zich afspeelt op het Engelse platteland. De voorbije KRO Detectivemaand was in dit opzicht weer ouderwets genieten met elke avond een andere, vaak volstrekt inwisselbare, serie.

The modernist did it!

 

Midsomer Murders is mijn persoonlijke favoriet. Met DCI Barnaby en zijn assistent Jones in de hoofdrol. Het recept van de serie is grofweg steeds hetzelfde: het rustieke graafschap Midsomer wordt opgeschrikt door een brute moord, meestal in de kringen van een bepaalde subcultuur (landadel, professoren, ornithologen, filatelisten, en meer van dat soort types).

Wat volgt is een traag uitgesponnen plot waarin tussen de vele braderieën door nog minstens twee andere doden vallen. De dader blijkt steevast de meest onwaarschijnlijke verdachte. Hij wordt op de valreep door Barnaby ontmaskerd net voordat hij opnieuw toe dreigt te slaan.

Schuifdeur

Zo ook in de aflevering ‘Not in My Backyard’. Barnaby en Jones onderzoeken de moord op een lid van de lokale monumentenvereniging. Het slachtoffer was verwikkeld in een dispuut met een projectontwikkelaar die woonachtig is in een moderne villa aan de rand van het dorp. Het futuristische huis is de dorpelingen al tijden een doorn in het oog, zeker wanneer blijkt dat de ontwikkelaar plannen heeft voor nog meer nieuwbouwprojecten.

Ik zal terughoudend zijn met verdere plotspoilers, maar volsta met de vaststelling dat de mooiste moord van de aflevering plaatsvindt wanneer de architect van de villa bekneld raakt tussen de automatische schuifdeuren van het huis. Terwijl de moordenaar van een afstandje sinister toekijkt gaat de architect ten onder aan zijn eigen diabolische technologie. Hitchcock had het niet beter kunnen verzinnen.

Mid-size state of mind

In een recente lezing besprak de Gentse hoogleraar literatuurwetenschap Bart Keunen de betekenis van de ‘mid-size state of mind’ voor hedendaagse misdaadfictie. De kleinstad is voor Keunen een uitgelezen decor waarin de spanning tussen de geest van de moderne, individualistische en grotendeels amorele metropool en het deugdzame communale platteland kan worden uitgespeeld.

Ook de bewuste aflevering van Midsomer Murders lijkt uit te draaien op een clash tussen de waarden van de conservatieve dorpsgemeenschap en de vernieuwingsdrang van de op geld beluste projectontwikkelaar en zijn modernistische handlangers. Je hoeft geen helderziende te zijn om aan te voelen in wiens voordeel deze confrontatie wordt beslecht.

Engeland heeft op dit punt sowieso een stevige trackrecord. Zelfs de Britse kroonprins laat geen gelegenheid onbenut om zijn voorliefde voor traditionele bouwkunst te etaleren.

Ideologie

Toch is er iets raars aan de hand met de tegenstelling tussen traditioneel en modern. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat zo’n onderscheid eigenlijk per definitie ongelukkig is en eerder thuishoort in de catalogus van Brugman Keukens dan in het architectuurdebat. Wat vooral curieus is aan dergelijke discussies zijn de nogal selectieve verwijten die aan het adres van het modernisme worden gemaakt.

De conventie wil dat in dit type verhalen de modernistische architect bij voorkeur wordt opgevoerd als een niets ontziende fanaticus. Een door utopieën verblinde eigenheimer die niet luistert naar zijn opdrachtgever welke slechts een doorsnee huis verlangt met een zadeldak en een tuintje.

De traditionele architect komt wel tegemoet aan deze primaire behoefte. Hij is er niet op uit de samenleving op te zadelen met hoogdravende maar tot mislukking gedoemde experimenten. Hij wil gewoon goed zijn werk doen, in alle ideologische bescheidenheid.

Schuldvraag

In zijn lezingenreeks ‘Blame the Architect’ gaat Wouter Vanstiphout in op de verantwoordelijkheid van architecten. Ontwerpers en planners hebben namelijk, zo blijkt, heel wat op hun geweten. Desolate wijken, bevolkingssegregatie, armoede, machtsmisbruik, commercialisering, seksisme, exotisme.

De geschiedenis van de architectuur kan gelezen worden als een aaneenschakeling van goed- en minder goedbedoelde misgrepen. Vooral de modernistische vakgenoten nemen in deze projectenparade een ongemakkelijke positie in.

Interessanter echter dan hun technische falen, zo illustreert Vanstiphout, is de politieke rol van het ontwerp. Architectuur bedrijven is een ideologische bezigheid. Dat geldt niet alleen voor ‘moderne’ architecten maar evengoed voor traditionalisten. De suggestie dat behoudende architectuur zich op waarden beroept die natuurlijk of tijdloos zijn is niet minder dogmatisch dan het universalisme van de moderne beweging.

Sterker, juist door zijn verkapte politieke lading is traditionele architectuur misschien nog wel meer te wantrouwen dan een bouwstijl die open en bloot ideologisch is. Politieke afwegingen worden gemaskeerd door een beroep op conventie, smaak of, erger nog, de wetten van de markt. Allerlei oorzaken die buiten de architectuur liggen en die de ontwerper een alibi verschaffen om zich te presenteren als onschuldige figurant.

Wie de echte dader is? Ik zal het vast verklappen: het was de architect met de kandelaar in de bibliotheek om middernacht.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels