blog

De StadLandBouwmeester

Architectuur

De naam van de nieuwe minister van wonen is veelbelovender dan zijn functie: Blok. Een gesloten bouwblok is het ultieme beeld van intensief, stedelijk wonen. In Nederland is zo een stedelijke beleving ver te zoeken. Rudy Stroink pleit in zijn open memo voor een minister van Stad. Hierdoor kan worden gewerkt aan de stad als economische motor. Ik ben het buitengewoon eens met de achterliggende motivatie. Maar ik zou geen nieuwe minister aanstellen.

De StadLandBouwmeester

Om steden tot ontwikkeling te brengen heb je geen politicus nodig maar iemand, die er inhoudelijk diep voor wil gaan en knokken. Waarom niet de stadsbouwmeester nieuw leven in blazen, maar dan voor het hele land: de StadLandBouwmeester.

Suburbanisatie

Wij hebben in Nederland de afgelopen decennia ons stinkende best gedaan om mensen de stad uit te krijgen en op de groene wei ontspannen te laten wonen. Dat was een ontwikkeling die plaats vond, simpelweg omdat het kon en omdat mensen er geld mee konden verdienen. Nu dit proces nog nauwelijks is afgesloten komen wij er al keihard op terug. En ‘wij’, dat zijn niet alleen de professional die gruwen van voortuinen. Bijna elk woningmarktonderzoek laat een trend zien, waarbij de behoefte aan stedelijk wonen enorm groot is en planvorming daar in zijn geheel niet op is aangepast. De renaissance van stedelijk wonen heeft niet lang op zich laten wachten.

Tegelijkertijd is Nederland meesterlijk in herstructurering en transformatie van de bestaande stad. Naast de wijken buiten de steden pakken wij al decennialang verouderde stadswijken aan. Dit doen wij vergeleken met het buitenland met veel kennis en op onderscheidend niveau. Maar stedelijke transformatie staat in Nederland tot op de dag van vandaag in het teken van suburbanisatie. Herstructurering leidt in de meeste gevallen tot verdunning van wijken. Hierdoor komen voorzieningen in stadswijken net zo hard onder druk te staan als in de krimpregio’s van Nederland. Er wonen simpelweg te weinig mensen in een bepaalde omtrek om winkels, bioscopen en bibliotheken in leven te houden. Deze suburbanisatie is begrijpelijk. Enerzijds heeft de stad lang moeten concurreren met het groene en ontspannen aanbod in de Vinexwijken. Anderzijds is de planvorming grotendeels vormgegeven door landschapsarchitecten. Er zijn verbazingwekkend weinig stedenbouwkundigen en architecten betrokken bij plannen voor grote herstructureringen. Geen wonder dat alle wijken ineens ook groen en landschappelijk zijn geworden.

Daar is op zich ook niets mis mee. Mooi voor die ene persoon voor wiens voordeur een treurwilg staat. Maar het is funest voor een stad die leeft op intensiteit, complexiteit en diversiteit. Het probleem is ook dat alle spelers in de bouw vol inzetten op groen en ruim. Ontwikkelaars, makelaars, bouwers, corporaties: ze hebben geen ervaring met het ontwerpen en ontwikkelen van stedelijke kwaliteit. Deze kennis zullen wij de komende jaren moeten opbouwen. De beelden en ruimtelijke voorbeelden moeten wij uit het buitenland halen.

Transformatieopgave

In zijn open memo ‘Aan Mark en Diederik’ schetst Stroink terecht het belang van de stad. Hij vergelijkt de mondiale positie met China en Brazilië. Vooral het laatste land is een schoolvoorbeeld voor steden van metropoolachtige omvang en volstrekt ontbrekende suburbanisatie. Deze steden liggen ver uit elkaar en Brazilië kent door de grote schaal dan ook een heel ander vervoersprobleem dan Nederland. Niet files maar bereikbaarheid en verbinding van de grote steden is hier de issue. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat in Nederland sprake is van een unieke clustering van betrekkelijk kleine steden tot één intensief land. Om dit te koesteren moeten wij oppassen dat de steden niet tot een megapool aan elkaar bakken, maar intensiveren. Hiervoor hebben wij nog extreem veel lucht in de stad. Binnen de huidige grenzen kunnen alle Nederlandse steden 30 – 50% meer inwoners aan, mits ingezet wordt op een goed stadsbeleid.
Hierbij blijft transformatie het toverwoord. En die komt momenteel erg onder druk te staan. En dat is niet alleen vanwege ontbrekende investeringsruimte. De kennis om te transformeren verdwijnt. Dat komt omdat inmiddels ook de laatste ontwikkelaar die op de groene wei kon bouwen de stad in is getrokken en planprocessen frustreert door onkunde. Dit doet momenteel de laatste, broze kansen de das om. Ook het feit dat de beroepsgroep van architecten en stedenbouwers meer dan gehalveerd is doet dit geen goed. Veel kennis gaat verloren, een nieuwe generatie moet zich volledig opnieuw positioneren. Die nieuwe generatie wil wel. Een boegbeeld dat dit proces met een visie draagt zou enorm bijdragen om een nieuwe generatie stedenbouwers en architecten vooruit te helpen.

Minister of meester?

De ontwikkeling van de stad is mijns inziens geen politiek oplosbare kwestie. Het is een inhoudelijk vraagstuk, dat alleen succesvol kan landen indien zich een gedreven persoon hier in stort en zijn leven geeft aan het perspectief voor de stad. Wij hebben een Rijskbouwmeester, maar dat is een functie die enorm beperkt is tot gebouwen. De stadsbouwmeester daarentegen is een functie, die inhoudelijk sterk verbonden is met de dagelijkse problematiek van een stad. De persoonlijke gedrevenheid en kwaliteit van de goede stadsbouwmeesters is altijd de brandstof geweest waarop steden zijn gaan werken. Is zo een functie ook op nationaal niveau voor het hele land denkbaar? Ik denk het wel. Nederland is betrekkelijk klein, natuurlijk zijn er regionale verschillen. Maar het is inmiddels veel belangrijker geworden om die verschillen met elkaar in verband te brengen. Denk aan krimp in de uithoeken en tegelijkertijd groei in de steden. Die twee verschijnselen hangen aan elkaar. Doordat ze momenteel regionaal worden uitgewerkt, werken ze elkaar tegen. Dat terwijl ze in samenhang tot meerwaarde zouden kunnen leiden.

Van vraag naar aanbod of andersom?

Een ‘minister van wonen’ suggereert aandacht voor de vraag. Dat is natuurlijk hartstikke mooi, terecht en past bij ons huidige modebeeld van een vraaggestuurde markt. Dit is de reactie op de aanbodgerichte markt, waarvan wij vinden dat deze ons problemen heeft veroorzaakt. Maar in een gezonde markt zijn vraag en aanbod juist in evenwicht. En dat evenwicht is momenteel zoek.

Ik voorspel dat de huidige, krampachtige bediening van de vraag ons over 10 jaar meer problemen gaat veroorzaken dan het aanbodgerichte denken van de jaren 90 tot vandaag. Er zal dus op erg korte termijn hard getrokken moeten worden aan het perspectief op het aanbod. Daarin gaat het namelijk om ruimtelijke kwaliteit. In Utrecht is er vast veel vraag naar grondgebonden woningen met een tuin.

Maar kun je aan de gracht een tweekapper neerzetten? Dacht het niet. Waar kwalitatief hoogwaardige, stedelijke ruimte dwingt tot specifieke producten, moet vraaggericht denken worden losgelaten en gewerkt worden aan een excellent aanbod, dat een latente vraag bedient. Dat is stedelijk ontwikkelen. En hiervoor moet het roer om. Een  krachtige StadLandBouwmeester is hard nodig.

  

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels