blog

De stad, de rellen en de architectuur

Architectuur

Volgens mijn collega Astrid gaat de liefde van architecten zelfs op vakantie door de maag (van architectuur). Ik kan haar moeilijk ongelijk geven. Ik herinner me bijvoorbeeld iets dat onze auteur Mirjam IJsseling me ooit vertelde; namelijk dat ze naar aanleiding van de publicatie van een gebouw van de Noorse architect Sverre Fehn in ons blad 600 kilometer omreed naar het noorden van Noorwegen om het ook daadwerkelijk te zien.

De stad, de rellen en de architectuur

 

Zelfs al ga je niet op vakantie, de architectuur is nooit ver weg. Afgelopen zomer had ik volop gelegenheid mijn boekenkast op te ruimen. Het betekende een weerzien met boeken die ik ben gaan beschouwen als vrienden. Je weet nog wanneer je ze voor het eerst ontmoette, je hebt veel met ze meegemaakt. Wat me ook opviel was dat er heel veel oude vrienden bij zaten. En dat ik bij het weerzien de draad weer snel oppakte.

Een van die boeken was Works II van Cedric Price uit 1984. Het boek lijkt bewust klungelig te zijn vormgegeven, het valt van ellende uit elkaar en het bevat tal van schimmige plaatjes. En toch is het interessant. De legendarische Reiner Banham sloeg de spijker op de kop, toen hij zei: “Cedric Price vroeg opdrachtgevers nooit welk gebouw ze wilden, maar of ze wel een gebouw nodig hadden.’ Ooit liep ik hem tegen het lijf bij het Chilihaus in Hamburg. In de kroeg kwam hij met de smakelijke anekdote, dat hij een opdrachtgever van een villa na twee maanden hard werken niet een ontwerp had gepresenteerd, maar het advies had gegeven echtscheiding aan te vragen.

Price verzon een even originele als lastige oplossing voor het bekende probleem hoe ontwerpen zich verhoudt tot onderzoek en analyse. Hij zag het ontwerp als een hypothese die door de werkelijkheid kon worden ontkracht. Wat Price ons leert, kan bijzonder van pas komen in de huidige situatie. Het is immers hard nodig om in deze tijd het verband tussen beeld en werkelijkheid weer te herstellen. Dat zie je bijvoorbeeld ook heel goed bij de opgave van het binnenstedelijk bouwen. Als de rellen in Londen ons iets leren, dan is het wel dat de stedelijke condities op dit moment veranderen. Ontwerpen is nu iets heel anders dan twintig jaar geleden.

Commentatoren wijzen erop dat de steden niet alleen rijker, maar ook verdeelder en meer ongelijk zijn geworden. Zij schrijven de rellen toe aan de groeiende scheiding tussen klassen. Steden zijn magneten voor de superrijken, maar ook voor migranten op zoek naar betere leefomstandigheden. Zij zien de onrust in Londen en Parijs als een expliciete reactie op de stedelijke regeneratie. De Olympische Spelen in Londen volgend jaar betekenen bijvoorbeeld niet alleen de bouw van nieuwe stadions, maar ook de fysieke verplaatsing van bevolkinggroepen. Deze onrust is inherent aan steden.

De huidige stedelijke conditie legt een zwakte in de huidige stedelijke ontwerppraktijk bloot. De ontwerpdisciplines richten alle energie en aandacht op het ontwerp van bepaalde punten in de stad, ten koste van de behoeften en noden van de stad als geheel. Wat in de huidge stedebouwkundige praktijk voor wijsheid doorgaat, stemt niet al lang niet meer overeen met de stedelijke vraag en de kwestie waar de ontwerpcreativiteit op zou moeten worden gericht. Steden hebben meer nodig dan appartementen, sportcomplexen en culturele districten, namelijkmaar echte kansen voor alle bewoners.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels