blog

WAT kan de architect..?

Architectuur

Tal van publieke figuren hebben de afgelopen jaren hun liefde voor architectuur betuigd. Neem Brad Pitt die af en aan naar Nederland vliegt om Rem Koolhaas te spreken en zelf een aantal projecten in Amerika is gestart. Of anders Ruud de Wild die in een interview verklaarde dat hij liever architect was geworden.

WAT kan de architect..?

 

Ik vraag mij af welk beeld Ruud de Wild van een architect heeft. Iemand die achter de tekentafel het ene na het andere mooie gebouw creëert? Veel van mijn studiegenootjes die als architect zijn afgestudeerd, ontwerpen en bouwen niet of relatief weinig. Ze promoveren, organiseren, schrijven, doen (ontwerpend) onderzoek, analyseren, schematiseren, programmeren, bouwen tentoonstellingen, maken beleid, bedenken producten of ontwikkelen zelfs gebouwen.

John Cary

Over de mismatch tussen de werkelijkheid en het imago van architecten las ik een interessant artikel van John Cary ‘Why Architecture’s Identity Problem Should Matter to the Rest of Us’ (dank voor de tip Loes Veldpaus). Volgens hem hebben de meeste mensen een te romantisch beeld van de architectuurwereld, wat volgens hem best logisch is.

“Er zijn maar weinig creatievere, transformerende en directere manieren om de wereld letterlijk een betere plek te maken. Bijna niets beïnvloedt de kwaliteit van leven meer dan het ontwerp van onze huizen, onze scholen, onze werkplekken en de openbare ruimte.”

Beroepservaringsperiode

Architecten in Nederland doen meer dan ontwerpen en bouwen. Het is zelfs zo dat wanneer je na het afronden van je architectuuropleiding nooit bouwt, je de titel ‘architect’ mag voeren. In de VS – en in vele Europese landen – is dit een ander verhaal. Daar ben je verplicht om eerst als (onderbetaalde) stagiair een beroepservaringsperiode van enkele jaren succesvol af te ronden voordat je jezelf architect mag noemen. Je moet eerst de praktijk van het bouwen onder de knie hebben voordat je zelfstandig aan de slag mag.

Dit is precies waar studenten architectuur, stedebouw en landschapsarchitectuur in Nederland vanaf 2015 ook mee te maken krijgen, dankzij de nieuwe Wet op de architectentitel (WAT).

Minder ‘echte’ architecten als gevolg

Cary signaleert dat in de VS de beroepservaringsperiode een lange, zware weg is, die velen niet in staat zijn of simpelweg niet bereid zijn om af te leggen. Meer dan de helft van de afgestudeerden van een architectuuropleiding draagt daar dan ook niet de titel van architect.

Elitaire en homogene groep architecten

Het beroep wordt hierdoor volgens Cary uitgeoefend door een elitaire en homogene groep. Dit heeft gevolgen voor de gebouwde omgeving, want ook talentvolle ‘bijna-architecten’ bedanken voor de strenge beroepservaringsperiode die zich vooral richt op het bouwproces. Hij illustreert dit met een aantal voorbeelden van mensen die volgens hem baanbrekend werk verrichten op het gebied van architectuur, maar die geen ‘echte’ architect zijn.

Zo overtuigde Maya Lin dertig jaar geleden Amerika van haar minimalistische ontwerp voor het Vietnam Memorial en haar latere werk werd over de hele wereld toegejuicht. Toch is Lin geen architect. Maar ook Shaun Donovan, de Amerikaanse minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling, studeerde architectuur aan de Harvard Graduate School of Design maar is geen ‘echte’ architect. Hetzelfde geldt voor TED prijswinnaar en showman Cameron Sinclair, de oprichter van Architecture for Humanity.

Cary meent dat het voor het imago van architecten goed zou zijn niet te veel focus te leggen op de titel. Te veel ‘niet’ architecten die van wezenlijk belang zijn voor de ontwikkeling van de architectuur worden buitengesloten.


Vietnam Memorial door Maya Lin

Het Experiment als voorloper op de Wet op de Architectentitel

Dat ik het artikel van Cary aanhaal, wil niet zeggen dat ik tegen de WAT ben. Ik kan me nog goed herinneren dat ik in 2002 als een van de vertegenwoordigers van CHEOPS bij Kees van der Hoeven – toen nog in functie als voorzitter van de BNA – langsging om over het Experiment te praten.

Aan het Experiment zouden een jaar later net afgestudeerde architecten mee kunnen doen. Hiermee werd geanticipeerd op de toekomstige WAT. Ik vond het toen – en nog steeds – een geweldige kans voor jonge architecten om belangrijke praktijkervaring op te doen bij verschillende architectenbureaus. Groot verschil is dat het vanaf 2015 verplicht is, terwijl het nu optioneel is.

Wat levert de WAT op?

Maar het artikel van Cary heeft me wel aan het denken gezet over wat de WAT kan/moet opleveren. Het is interessant om te lezen hoe hij tegen de beroepservaringsperiode aankijkt in een land waar het al decennia de norm is, terwijl we er hier nog mee moeten beginnen.

Exclusieve titel, breed werkveld

Het lijkt een paradox: het beroep van de architect wordt door de WAT exclusiever, terwijl de praktijk waarin hij werkt steeds breder wordt. Architecten zijn niet alleen nodig voor het ontwerpen van milieuvriendelijkere gebouwen, het revitaliseren van oude gebouwen, het verbeteren van scholen en in het creëren van inspirerende en gezonde woon- en werkomgevingen, ze moeten tegenwoordig nog meer kunnen. Zo zei Nanne de Ru (Powerhouse Company) laatst tijdens de Meet de Architect op GEVEL 2012 dat hij onder meer als productontwerper, consultant en risicodragende ontwikkelaar werkzaam is.

 

Vraagtekens

Ik vraag me daarom af waaraan de beroepservaringsperiode moet voldoen. Wat moet je leren om de meeste toegevoegde waarde te hebben? En wat kun je daarna als ‘echte’ architect?

En daarnaast: de architectentitel wordt exclusiever, maar wat zijn nou de consequenties hiervan voor het vak? En voor de ontwerper? Want in hoeverre is het verschil tussen een ontwerper met architectentitel en een ontwerper zonder titel echt relevant bij het bouwen? In Nederland mag je immers bouwen zonder architectentitel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels