blog

Wat is architectuurkritiek?

Architectuur

Vier inspirerende interviews met jonge architectuurcritici, maar geen eenduidig idee over wat architectuurkritiek eigenlijk is. Sterker nog, de definitie ervan werd in mijn hoofd steeds diffuser. Terug naar de schoolbanken dan maar, wie weet kunnen ze me daar meer inzicht verschaffen in deze ondoorzichtige materie.

Wat is architectuurkritiek?

 

 

Toen ik via Twitter zag dat de Rotterdamse Academie van Bouwkunst het vak Architectuurtheorie: Theorie & Kritiek aanbiedt, besloot ik me meteen aan te melden als gaststudent. Afgelopen week had ik mijn eerste college van Jeroen Visschers op de RDM Campus op Heijplaat.

Opzoek naar de definitie van architectuurkritiek

Onze eerste opdracht was het lezen van de tekst ‘Architectuurkritiek: identificatie van een onderzoeksobject’, geschreven door Hélène de Jannière, verschenen in OASE #81, een uitgave van NAi Publishers. De titel leek te suggereren dat ik meteen al een antwoord zou krijgen, maar in de laatste alinea schrijft De Jannière: “(…) kunnen we de architectuurkritiek niet definiëren als een unieke praktijk of uniek discourstype.”

Historische betekenis van kunstkritiek

Het artikel heeft me echter wel veel meer inzicht gegeven in op welke verschillende manieren er tegen architectuurkritiek worden aangekeken. Veel mensen die ik spreek, vinden dat een architectuurkritiek een kritisch commentaar moet zijn dat een architectuurproject beoordeelt en herinterpreteert.

Volgens De Jannière komt deze opvatting voort uit de historische betekenis van kunstkritiek: “oorspronkelijk geformuleerd in 1915 door de Duitse kunsthistoricus Albert Dresdner, als ‘autonoom literair genre met de bedoeling de hedendaagse kunt te onderzoeken, er de waarde aan vast te stellen en de loop ervan te beïnvloeden’.”

Architectuurkritiek is niet hetzelfde als kunstkritiek

Deze heldere definitie lijkt echter niet (meer) te voldoen voor architectuurkritiek. Allereerst is volgens critici en architecten architectuur geen kunst. Dit vanwege de economische, technologische, sociale en stedelijke context waarin architectuur tot stand komt.

Daarnaast vraagt De Jannière zich af of deze duidelijk afgebakende definitie nog wel van toepassing is: “Is de rol van de kritiek tegenover steeds individualistischer architectuurtendensen, tegenover de afwezigheid van overheersende doctrines en de afbrokkeling van ideologieën en ‘geëngageerde kritiek’, niet veeleer een kwestie van in kaart brengen, in plaats van oordelen en beoordelen, wat eerst haar functie was?”

Architectuurkritiek als theoretische beschouwing

Meer voor de hand lijkt het dan ook om architectuurkritiek te zien als een theoretische beschouwing van architectuur in het algemeen, een filosofische activiteit, waarbij niet een bepaald project of gebouw aan de orde komt. Zo wordt in de architectuurtheorie tegen kritiek aangekeken.

Veel verschillende opvattingen over architectuur

In het artikel passeren vele critici, theoretici en architecten met hun opvattingen over wat architectuurkritiek moet zijn. Zo meent Peter Collins dat architectuurkritiek een professioneel discours moet zijn dat geen rekening houdt met het werk, maar alleen met het ontwerpproces.

 Manfredo Tafuri stelt zelfs dat kritiek helemaal niet bestaat, alleen geschiedenis. Kritiek moet je volgens hem plaatsen in de geschiedenis: je moet geen waardeoordeel geven over het werk an sich, maar over de relevantie ervan op een specifiek historisch moment.

Is architectuurkritiek een literair genre?

Opvallend is dat de meeste aangehaalde personen er vanuit gaan dat kritiek vooral in de vorm van een tekst naar buiten wordt gebracht. Vervolgens zijn ze er niet over uit of deze teksten dan wel of niet literair zijn. Ignasi de Solà-Morales vindt bijvoorbeeld van niet: “De architectuurkritiek is geen literair genre en ook geen beroep. Het is in de eerste plaats een intellectuele attitude (…)”.

Over deze thematiek sprak ik eerder met Christophe van Gerrewey. Hij vindt dit jammer. “Hierdoor is er geen ruimte voor nuancering, diepgang of poëzie. Daarnaast blijft architectuurkritiek iets voor architecten, terwijl literatuurkritiek door meer mensen wordt gelezen.”

Meerdere vormen voor architectuurkritiek

 Tim de Boer en Rieke Vos gaven in eerdere interviews aan dat zij naast het geschreven woord ook andere uitingsvormen van architectuurkritiek zien. Zo kan De Boer zich voorstellen dat Youtube wordt ingezet en Vos vindt kunstprojecten in de openbare ruimte ook architectuurkritische waarde kunnen hebben.

 Wayne Attoe zou ze waarschijnlijk groot gelijk geven. Hij vindt immers dat elke reactie op de gebouwde omgeving moet worden beschouwd als een vorm van kritiek. Maar Bruno Zevi stelt dat de architectuurkritiek gebruik zou moeten maken van de middelen die eigen zijn aan de architectuur, zoals tekeningen en maquettes.

Verdwijnt architectuurkritiek?

Al die verschillende opvattingen over en al die vormen van architectuurkritiek lijken in de eerste instantie hoopgevend voor de ontwikkeling van het vak. Het houdt mensen bezig en het komt meer voor dan je in eerste instantie misschien denkt.

Maar volgens De Jannière is juist het omgekeerde aan de hand: architectuurkritiek verdwijnt langzaamaan. Verschillende critici, zoals Martin Pawley, verklaren de kritiek zelfs dood. De reden die hiervoor wordt aangedragen is dat het door al die standpunten onduidelijk is wat de functie van kritiek is en daarnaast zorgt de veelheid aan onderwerpen en media voor verwatering en vermindering van invloed.

Een nieuwe architectuurkritiek?

Nog nooit werd er zoveel gepubliceerd over architectuur; denk maar aan de vele (glossy) vakbladen en de architectuurblogs. Blijkbaar bieden die dus niet ‘ware kritiek’ zoals die vroeger bestond. Is het misschien tijd voor een nieuwe architectuurkritiek?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels