blog

Kind met badwater

Architectuur

Afgelopen week modereerde ik op uitnodiging van studievereniging Cheops op de TU Eindhoven een symposium over de crisis in de architectuur. De bouw bevindt zich in slecht weer, architecten kunnen geen werk vinden en voor afstudeerders zijn de perspectieven mager. De situatie laat zich misschien nog het beste vergelijken met wat je meemaakt als je thuis komt na een avondje stappen en je tot je ontzetting merkt bij jou is ingebroken en dat alles is meegenomen, tot aan het wc-papier toe.

Kind met badwater

Maar, zo stelden de organisatoren, er liggen kansen voor bouwkundigen. Je moet dingen loslaten en nieuwe wegen inslaan, anders te werk gaan en gewoonten aanpassen. Eva de Klerk ging in op de kansen en bedreigingen van bottom-up gebiedsontwikkeling. Ronald Schleurholts van cepezed liet zien dat een visie op de bouwpraktijk, een breed dienstenpakket en een focus op samenwerking en innovatie in tijden van crisis het verschil maken. Professor Arnold Heertje telde de zegeningen van de crisis. Met het renoveren van woningen vanuit het oogpunt van duurzaamheid is volgens hem een wereld te winnen.

Maar naarmate de dag vorderde en zeker toen twee veteranen hun opwachting maakten, die de crisis aan den lijve hebben ondervonden en die vertelden over hun nieuwe start na het (dreigende) faillissement, bekroop me het gevoel dat met het kind ook het badwater dreigt te worden weggegooid.

De crisis heeft een einde gemaakt aan de zogenoemde icoonarchitectuur. Deze architectuur speelde een cruciale rol op de markt van grote bouwprojecten die in de tweede helft van de jaren negentig in de steden ontstond. Door de bankencrisis is deze rol in het ongerede geraakt. Een andere factor is het enorme overaanbod aan kantoren en winkels.

Maar om daarmee het ontwerp overboord te gooien, kwam me redelijk absurd voor. Architectuur zal zich immers een plek moeten veroveren in de komende opgave die bestaat uit kleinschalige ingrepen en die van grote invloed zijn op de dagelijkse omgeving.

Zo ver is ze echter nog niet. In het huidige denken ligt de nadruk op proces, management en tijd. Architecten worden opgeroepen te luisteren naar hun opdrachtgevers. Dat is terecht, maar opdrachtgevers, gebruikers en eigenaren komen en gaan. Architectuur leeft voort en blijft een rol spelen in het leven van een stad en haar inwoners, lang nadat de oorspronkelijke spelers zijn vertrokken.

In de beoordeling van architectuur is geld een steeds grotere rol gaan spelen. Maar gelet op de nieuwe opgave, zullen we het ook weer over hoogte en massa, houding en duurzaamheid, openheid en proces moeten hebben.

Door ontwerpen te zien als een soort ‘icing on the cake’, wordt voorbijgegaan aan het belangrijkste wat het vermag, namelijk bouwen tot architectuur verheffen.

Voor architectuur is daarmee de opgave niet blindelings te capituleren voor de markt, maar de vrijheid van het experiment te verenigen met de wetten van de markt.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels