blog

Ruhrpottcultuur: Die Bude

Architectuur

Elders in Duitsland bestaan ze ook. In Berlijn heb je de “Späti”, in Frankfurt de “Wasserhallen” en in Keulen de “Büdchen”, bijvoorbeeld. In een stad als München zoek je ze daarentegen tevergeefs.

Ruhrpottcultuur: Die Bude

 

 

 

Ik heb het over de kiosken, winkeltjes in miniformaat, waar je ook buiten de gewone winkelopeningstijden iets kleins kan halen. Maar nergens zijn dit soort kiosken zo zeer in het dagelijks leven ingebed als in mijn huidige woonomgeving, het Ruhrgebiet. Hier zijn de winkeltjes in miniformaat, “Bude”, “Selterbude” of “Trinkhalle” genaamd, een waar instituut.

Een praktische miniwinkel

Volgens de schattingen zijn er in het Ruhrgebiet circa 18.000 Buden. Dat is één per 300 inwoners, ongeveer. Ter vergelijking: dat is meer dan het aantal artsen, dat rond de 1 op 650 schommelt. Je zou kunnen concluderen dat de mensen hier gewoon wat vergeetachtiger zijn dan in de rest van Duitsland, en zodoende meer behoefte hebben aan een verkooppunt met dezelfde openingstijden als een kroeg, zelfs als het assortiment iets duurder is dan de supermarkt. Inmiddels ben ik zozeer aan het praktisch nut van de Bude gewend, dat ik me eerder afvraag waarom elders het enorme potentiaal van de Bude elders niet onderkend wordt.

Door de enorme Budendichtheid bestaat er namelijk een redelijke verdeling van verkooppunten over alle woonwijken. In de meeste gevallen hoef je dus hooguit een paar honderd meter te lopen als je in de loop van de avond nog ergens een biertje vandaan wil halen, opeens een grote behoefte hebt aan een Twix en een cola, of op zondagochtend nog ergens een krant wil kopen (en geen probleem hebt met de beperkte keuze tussen kranten van het niveau van de Bildzeitung en Hürryet). Daarnaast kan je alles ook in kleine hoeveelheden kopen. Zo kan je uiteraard flessen bier per stuk kopen, evenals los snoepgoed. Ik ken zelfs meerdere Buden waar je sigaretten per stuk kan krijgen -een verkoopstrategie, die ik verder alleen uit ontwikkelingslanden ken.

  Essen-Rüttenscheid

 Bochum-Hofstede

Proletarisch winkelen

De reden dat het fenomeen „Bude“ met name hier zo´n enorme verspreidingsgraad kent, hangt samen met de specifieke industriële geschiedenis van het Ruhrgebiet. Zoals vrijwel alles hier met het industriële verleden samenhangt. Lange tijd was het drinken van (ongekookt) leidingwater een risico voor de volksgezondheid. De fabrieksarbeiders dronken daarom bier of schapps – waarvan de consumptie gesubventioneerd werd door de fabriekseigenaren. Dit betekende echter uiteindelijk dat een toenemend deel van de werkende bevolking aan een meer of mindere vorm van alcoholisme leed. De fabriekseigenaren was dit een doorn in het oog (vanwege de risico´s die dit voor de productie met zich meebracht), terwijl de opkomende proletariërsverenigingen en socialistische bewegingen in dit door grootondernemers gesubsidieerde alcoholisme een variant op het Marxistische „opium voor het volk“ zagen.

Als reactie op deze elkaar versterkende argumenten ondersteunden de steden de oprichting van „Trinkhallen“, waar mineraalwater en andere alcoholvrije dranken werden aangeboden. Deze lagen vaak direct voor de poorten van de mijnen en fabrieken, en werden gerund door arbeidsongeschikte voormalige medewerkers of ooglogsveteranen. Zo was juist het gebied met een enorme dichtheid aan zware industrie – en de bijbehorende grote scharen arbeiders – een goede voedingsbodem voor de opkomst van de Bude.


Dortmund-Eving

 Herne-Holsterhausen

Sociale ontmoetingsplekken

In de loop der jaren veranderde het assortiment. Inmiddels is in de Bude vrijwel alles te vinden wat je eventueel na winkelsluiting of in het weekend nog nodig kan hebben, of het nu om drank, tabaksartikelen, kranten, snoepgoed, ijs, houdbare levensmiddelen of beltegoed betreft. Doordat ook het publiek van de Buden door de jaren heen wijzigde, bleef het fenomeen ook na de massale sluitingen van fabrieken en mijnen overeind. Zelfs de langere openingstijden van supermarkten en het ontstaan van 24uurs tankstations, waar een (minstens) gelijkwaardig assortiment te verkrijgen is, heeft de Bude overleefd.

Dit komt grotendeels omdat de Bude niet alleen een winkel is, maar ook een sociale ontmoetingsplek. Vroeger troffen hier de koempels elkaar na het werk. Tegenwoordig treffen alle mogelijke mensen op elkaar – en dat niet alleen om iets te kopen. Hier kan men met buren en bekenden Schalke en Borussia Dortmund bediscussiëren. Of andere zaken, die bijna net zo belangrijk zijn als voetbal, zoals bijvoorbeeld de wereldpolitiek. Daarnaast weet elke zichzelf respecterende Buden-uitbater alles over het wel en wee in de buurt: welke woningen leegstaan, welke senioren in het ziekenhuis liggen en wiens kat vermist is. De Bude is eigenlijk een communicatiemiddel waar je toevallig ook nog iets kan kopen, mocht het nodig zijn.

 Castrop-Rauxel

 Duisburg-Neumühl

Beeld en boodschap

Daarnaast biedt de Bude vaak ook een bijzondere aanblik, wat vooral een aantrekkingskracht uitoefent op relatieve buitenstaanders, zoals ikzelf. Dit is deels gelegen in het beeld dat de klanten en de uitbaters opleveren: ik heb nog nooit zo veel niet-ironisch bedoelde snorren en matten gezien. Deze worden bij voorkeur gecombineerd met vale, verwassen joggingbroeken en witte sokken in adiletten, alsof bewust alle klassieke Ruhrgebiet-stereotypen gecombineerd worden. Zonnebankbruine jongeren, met veel (nepgouden) sieraden zijn uiteraard ook welkom – al lijken de solaria en fastfoodrestaurants van de stad eerder de natuurlijke ontmoetingsplekken voor deze generatie te zijn. De Bude is eerder de natuurlijke habitat van de oudere Ruhrpottklassiekers.

Essen-Dellwig

Essen-Altendorf

De winkeltjes zelf bieden een vergelijkbare aanblik als hun klanten en bezitters. Ze tonen een onderkoelde schreeuwerigheid, waar toevallige reclames en willekeurig uitgestelde producten het beeld bepalen. De schreeuwerige beeldtaal is eerder toevallig dan georchestreerd, een visuele samenloop van omstandigheden die nooit bewust is waargenomen of gepland.


Essen-Werden

Herne-Wanne

De fotografe Birgitte Kraemer, afkomstig uit Herne, heeft in de periode tussen 2006 en 2008 het dagelijks leven in de Buden in het Ruhrgebiet op indringende wijze geportretteerd. Je ziet verveelde kioskbezitters, die op hun toonbank leunen in afwachting van klanten, stamgasten bij een ronde kaart in de winkel, of kleine kinderen op weg naar een zelfstandige snoepinkoop. Haar foto’s doen denken aan een mix van het werk van Hans van der Meer en Martin Parr, daar ze op vergelijkbare wijze de ziel van de plek blootlegt. Haar fotoboek, genaamd Die Bude, is de moeite waard voor iedereen die een inzicht wil krijgen in dit stukje Ruhrgebiedscultuur.

Architectuur en cultuur

De miniwinkeltjes zijn bovendien, zuiver architectonisch gezien, een bijzondere typologie. In 2002 bracht Atelier Bow-Wow het Pet Architecture Guidebook uit, waarin dit Japanse architectenbureau kleine gebouwtjes analyseerde, die op wonderbaarlijke wijze in de stedelijke restruimtes van Tokyo gepropt zijn. Een vergelijkbaar onderzoek zou je in het Ruhrgebiet ook kunnen doen. Naast de klassieke, vrijstaande kiosk (het liefst overdadig en semi- kitschig vormgegeven) vind je kiosken die door een venster op de begane grond van een woonhuis bedreven worden, die in een schier onmogelijke leegte in een bouwblok zijn ingevoegd of met passen en meten een ander stuk restruimte opeisen. Er lijken geen bouwkundige of architectonische wetmatigheden ten grondslag te liggen aan deze Buden – ze smokkelen een stukje esthetische anarchie in de Duitse samenleving binnen.


Duisburg-Laar

 Herne-Eickel

 Gelsenkirchen-Erle

Dat de Buden, Trinkhallen en Kiosken een bijzonder stukje Ruhrgebietcultuur zijn, wordt inmiddels op meerdere fronten erkend. Zo bestaat er een vereniging voor het behoud van de Kioskcultuur, KCMO 06 e.V., studeerde Simon Albersmeier met zijn project Gemischte Tüte af op de Trinkhallencultuur in Dortmund en de tentoonstellingen van eerder genoemde Brigitte Kraemer in het LWL-Museum en het Industriemuseum Zeche Hannover waren drukbezocht.

Toch is deze bijzondere aandacht voor dit culturele erfgoed van het Ruhrgebiet iets van de laatste jaren. Hier wordt de Bude over het algemeen niet als bijzonder fenomeen gezien – totdat men elders is, waar geen Bude is. Dan valt plotseling op welke rol de Buden spelen in het dagelijks leven.

De culturele waarde en mogelijkheden van de Bude zijn sinds het Ruhrgebiet in 2010 Europese cultuurhoofdstad was meer en meer onderkend. Zo waren er destijds meerdere „designkiosken“ te vinden, waar het traditionele assortiment vervangen was door designobjecten.

Ook is bijvoorbeeld de kitschige Bude in Bochum-Gerthe, een classicistisch bouwwerk met zuilenportaal, door een locale kunstvereniging overgenomen. Nu wordt hier met regelmaat het werk van jonge, experimentele kunstenaars tentoongesteld.

 Bochum-Gerthe: De “Kitschbude”

Hoewel ik niet twijfel aan de goede bedoelingen achter dergelijke projecten, gaan deze juist voorbij aan de essentie van de Bude: juist hun alledaagsheid, de inbedding in het dagelijks leven, maakt ze zo specifiek en bijzonder. Hun sociale rol en hun architectonische eigenzinnigheid zou eigenlijk reden genoeg moeten zijn om alle Buden integraal op de werelderfgoedlijst te plaatsen – al druist een dergelijke formalisering natuurlijk in tegen alles waarvoor het informele karakter van de Bude staat…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels