blog

Jubileumeditie Jaarboek Architectuur in Nederland

Architectuur

Het jubilerende Jaarboek ‘Architectuur in Nederland’ weerspiegelt niet de huidige situatie in de Nederlandse architectuur: de vijfentwintigste editie is glossy en dikker dan ooit. Tijdens de boekpresentatie in het Nai op 25 april werden vooral de positieve kanten van de crisis voor architecten belicht. We leven in een nieuw tijdperk dat wordt gekenmerkt door een dynamische benadering van het vak. Moeten komende edities van het jaarboek deze dynamiek weerspiegelen?

Jubileumeditie Jaarboek Architectuur in Nederland

In het Jaarboek-essay ‘Welkom in het tijdperk van de vos’ beargumenteert Bernard Colenbrander dat de crisis een fundamentele verandering in de architectuur teweeg heeft gebracht. Hiermee zijn we volgens hem beland in een nieuw tijdperk dat zich het best laat illustreren middels het archetypische dierenduo van de egel en de vos. De wetenschapsfilosofie zet deze dieren in om twee verschillende wereldbenaderingen aan te duiden. De egel vertegenwoordigt hierin de mens die vasthoudt aan één goed idee dat hij met verve inzet om zich te wapenen tegen zijn omgeving. Deze benadering staat voor de architectuur uit grofweg de tijdsspanne waarin de eerste vijfentwintig edities van het jaarboek het levenslicht zagen. In deze periode werden onder andere het NAi en het SfA opgericht, werd Archis groot een drukten de vierde nota’s ruimtelijke ordening hun niet geringe stempel op het land. Het was een tijd waarin volgens Colenbrander alle krachten werden ingezet om het functionalistische modernisme als heersende stijl te propageren. Er was weinig ruimte voor andere opvattingen.

Geen egel, maar een vos

Door de crisis is de architect echter gedwongen het kunstje dat hij zo goed beheerst, tegen het licht te houden. De nieuwe architect moet volgens Colenbrander geen egel zijn, maar een vos, die naar gelang de omstandigheden opportuun zijn strategie aanpast. Architecten zullen zich moeten verbreden en keuzes moeten maken. Colenbrander waarschuwt dat deze crisis niet voorbij gaat; architecten die interen op hun vak in de hoop dat binnenkort alles weer bij het oude is, zullen aan het kortste eind trekken.

Het CKA-effect

De fabel van de egel en de vo, werd tijdens de presentatie van het jaarboek meerdere keren aangehaald. Desgevraagd stelde Erick van Egeraat, wiens projecten het vaakst in de afgelopen vijfentwintig edities van het jaarboek werden gepubliceerd (22 keer), dat hij meer verwantschap voelde met de vos dan met de egel. In het verlengde van deze opmerking haalde Egeraat terloops uit naar Claus en Kaan Architecten, die op de tweede plaats eindigden van veelgepubliceerde architecten (21 keer). Er zou sprake zijn van een CKA-effect: het succes van het Amsterdamse bureau zou hebben geleid tot een architectuur van minimalisme waarin minder automatisch beter is. En dat is volgens Van Egeraat zonde in een tijd waarin meer dan ooit tevoren rijke materialisering en vormentaal de architectuur kunnen versterken. Terwijl het Drents Museum deze stelling voorbeeldig onderstreept, doet het eerder gerealiseerde ‘The Rock’ exact het tegenovergestelde.

Bouwen? Ga naar het buitenland!

Naast veteranen kwamen tijdens de boekpresentatie ook jonge architecten aan het woord. Afaina de Jong van AFARAI en Steven Brunsmann van NUNC hebben beide hun eerste project in het jaarboek. Hun reacties op de crisis waren helder en gespeend van enige romantiek. Brunsmann merkte op, dat Nederland de afgelopen jaren is”volgeplempt met betekenisloze troep, die alleen in het teken stond van een goede ‘return on investment’”. Dankzij de crisis wordt alleen nog maar gebouwd waar echt behoefte aan is. En dat is goed. De keerzijde is echter, dat er nog maar zo verrekte weinig wordt gebouwd. Volgens De Jong moet je naar het buitenland als bouwen je doel is. Architecten die besluiten dat ze in Nederland willen werken, zullen zich anders moeten opstellen, meer initiërend. Je moet als architect bereid zijn alles op te pakken en alle aspecten van de opgave durven aanpakken. Haar Minimall-project in Rotterdam is daarvan het perfecte voorbeeld: ze was zelf de opdrachtgever, zocht zelf fondsen, wierf de winkels en bedrijven en verzorgde de marketing en de huisstijl van het project. Het gevaar van een dergelijke aanpak is echter wel, dat je je als architect in het vaarwater begeeft van andere instellingen en bureaus. De concurrentie is ook hier weer aanzienlijk.

Ontwikkelingen

Hoe slecht het weer ook is in de architectuur, JaapJan Berg, afzwaaiend redacteur van het Jaarboek schat in dat ook de komende jaren genoeg interessants zal gebeuren in de architectuur om een jaarboek te vullen. De maatschappij en de economie zullen zich blijven ontwikkelen en aangezien architecten de wereld vormgeven waarin dit gebeurt, zal het vakgebied zich blijven ontwikkelen.

Dynamisch format

De rol van het jaarboek daarin is echter onderwerp van discussie. Moet ze de gelauwerde rol van objectieve verslaglegger opzijleggen en zichzelf, net als de architectuur, opnieuw uitvinden? Is er behoefte aan een dynamischer format voor het jaarboek? Ik weet het niet. Wie de afgelopen edities van de Jaarboeken op een rijtje legt, ziet juist dankzij de pogingen om de jaarlijkse architectuurproductie in een uniform keurslijf te persen, de betekenisvolle afwijkingen. Hilde de Haan, architectuurcriticus van de Volkskrant, presteerde het zelfs om uit de vijfentwintig covers van het jaarboek een samenhangende vaderlandse architectuurgeschiedenis te destilleren.

Wat van mij wel mag veranderen, zijn de vlakke projectbeschrijvingen bij de geselecteerde projecten. Zonder kritische bespreking is de selectie slechts een lijstje als alle andere, en geen afspiegeling van wat de architectuur en de maatschappij beweegt. En daar is geen ander format voor nodig, slechts een redactie met een visie op het vakgebied, die ze durft te delen met haar lezers. Tijdens de presentatie bleek dat de afzwaaiende redactie de afgelopen jaren vooral had genoten van de discussies die ze onderling tijdens de projectbezoeken hadden gevoerd. Laat het publiek daarvan meegenieten!

In het Jaarboek wordt teruggeblikt naar iconische projecten uit de voorgaande 24 edities…

… En natuurlijk ontbreekt de gebruikelijke jaarlijkse selectie van beste projecten niet.

In één van de vele artikelen leeft Kees van der Hoeven zich uit in allerlei lijstjes. Ook telde hij het aantal in het jaarboek gepubliceerde projecten per architect.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels