blog

Fiere horizonten

Architectuur

Terwijl in Amsterdam het Stedelijk Museum deze maand zijn deuren opent, begon eerder dit jaar in Den Haag de verbouwing van het Mauritshuis. Tot aan de heropening van het museum medio 2014 zal een deel van de topstukken uit de collectie te zien zijn in het Haags Gemeentemuseum. Een kleinere selectie is sinds juni op reis door Japan en de VS.

Fiere horizonten

 

 

 

Onder de werken die tijdelijk in het buitenland verblijven bevindt zich ook het ‘Gezicht op Haarlem met bleekvelden’, door Jacob Isaacksz. van Ruisdael. Van Ruisdael geldt als een van de belangrijke vernieuwers van de Nederlandse landschapsschilderkunst. Zijn werk is niet alleen beroemd om zijn spectaculaire wolkenluchten, maar ook om zijn dramatische composities van mens en natuur.

Kunsthistoricus Huigen Leeflang heeft er erop gewezen dat het werk van Van Ruisdael uitdrukking geeft aan een typisch 17e-eeuwse herwaardering van het landschap en een veranderende kijk op de verhouding tussen stad en land. Deze ontwikkeling hangt onder meer samen met het groeiend zelfbewustzijn van de Hollandse stad ten tijde van de Gouden Eeuw en de toe-eigening van het buitengebied door de stedeling. We zien dit niet alleen terug in de bouw van luxueuze buitens door kooplieden en regenten, maar ook in een nieuwe, territoriale beeldvorming van het achterland.

Citybranding

‘Gezicht op Haarlem…’ toont de stad gezien vanuit de Kennemerduinen tegen een karakteristieke Hollandse hemel. Haarlem, herkenbaar aan de imposante Sint-Bavokerk, is gesitueerd in een landschap van buitenplaatsen, bolwerken en bleekvelden, illustratief voor de florerende textielindustrie in de stad. Kenmerkend aan het panorama is dat de omgeving die is afgebeeld voor een belangrijk deel een gebruiks- en productielandschap betreft. Het laagland rond Haarlem, zo laat het schilderij zien, is niet langer een onbegaanbare wildernis maar de achtertuin van de stad.

Van Ruisdael schilderde tijdens zijn carrière niet minder dan vijftien van deze stadsgezichten, die liefkozend ook wel de ‘Haarlempjes’ worden genoemd. Elk van de werken toont het beeld van een welvarende stad omringd door een bedrijvig landschap, een eigentijdse wereldstad in zijn natuurlijke domein. De Haarlempjes hebben hiermee iets weg van citybranding avant la lettre. Ze geven uitdrukking aan het verlangen van de 17e-eeuwse stedeling zijn stad voor te stellen als een door mensenhanden gecreëerde orde in een goddelijk arcadia.

Atlanta
Atlanta Wilbur G. Kurtz

Grootstedelijke flair

Ook tijdens de industriële revolutie wanneer professionele stadsmarketing op grote schaal haar intrede doet, blijkt het stedelijk panorama een prominent thema. De bleekvelden maken plaats voor spoorwegemplacementen en de molens zijn vervangen ronkende fabrieken, maar de boodschap vertoont sterke parallellen: ‘deze stad is dynamisch en bouwt aan zijn toekomst en deze stad is de hoofdstad van een veel groter gebied’.

Nog weer een episode later, als eind 20e eeuw de fabrieken zijn ingeruild voor commerciële dienstverlening en creatieve industrie, zijn het de spiegelende façades van kantoortorens en architectonische ‘landmarks’ die de stedelijke horizon kenmerken. Gemeenten voeren een actief hoogbouwbeleid in de hoop hun stadscentrum enige grootstedelijke flair te verschaffen en iconische architectuur wordt ingezet voor het aantrekken van toeristen en het scheppen van een gunstig vestigingsklimaat. De postindustriële stad heeft zich heruitgevonden als beleveniseconomie; een bruisende plek waar metropolitane kwaliteiten en mondiale invloeden samenkomen.

Tourist gaze

De typische neiging om plekken – ook de stad waar je zelf woont – te bekijken door de ogen van een buitenstaander is door socioloog John Urry ook wel beschreven als de ‘tourist gaze’. Vanaf de jaren ´90 zien we een sterke trend bij steden om zichzelf te profileren op basis van hun toeristische aantrekkelijkheid. Ruimtelijke plannen worden bedacht vanuit het perspectief van een virtuele bezoeker die moet flaneren over de plaatselijke ‘Ramblas’, een boetiek bezoekt in het ‘quartier vivant’ of een vaartochtje maakt over een gracht die enkele decennia eerder nog was gedempt.

Ook in de toeristische perceptie speelt de skyline van de stad een belangrijke rol. Wolkenkrabbers en landmarks kunnen door hun immense omvang nauwelijks ten volle ervaren worden in nabijheid. De skyline bestaat in feite alleen op afstand. Als beeld op het netvlies van de bezoeker, en als foto die wacht om geschoten te worden.

Een tweede gevolg van de schaal van skylines is hun uitwerking op de omgeving. Zoals de gestalte van de Sint-Bavo aan de horizon van Van Ruisdaels Haarlem in een groot gebaar de linnenindustrie als stedelijke entourage annexeert, zo figureert ook de hedendaagse skyline als kolonisator van het stedelijk territorium. Hoe groter de gebouwen, hoe groter hun visuele actieradius; hoe beter hun zichtbaarheid, hoe krachtiger hun imago. Elke horizon biedt daarbij slechts plaats aan één enkele skyline. Alleen de stad die de strijd wint om de horizon, verwerft ook de visuele hegemonie over het landschap.

Hubert Robert Brand van RomeHubert Robert Brand van Rome

Armageddon

Een laatste aspect van de skyline als grootstedelijk ensemble is zijn monumentaliteit. Deze monumentaliteit bestaat eruit dat de skyline bepaalde immateriële waarden uitdrukt in een fysieke structuur die zo groot en sterk is dat deze geacht wordt de tand des tijds te kunnen overleven.

Niet voor niets vormt de ruïne van de skyline een herkenbaar iconografisch thema voor de verbeelding van apocalyptische scènes. Van de caprices van Hubert Robert tot de cinematografische destructie van hedendaagse metropolen in films als Armageddon, Independence Day en The Day after Tomorrow.

Als de skyline brandt, zo weten we, is alles verloren. Een visioen dat bizar aan de realiteit schampte toen op 11 september 2001 de hegemonie van de New Yorkse skyline abrupt ten einde kwam.

9119/11 (11 september 2001)

Mauritshuis
Gemeentemuseum Den Haag ‘Meesters uit het Mauritshuis’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels