blog

Ontwerpen van interactie

Architectuur

Een huis bouwen in één week met in de buurt ‘gejutte’ materialen: dat doet een groot beroep op je communicatie- en improvisatietalent. Foundation zette deze talenten in om in de Utrechtse wijken Leidsche Rijn, Wittevrouwen en Kanaleneiland interactie met bewoners te initiëren. In elke wijk ontstond een totaal ander bouwwerk, met materialen die herkenbaar zijn voor de plek. De huisjes zijn nog tot donderdag 10 mei te zien op de Neude.

Ontwerpen van interactie

Via diverse social media als Twitter en Facebook was ik op de hoogte van het Foundation-project. De basis van elk huisje is een afvalcontainer. Deze wordt op een pleintje gezet middenin de buurt en door middel van flyers zijn bewoners opgeroepen afgedankte spullen daarin te deponeren.

Die spullen variëren van restjes hout uit schuren, overgebleven tegels en dakpannen, in onbruik geraakte meubels van zolder en afgedankte interieurs van lokale ondernemers. Met deze materialen transformeren ontwerpers Rikkert Paauw en Jet van Zwieten de afvalcontainer in een week tijd zo tot een compleet gebouwtje, inclusief bar. Die bar wordt vervolgens een ontmoetingsplek, waar mensen elkaar hun oude spullen laten zien en samen koffie drinken. Zo ontstaan nieuwe verbindingen in de wijk en gesprekken tussen bewoners met verschillende achtergronden.

 

Nieuwsgierig

Door middel van films en uitgebreide beeldverslagen zag ik hoe de huizen in Leidsche Rijn, Wittevrouwen en Kanaleneiland langzaam vorm kregen. De drie bouwwerken zijn afgelopen weekend geplaatst op de Neude, in het hartje van de stad, waar ze samen paviljoen Straatlokaal vormen.

Op de dag van de opening nam ik een kijkje. Ondanks het slechte weer zag het paviljoen er uitnodigend uit. DJ Miss Twist draaide plaatjes uit de jaren vijftig en zestig en bij de bar kon je een lekker glaasje bio-appelsap kopen. Ondanks het slechte weer druppelden geïnteresseerde voorbijgangers, vrienden en bekenden en journalisten langzaam het paviljoen ‘binnen’. De eigenwijs uitziende gebouwen en het nonchalant bij elkaar gesprokkelde terrasje trekken de aandacht op het populaire plein. Spontane gesprekken en nieuwe ontmoetingen zijn het gevolg, precies de bedoeling van de ontwerpers.


DJ Miss Twist draaide plaatjes in het huisje uit Kanaleneiland.

Proces

Hergebruik, of het innovatief transformeren van afgedankte materialen tot een nieuw gebouw of interieur wordt vaker toegepast in de architectuur, bijvoorbeeld door 2012Architecten en DUS. Voor Paauw van ontwerpbureau Stortplaats van Dromen en grafisch ontwerper Van Zwieten is het echter niet belangrijk of uit het verzamelde materiaal architectuur, kunst of een meubel ontstaat.

Het straatjutten, zoeken naar gebruikte bouwmaterialen, daar ter plekke iets van bouwen en het documenteren is slechts een middel om interactie op gang te brengen tussen buurtbewoners. Van Zwieten: “Uit alle lagen van de bevolking komen mensen opdagen. Mensen die op straat hangen, maar ook architecten, mensen uit de buurt die spullen doneren en design-geïnteresseerden.” Deze raken allemaal in gesprek met elkaar rondom het bouwwerk en vormen zo een kleine gemeenschap.

Straatjutten in Utrecht

Tijdens het internationale Public Design-festival in Milaan in 2009 brachten Paauw en Van Zwieten dit idee voor de eerste keer in praktijk. Op de parkeerplaats van een supermarkt in een volksbuurt zetten ze een container neer en met een klein team trokken ze de wijk in om spullen te verzamelen. Het jaar daarop herhaalden ze dit in Wenen, tijdens de Vienna Design Week. Met een subsidie van de Provincie Utrecht voor jonge, talentvolle ‘makers’ op zak, gingen de ontwerpers dit jaar in hun eigen stad aan de slag.

 Een voorbijganger geniet van de schommelstoel op het nonchalante terrasje.   

Afstand en toenadering

De reacties in de drie Utrechtse buurten waren verschillend. “In Wittevrouwen kijken de bewoners niet vreemd op van dit soort projecten”, vertelt Paauw. “Twee dagen na onze flyeractie lag de container bomvol. Tijdens het bouwen komt iedereen een praatje maken en meehelpen, vooral de oudere bewoners.” Ook gaven de omwonenden de ontwerpers toegang tot elektriciteit, stromend water, een toilet, koffie en andere drankjes en hapjes. Paauw: “Bij Henk konden we onze boren slijpen. Hij bleek een uitgebreide werkplaats te hebben met allerlei machines en gereedschappen, die hij ons trots toonde.”

In Kanaleneiland verbaasden de bewoners zich over het werken met afval, waarom zou je dat doen als je ook nieuwe materialen kunt kopen? En wie gaat er in het huisje wonen en hoeveel huur betaalt die bewoner dan? Paauw: “Vooral de kinderen vonden het leuk en hielpen mee.”

In Leidsche Rijn, een nieuwbouwwijk aan de rand van de stad, voelden de ontwerpers zich eerst wat geïsoleerd. De container stond bij de tijdelijke vestiging van Albert Heijn, vlak naast het treinstation Utrecht Terwijde. “Dat is de enige ontmoetingsplek in de wijk”, aldus Paauw. “Maar goed, Leidsche Rijn moet zich nog verder ontwikkelen. Uniek zijn de oude boerderijen, die een voor een worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. We vonden nog een hooischuur waar ontzettend interessante materialen vandaan komen.”

Ontwerpend bouwen

Voor Paauw is het een uitdaging de gevonden materialen op een originele manier te transformeren tot een gebouw en in zijn werkproces ruimte te laten voor onverwachte inbreng. De uiteindelijke huisjes zijn een weerspiegeling van de wijken waarin ze zijn gebouwd. Zo roept het bouwwerk in Kanaleneiland associaties op met de lage flats waarmee deze buurt is volgezet.

Het huisje uit Leidsche Rijn is een mix van karakteristieke materialen van oude boerderijen en kleine fabriekjes in combinatie met typische vinex-elementen. De hooischuur vormde een belangrijke inspiratiebron. Om hooibalen te kunnen stapelen is het dak te verplaatsen en die techniek is toegepast in het definitieve ontwerp van het huisje. De huisjes zijn namelijk ook demontabel, zodat ze konden worden opgeslagen voordat ze naar de Neude verhuisden. Het eindresultaat lijkt op een boerenschuur met een vergelijkbaar schuin dak. De nieuwe laminaatvloer binnenin kwam van een bewoonster die de kleur bij nader inzien niet zo mooi vond.

Kloof dichten

De charme van dit project zit ‘m in het contact, de communicatie, de lokaliteit en de snelheid. Contact tussen bouwers en de buurt, communicatie tussen omwonenden en ontwerpers, het gebruiken van lokale, herkenbare materialen en de korte tijd tussen idee en realisatie. Bewoners hebben door het aanleveren van de materialen en door het meebouwen veel invloed op hoe de gebouwen er uitzien. Bij de gewone bouwprojecten in hun stad is dat allang niet meer mogelijk.

Het VPRO-televisieprogramma De Slag om Nederland toont vaak aan dat de ‘gewone man’ buitenspel staat in de besluitvorming rondom onze ruimtelijke ordening. Foundation biedt bewoners ruimte om hun ideeën over de stad en de publieke ruimte te delen, niet alleen met elkaar, maar ook met de ontwerpers. Idealistisch wellicht, maar ook in grote bouwprojecten de moeite waard om na te streven.

——-
Straatlokaal is nog tot donderdag te bezoeken op de Neude. Het paviljoen kent een eenvoudige programmering met muziek, ontbijtdebatten en sprekers uit de wijken. Kijk daarvoor op www.foundationprojects.eu
Tijdens het straatjutten en bouwen maakten de ontwerpers filmpjes en geluidsopnames. Deze worden iedere avond vertoond door middel van videomapping. Het verhaal achter de gevonden materialen wordt geprojecteerd op de desbetreffende onderdelen van de huisjes. Muziek en soundscapes, gemaakt door Sonostruct~ en Jacob van de Water, klinken in de verschillende huisjes.

Reageer op dit artikel