blog

Bottom up…

Architectuur

Internet heeft er voor gezorgd dat mensen steeds vrijer zijn en de wereld kunnen laten weten wat ze geloven, wat ze denken en wat ze willen. In combinatie met de social media vergroot dat de zichtbaarheid van consumenten, waardoor grote bedrijven zich meer moeten richten op de klant en zijn snel wisselende vraag. De bouwwereld als social enterprise. Dat is nieuw!

Bottom up…

Grote logge organisatie delven het onderspit als ze niet snel en persoonlijk kunnen reageren, net als kleinere bedrijven. Het was Business2Client en het wordt Client2Business en misschien wel Person2Person, volgens Frans van de Reep van Dutch Cowboys in zijn blog ‘The Social Company: Architectuur van een verandering’.

Zichtbaar en bewust

Mensen worden zichtbare consumenten. En meer bewuste. Bewust van wat ze eten, wat ze doen en hoe ze wonen. Dat zien we doordat de verkoop van biologisch voeding stijgt (met 27% vorig jaar), er meer elektrische auto’s rijden, er meer afval gescheiden wordt en het aandeel duurzame gebouwen groeit. De ‘uitgerolde wijk’ worden niet meer geaccepteerd en als projectontwikkelaar kom je niet meer weg met opties als een ‘dansende rooilijn’ of een erker meer of minder.

68% Wil duurzaam bouwen

Uit onderzoek onder de toekomstige bewoners van de Waalsprong bij Nijmegen blijkt: 68% wil duurzaam bouwen. Want ja, als je zelf gaat bouwen, wil je weten wat er in de muur zit en hoe je frisse lucht binnenkomt. En wat je de komende dertig tot vijftig jaar gaat betalen aan gebruikskosten en onderhoud.

 

De variërende wijk in de Vossenpels, onderhevig aan wensen van bewoners.

Zelf kiezen

Bij ‘Plant-je-Vlag’ in de Vossenpels is de consument helemaal vrij. De nieuwe bewoners kiezen een eigen plek en een eigen kavelgrootte, zoals ze het beste passen bij hun ideeën. Wil je naast je huis een eco-uitkijktoren, dan is dat prima! En een semi-ondergronds woonkamerrestaurant, is ook okee.

 

Het resultaat van een duurzaam werkloosheidproject in de Waalsprong: de eco uitkijktoren.

Bestaande en toekomstige bewoners werken met het ontwerpteam van de gemeente aan een definitief stedebouwkundig plan. Ze durven welstand nog niet helemaal los te laten, dus is er een soort Beeldregie vastgelegd, maar vooruit, het gaat de goede kant op.

Duurzaam kavelpaspoort

Een heerlijk schril contrast hiermee vormt de voorheen gangbare methode van kavelverkoop bij de nieuwbouwgemeente Lelystad. Daar werd tot in detail vastgelegd wat er moet komen. Top-down, in visiestukken, beleidsstukken, welstandsnota’s en materiaalbeschrijvingen werd de creativiteit beperkt van de architect en de toekomstige gebruiker. Ook in Lelystad verkoopt de grond niet, dus heeft de gemeente twaalf duurzame architecten gevraagd om een duurzaam huis te ontwerpen, op een kavel, met een aantoonbare relatief hoge GPR score (duurzaamheidstoetsing), en volgens het volgende kavelpaspoort:

De bouwstijl kenmerkt zich door gevarieerde woningen in wit, crème, lichtgeel of lichtgrijs, conform kleurenpallet, met een eigentijdse en rustige uitstraling. Contrasten in donkere natuurtinten. Woningen minimaal 1 bouwlaag met kap, maximaal 3 bouwlagen met kap. Zadeldak haaks op straatrichting dakhelling: minimaal 15° – maximaal 50°. Kap afgedekt met matte gebakken pannen of leien in de kleur antraciet/grijs. Een betonpan of lei met een gelijkwaardige uitstraling is toegestaan. Geen volledig verglaasde pannen toepassen. Mat verglaasde pannen zijn wel toegestaan. Hoofdmateriaal is metselwerk of stucwerk. Combinatie met andere materialen is mogelijk, mits (…en nu komt ie…) de uitstraling duurzaam is. Relatief smalle en diepe woningplattegrond, dakoverstek of subtiele dakrand, bijzondere erkers voorkant of zijkant woning, dakterrassen. Rustige en zorgvuldige detaillering en zorgt voor voldoende contrast. Toepassing van een plint of basement in een donkere kleur. Maximale oppervlakte hoofdgebouw erker toegestaan binnen bouwzone maximale breedte: 50% van de voorgevel maximale diepte: 2,0 m. vanuit de voorgevel aan- en uitbouw toegestaan binnen bouwzone minimaal 3,0 m. achter voorgevel. Aanbouw, uitbouw en bijgebouw toegestaan binnen bouwzone maximale diepte: 4,0 m. vanuit de achtergevel geen gebouwen toegestaan. Verplichte zijde stallinggarage. Gebouwde stenen tuinmuur twee steens breed, hoogte 0,6 m. Kant-en-klaar haaghekwerk, hoogte 1,8 m….

Snap jij het nog? En dan verwachten ze dat je unieke duurzame woningen krijgt…

Het is zelfs behoorlijk brutaal om zo op de stoel van de architect te gaan zitten en bedenken dat het bijvoorbeeld mooi is dat als in die ene straat de nok haaks op de weg staat en daar grijze pannen bij horen. De laatste stuiptrekkingen van het vinex gevoel zullen we maar denken…

Kavelenveloppen, formules voor standaardisering….

… en het resultaat.

Faciliteren ipv dicteren

Concluderend kunnen we dus stellen dat de overheid zich veel en veel meer faciliterend op zou moeten stellen. Niet dicterend. Bestemmingsplannen zouden rigoureuzer en vrijer moeten zijn: daar mag je helemaal niet bouwen en daar ben je vrij in je bestemming en uitwerking. Er zijn al vele duizenden lege gebouwen waar een ‘verkeerde bestemming’ op ligt. Wat nu, als je als gemeente de bestemming vrijgeeft en je laat de markt met ideeën komen? Desnoods in een soort pitch? Ik ben ervan overtuigd dat er vele mooie oplossingen gevonden kunnen en zullen worden als je de regels wat loslaat. En aangezien mensen dan verantwoordelijk worden voor hun omgeving, zullen ze er iets moois van maken. Misschien zelfs wel architectuur….

NDSM

Een goed voorbeeld is de NDSM Werf. Dit project is niet alleen bottom-up geïnitieerd, maar ook organisch gegroeid. Projectbureau Noordwaarts van de gemeente Amsterdam begrijpt dat je niet moet dicteren, maar faciliteren. Ze laten de markt met ideeën komen door een prijsvraag uitschrijven: Broedplaats Ceuvel Volharding. Heel goed!

 

Klushuizen

Een ander voorbeeld is het prijswinnende project van gemeente Rotterdam: de klushuizen. Voor een zeer gering bedrag koop je een casco woning in een achterstandswijk. De gemeente voorziet in funderingsherstel en de rest moet je zelf doen. Een fraai voorbeeld van bottom-up werken met een faciliterende gemeente. Het resultaat is voor alle partijen goed: de woningen worden hersteld en weer bewoond, de wijken worden verfraaid en de mensen kunnen bouwen wat ze willen, wat fraaie woningen oplevert. Niet voor niets is dit concept prijswinnend – en niet voor niets wordt het door veel steden opgepikt!

Toch nog een beetje eng

Maar voor de meeste overheden is dit toch nog een beetje eng: we hebben niet vastgelegd wat er komt, stel voor, straks krijgen we lelijke gebouwen! Daar hoeven ze eigenlijk niet bang voor te zijn. Door te faciliteren heb je nog steeds invloed. Toen we nog dagelijks voor onze kost moesten scharrelen en geen tijd hadden om regels te bedenken, bouwden we de binnensteden die men over het algemeen nu nog steeds het mooiste stukje stad vinden. Mogelijk zal een tikkeltje nostalgie daar debet aan zijn, maar toch ook zeker het gevarieerde stadsbeeld. En al die binnensteden zijn organisch gegroeid.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels