blog

Inleven als competentie?

Architectuur

Over architecten wordt vaak gezegd dat de gebouwen die ze ontwerpen er mooi uitzien, maar niet te gebruiken zijn. En architecten die in het architectuur jaarboek zijn gepubliceerd behoren tot een verdachte categorie. Moet een architect ervaringsdeskundige zijn om zich te kunnen inleven of kan hij dat ook vanachter de tekentafel?

Inleven als competentie?

 

Door een ongeval zit Ed. Bijman -partner bij Heren 5- in een rolstoel en hebben we ongevraagd een ervaringsdeskundige op het gebied van rolstoelgebruik en toegankelijkheid in ons bureau. En ironisch genoeg heeft Heren 5 aan zijn ervaring met de ziekenhuis-achtige en niet inspirerende omgeving van het revalidatiecentrum ‘Heliomare’, een opdracht overgehouden. Onverwachts zijn we zo in een situatie beland die ons doet afvragen in hoeverre je als architect kunt inleven in een gebruiker. Moet je daarvoor werkelijk in een rolstoel belanden of is het ook mogelijk om je in te beelden hoe het is om in een rolstoel te zitten?

Hoe is dat inleven bij andere beroepen gesteld?

Schrijver Arthur Japin, bijvoorbeeld, leeft zich in het onderwerp van zijn boek in door zich te verdiepen in onder andere alle gebruiken, eetgewoonten en muziek van de periode waarin het boek zich afspeelt. Geert Mak heeft een tijdje het leven van een dakloze geleefd voor zijn boek De Engel van Amsterdam. Acteur Sylvester Stallone heeft zich zodanig met de bokser Rocky vereenzelvigd dat hij er een enorme torso aan heeft overgehouden. En de populair wetenschappelijk schrijver Paco Underhill heeft van het gedrag van mensen zelfs een wetenschap gemaakt. In zijn boek “Waarom we kopen wat we kopen” beschrijft hij het gedrag van mensen in winkelcentra en winkels. De kennis hiervoor verkrijgt hij ondermeer door het eindeloos observeren van het publiek, al of niet vanuit een verdekte positie, met behulp van camera’s, telsheets en een stopwatch.

Bij Heren 5 gaan we iedere keer weer op zoek naar manieren om ons in te leven. Zo hebben we voor de nieuwbouw van een verzorgingstehuis een dag lang meegelopen met het personeel, van het uitdelen van de medicijnen om 8 uur ‘s ochtends tot het serveren van de broodmaaltijd aan het eind van de dag. En voor de transformatie van de bloemkoolwijk Ittersumerlande in Zwolle hebben we aan het begin van het ontwerpproces uitgebreid met de bewoners gesproken en hen vragen gesteld als: ‘Op welk deel van Ittersumerlande ben je trots?’ en ‘Welke foto komt er op de ansichtkaart met ‘Groeten uit Ittersumerlande’?’. De bewoners antwoordden toen dat ze eigenlijk alleen maar trots zijn op hun pas verbouwde keuken of badkamer en noemden als favoriete ansichtkaartfoto, na lang denken, het groene parkje aan de rand van de wijk.
Onlangs zijn we op een zaterdag, gewapend met appeltaartjes, bij 6 gezinnen op de koffie gegaan om de ervaringen van de nieuwe woningen te horen. Nu pas kunnen de bewoners zeggen dat ze trots zijn op hun buurt en dat een foto van de woningen met gevels van zwarte houten planken en spierwitte kozijnen op de ansichtkaart moet komen. Maar onze architectuur kent ook zijn nadelen. Een bewoonster vindt de ramen met de diepe negges prachtig, maar kan nu alleen niet meer haar kleedje uitkloppen.

 

In Zwolle hebben we ons kunnen inleven, omdat de bewoners bij ons bekend waren. Zo biedt ieder project zijn eigen kansen en is het iedere keer weer een uitdaging hoe ver je moet gaan. Maar dat het inlevingsvermogen in de gebruiker tot de competentie van een architect behoort is voor mij een feit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels