blog

Architectuur met de vier elementen

Architectuur

Onze voorouders bouwden zoveel mogelijk met en in hun natuurlijke omgeving. Dat was het enige dat technisch mogelijk was en daarmee vanzelfsprekend. Naarmate de mens leerde om de natuur te overwinnen, werd hij minder afhankelijk van deze natuur en werden natuurlijke elementen eerder als lastig ervaren. Meer en meer werd er tegen de elementen in gebouwd. Bouwen mèt de elementen kan echter juist fraaie architectuur opleveren.

 

Vuur

Om te beginnen met het element Vuur. Architectonisch zullen maatregelen tegen vuur in het interieur weinig effect hebben. Het wordt bestreden met branddeuren, sprinklers en gipsplaten. Met vuur vanuit buiten, bosbranden bijvoorbeeld, kan wel degelijk rekening worden gehouden in de architectuur. Begrijpelijkerwijs hebben we hiervan nationaal niet veel voorbeelden, maar in Australië des te meer.

Het Convertible House ontworpen en bewoond door Kevin Starling (Designology) is een milieuvriendelijk en brand- en stormbestendig woonhuis, gelegen nabij Daylesford in Victoria, Australië. Het huis kan worden afgesloten met golfplaten luiken om storm- en brandschade te voorkomen. Het woonhuis heeft verschillende prijzen gewonnen, ook op ecologisch gebied. Architectonisch doet het ontwerp echter denken aan een met een blikopener bewerkte romneyloods…

Beter architectonisch ingepast is dan het Cape Schanck House van Peter Morgan, eveneens in Victoria, Australië. Als je de degelijkheid daarvan ziet, nodig je zelfs je vrienden uit als er een bosbrand is.

Water

Water is een veelbesproken onderdeel van de architectuur. Bouwen op water is zeker in Nederland een steeds belangrijker item. Met de juiste technieken kun je gebouwen op het water neerzetten die niet eens zoveel meer met water te maken hebben. Die relatie kan echter ook wel duidelijk worden gelegd. Een ontwerp dat iedereen kent, is natuurlijk de Watercube van PTW Architects voor zwembaden tijdens de Olympische Spelen in Beijing. Zelf heeft het gebouw niet zoveel met water, maar het oogt wel lekker waterig…

Een gebouw dat zijn vorm (mede) te danken heeft aan water is het wereldberoemde gebouw van Frank Lloyd Wright: Falling water. Gebouwd over een waterval waar de familie Kaufman altijd op een rots zat te picknicken. Die rots komt nu in de woonkamer boven de haard door de vloer. Falling water is met recht het gebouw dat mij als piepel-studentje in mijn eerste jaar liet zien dat je in de natuur prachtige gebouwen kan maken. De plek respecterend, zelfs versterkend en bovendien prachtig in ieder seizoen. Zo moest er gebouwd gaan worden!

Gebouwen waarin water daadwerkelijk onderdeel is van het gebouw heb ik nog niet gezien. Uiteraard wel gebouwen met een ‘waterwall’ maar dat is een beetje eenvoudig. Water heeft een prachtig ritme. Denk maar aan de stroompjes en ribbels in het zand bij een terugtrekkende vloed. Dit ritme is ook goed te zien in flowforms (zoals in ons genomineerde ontwerp voor het Monument Vuurwerkramp in Enschede), maar ook prachtig verwerkt in deze trap in Hattersheim, Duitsland (zie foto). Ik ben ervan overtuigd dat de combinatie water en architectuur op dat vlak nog veel te bieden kan hebben, denk aan gevels, niveauverschillen, enzovoorts.

Lucht

Bij het element Lucht hebben we het natuurlijk over wind. In de architectuur zijn verschillende voorbeelden te vinden van gebouwen waarbij de keuze voor het (natuurlijke) ventilatiesysteem een indruk achterlaat. Een voorbeeld wat de meeste wel zullen kennen is de gek op het stadsdeelcomplex Leidschenveen- Ypenburg, goed zichtbaar vanaf de snelweg A12. De stalen ooievaar boven op het dak is feitelijk een met de wind mee draaiende gek die zorgt voor de natuurlijke trek waarmee het gebouw wordt geventileerd. Een vrij bepalend architectonisch accent, vergelijkbaar met de gebeeldhouwde ventilatietorens op Le Pedrera van Gaudi in Barcelona.

Een stapje verder komen we gebouwen tegen waarbij lucht/wind een bepalende invloed heeft op de vorm. Bijvoorbeeld het Bahrain WTC van Atkins Design in Manama, Bahrain, met zijn geïntegreerde windmolens. Ook de Chicago Spire van Santiago in een van mijn eerdere blogs beschreven, dankt zijn vorm aan het feit dat hij in de wind staat.

 
Bahrain WTC

 
Chicago Spire

Een gebouw dat zeker moet worden genoemd is het Wind Paviljoen van Michael Jantzen. Zonder wind zou dit ontwerp niet bestaan. Bovendien laat de wind dit gebouw continu van vorm veranderen.

 

 

Aarde

Bouwen onder aarde, in aarde en met aarde… Aarde is de meest gebruikte van alle elementen. Een baksteen is in feite ook aarde. Bij het element Aarde in zijn krachtigste vorm kun je denken aan aardbevingen. De technieken die op dit gebied worden ontwikkeld zijn technisch van aard (veren en dergelijke), die architectonisch gezien niet veel gevolgen hebben. Bij gebouwen waarbij de vorm in zichzelf aardbevingbestendig is, ga je dat uiteraard wel terug zien. In Japan wordt getest met honigraatvormige constructies. Zie daarvoor ook mijn vorige blog Animal Architecture. Een andere mogelijkheid is de constructief sterke dome-vormige gebouwen. Hier een voorbeeld van de hand van Patrick Marsilli:

 

‘Aardser’ is bouwen met, onder en in de aarde: bouwen met earthbags. Op locatie vul je de bags met aarde, deze stapel je op, balklaag erop en aarde erop en eroverheen. Zuiverder kun je het niet krijgen. Overigens zie je steeds vaker dat dit als alternatief wordt gebruikt voor oude autobanden bij earthships. Dat lijkt me vanuit ecologisch oogpunt ook logisch: autobanden horen immers onder auto’s om er vervolgens nieuwe banden van te maken. Ze lijken me niet gemaakt om in te wonen.

 

Als afsluiter twee fraaie voorbeelden van bouwen met de aarde. Ik zou er zo mee willen ruilen!

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels