blog

De architect als jazz musicus

Architectuur

Op congressen, symposia, discussiefora en binnen de vakgemeenschap wordt stevig gesproken over de veranderende rol van de architect. Veel partijen zijn in een identiteitscrisis beland. Ook de architecten staan hier middenin en moeten hun ingesleten werkwijze ingrijpend veranderen. In deze transitieperiode is het niet genoeg alleen het etiket te veranderen. Een nieuwe werkwijze moet verankerd zijn in het DNA van de architect.

De architect als jazz musicus

In het huidige DNA is erkenning binnen de beroepsgroep voor veel architecten van veel grotere waarde dan waardering daarbuiten. Lange tijd is aan elke nieuwe generatie deze heroïsche traditie meegegeven: de architect als ‘dirigent’ die met een orkest een meesterwerk ten gehore wil brengen. Deze dirigent staat met de rug naar het publiek en maakt weliswaar gebruik van musici van hoge kwaliteit, maar zij moeten op aanwijzing hun bijdrage leveren. De rol van de ‘dirigent architect’ past al tijden niet meer bij de vraagstukken en de samenleving van nu, en deze crisis legt de onvermijdelijke noodzakelijke transformatie van de architect bloot.

De essentie van deze transformatie is niet de veel gehoorde verkleining van de rol van de architect tot maker van een schets (Voodoo architect). Hiermee worden slechts de rollen tussen de partijen omgewisseld. Ook het containerbegrip ‘vertrouwen’ geeft onvoldoende houvast voor een nieuwe invulling van de rollen van partijen. Essentieel en zelfs waarborg voor kwaliteit in de ‘keten’ van ontwerp tot uitvoering blijft het onderkennen ook het enigszins schuren van belangen het beste in projecten naar boven brengt. Dat schuren is wat anders dan het uitvechten van (macht) conflicten. Het gaat om het elkaar uitdagen tot steeds andere, betere oplossingen. Zoals jazz musici elkaar op kwaliteit uitdagen, plezier maken en een zelfde basis ritme telkens een andere uitvoering geven.

Wij zien de rol van partijen, en dus ook van de architect, als spelers in een jazz ensemble. Waar iedere musicus, wisselend op voor- en achtergrond, zowel een inspirator als een excellerende solist kan zijn. Alle partijen in het ensemble zijn van belang, alle musici komen tot hun recht en elke keer kan een andere improvisatie ontstaan. Daarbij staat de jazz musicus met zijn gezicht naar het publiek, is hij deelnemer en toeschouwer tegelijkertijd. De kracht zit juist in het samen muziek maken, in wisselende rollen, in de improvisatie. En om goede muziek te horen zijn goede musici nodig, of ze nu opdrachtgever, bouwer, gemeente, bewoner heten.

De architect die hierin meespeelt is niet meer de ‘dirigent architect’ maar de ‘jazz architect’, als een musicus die samen met inspirerende partners aan een gevarieerd oeuvre werkt. Deze jazz architect zoekt niet enkel naar waardering in de kleine vakgemeenschap, maar bij het hele publiek en plaatst deze waardering boven ‘ijdele’ architectuurambities.

Om deze rol als jazz architect te kunnen vervullen is geen heroïsche houding maar durf, flexibiliteit en vakmanschap nodig.

Marianne Loof
LEVS architecten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels