blog

Bij de buren (8): Het onvermogen der steden

Architectuur

Vorige week was ik bij een “Richtfest”, de Duitse ceremonie die plaatsvindt wanneer het hoogste punt van een gebouw bereikt is. Traditiegetrouw is dit een feestje voor de bouwvakkers, maar in dit geval was er geen bouwvakker te bekennen: deze waren namelijk niet uitgenodigd. In plaats daarvan waren er diverse hoogwaardigheidsbekleders, die samen met een legertje managers, vooral bezig waren zichzelf bergen aan schouderklopjes uit te delen.

Bij de buren (8): Het onvermogen der steden

Op zich was dit een aparte ervaring die een zekere vorm van plaatsvervangende schaamte opleverde, maar niets opzienbarends. Dergelijke openbare gebouwen worden namelijk vaker ge- en misbruikt door diverse politici om hun imago een beetje op te poetsen. Tot zover niets vreemds. Totdat de lokale burgemeester aan het woord kwam. Deze vertelde vol trots dat de gemeente een werelddeal gemaakt had met 35 miljoen euro kostende gebouw. Dit bedrag is namelijk niet door de stad zelf opgebracht. In plaats daarvan heeft een externe investor en ontwikkelaar het gehele gebouw ontwikkeld. Hij draagt ook het risico en exploiteert het complex, in een Publiek Private Samenwerking.

Tot op dit moment vond ik het verhaal van de burgemeester erg logisch: dit leek inderdaad een erg goede deal te zijn voor de stad. Iemand anders neemt het risico, iemand anders neemt de uitvoering en exploitatie op zich, en de stad krijgt de ruimtes die het zo dringend nodig heeft.

Het financiële plaatje

Dit veranderde echter toen de burgemeester nader op de financiën inging. Ze hadden namelijk een kleine financiële bijdrage aan het project gedaan, ter hoogte van 4,5 miljoen euro. Bovendien was er een contract afgesloten, waarin stond dat de stad de komende dertig jaar, jaarlijks 700.000 euro zou gaan betalen voor het gebruik. Geïndexeerd op het prijspeil van 2010, dat spreekt voor zich.
Toen kwam er ergens achter in mijn hoofd een rekensommetje op. Dertig maal 700.000 euro, maakt 21 miljoen. Tel hierbij de vierenhalf miljoen die initieel is geïnvesteerd en zie hier: de gemeente betaalt uiteindelijk 25,5 miljoen euro voor een gebouw dat 35 miljoen kost. Natuurlijk zijn hier de bouw- en gebruikskosten met elkaar verdisconteerd, maar het achterliggende principe moge duidelijk zijn.

Gebruik

Hoewel alle overige opbrengsten van exploitatie ten gunste komen aan een externe partij, kan dit eigenlijk nog steeds een slimme deal zijn voor de gemeente. Nu kwam de burgemeester aan bij het punt in het verhaal waarop hij uit de doeken deed wat de stad voor deze investering terugkreeg. Eén ochtend per week gratis schoolzwemmen voor de lokale klassen en 20 momenten waarop ze de feesthal zonder extra kosten mochten gebruiken. En bovendien mochten ze bij het schuttersfeest gratis en voor niets een feesttent op het parkeerterrein opzetten.

Op dit moment begon ik me af te vragen of dit nou wel zo’n goede deal was voor de stad. Ik heb me de moeite bespaard om uit te rekenen wat een uurtje schoolzwemmen de stad kostte, maar het was in ieder geval geen verwaarloosbaar bedrag…

De achterliggende oorzaak

Dit geval staat echter niet op zichzelf. In het kader van het streven naar een efficiëntere overheid zijn namelijk PPP-projecten (Public Private Partnerships, in Nederland bekend als PPS) de laatste jaren sterk in opkomst. Hierbij neemt een marktpartij een traditionele overheidsopgave over, met het idee dat deze dit efficiënter (en dus goedkoper) kan doen dan de gemeenten zelf, en deze marktpartijen de verantwoording overnemen. Op zich geen onlogische gedachte.

Er zijn echter ook negatieve geluiden te horen. PPP-projecten zijn niet per definitie financieel minder belastend voor de belastingbetaler. Bovendien wordt de financiering van het heden verlegd naar de toekomst, zoals ook bij dit specifieke gebouw het geval is. Voor een ontwikkelaar, investor of exploitant is het natuurlijk ideaal om, door middel van een contract met een decennialange looptijd, verzekerd te zijn van vaste opbrengsten, maar voor een krappe begroting in een vergrijzende stad waar werkgelegenheid verdwijnt is dit een gevaarlijke zet.

Een dieperliggendere oorzaak

De reden dat diverse overheden ondanks dit alles hun heil zoeken in PPP is juist omdat de financiën over het algemeen krap zijn. Ondanks de lege huishoudboekjes kunnen gemeenten toch hun openbare gebouwen op orde krijgen middels een PPP. Het is namelijk zo dat veel Duitse steden geen geld meer hebben om direct te investeren.

Het kaartje bij dit blog-bericht toont bijvoorbeeld alle gemeenten met meer dan 100.000 inwoners in het Bundesland Nordrhein-Westfalen, ontleend aan een bericht op de website van de WDR. Alle geel gekleurde steden bevinden zich in een zogenaamde “Nothaushalt” (noodbegroting). Dit betekent dat er een duidelijk negatief saldo bestaat tussen inkomsten en uitgaven, en er geen door de Bezirksregierung goedgekeurd financiëel saneringplan is (tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de situatie in de Verenigde Staten op dit moment).

Voor de kleinere gemeenten is de situatie minstens zo precair: volgens de meest actuele cijfers die ik kon vinden bevindt circa een derde van alle gemeenten in NRW zich in een Nothaushalt.

Een gemeente die zich in een Nothaushalt bevindt, kan en mag per definitie geen nieuwe schulden maken, totdat er een goedgekeurd plan ligt om de begroting weer op orde te krijgen. De uitzondering zijn uiteraard de opgaven waartoe een gemeente wettelijk verplicht is.

Een PPP-project kan een noodoplossing zijn voor dergelijke steden: ze kunnen, zonder zelf op dit moment te investeren, toch een grote investering doen en de gewenste infrastructuur of het benodigde gebouw ontwikkelen. Het is weliswaar eigenlijk niet wenselijk dat gemeenten, die er economisch gezien niet best voor staan, voor de komende decennia een extra last op de begroting leggen, maar veelal kan men niet anders.

Het succes van PPP-projecten in Duitsland is dus voor een deel te danken aan het feit dat vele gemeenten op de rand van de financiële afgrond staan, waardoor men zelf niet meer in staat is om te investeren. Hoewel de feitelijke schuldenlast hierdoor afneemt, worden de (toekomstige) uitgaven opgeschroefd, waardoor de betreffende gemeente er uiteindelijk nog niet veel mee opschiet. Zelfs als het PPP-project uiteindelijk daadwerkelijk voordeliger blijkt te zijn…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels