blog

Bij de buren (3): architectonisch gelijkspel

Architectuur

Dortmund is de laatste weken de voetbalhoofdstad van Duitsland. Na de feestelijkheden rond het landskampioenschap van de plaatselijke BVB, zou vorige week ook bekend worden welk architectenbureau een voetbalfeestje zou mogen vieren.

Bij de buren (3): architectonisch gelijkspel

 

 

Men zou namelijk de winnaar van de prijsvraag voor het DFB-voetbalmuseum in Dortmund bekendmaken.  Dat was tenminste de bedoeling. De jury, onder leiding van prof. Peter Kulka, kon echter niet tot een eenduidig besluit komen. Ze besloten daarom een eerste prijs uit te reiken aan drie verschillende ontwerpen. De ontwerpen van HPP Hentrich-Petschnigg + Partner (Düsseldorf), ARGE Petersen BWM Architekten und Partner (Dortmund) en pmp Architekten (München) viel deze eer ten deel.

Je zou kunnen zeggen dat de jury simpelweg prutswerk heeft geleverd. De prijsvraag was bedoeld om een ontwerp te vinden dat gebouwd kan worden. In dat opzicht is een gedeelde eerste prijs natuurlijk een zwaktebod, aangezien het onmogelijk is om alle drie de bureaus een concrete opdracht te verlenen. Tegelijkertijd geeft de jury met hun gedeelde eerste prijs aan dat de ontwerpen alle drie eigenlijk goed genoeg zijn.

Het ontwerp van HPP Hentrich-Petschnigg + Partner

Scoretabellen en beroepsjuryleden

Zoiets komt in Nederland niet of nauwelijks voor, waarschijnlijk omdat in Nederland een leger managers bij elke aanbesteding scoretabellen opstelt. Hiermee wordt een ontwerp op elk mogelijk criterium getoetst, tot het architectenhonorarium aan toe. Hiermee is het beoordelen van architectuur een vorm van boekhouden geworden: Gewonnen wordt het project uiteindelijk door de economisch meest voordelige rekensom. De beoordeling van architectonische ontwerpen wordt in Nederland dan ook goeddeels voltrokken door managers en ambtenaren en niet door architecten en stedenbouwers.

Er zijn in Nederland legio voorbeelden te vinden van hoogwaardige, bijzondere gebouwen die het uiteindelijk af hebben gelegd tegen projecten die in architectonische zin van mindere kwaliteit zijn, maar op andere criteria beter scoren. In Duitsland is dat onwaarschijnlijk. Zo is bijvoorbeeld concurrentie op ontwerpkosten uitgesloten, omdat wettelijk vastgelegd is dat architectenhonoraria zich binnen een bepaalde bandbreedte moeten begeven. De inzendingen worden puur op hun kwaliteit beoordeeld. Daar de Duitse architecten van mening zijn dat vakgenoten dit beter kunnen beoordelen dan buitenstaanders, is vastgelegd dat  een jury voor een ontwerpprijsvraag altijd voor minstens de helft plus één uit architecten moet bestaan, zodat professionals altijd de meerderheid hebben in inhoudelijke discussies.

Het ontwerp van pmp Architekten

Subjectieve kwaliteitsbeleving

Het probleem is echter dat “architectonische kwaliteit” geen objectief criterium is. Daarom zijn juryleden zijn in de meeste gevallen relatief vrij om te beoordelen wat kwalitatief het beste ontwerp is. Dit kan tot dubieuze resultaten leiden. Zo kan het gebeuren dat architecten bevriende collega’s moeten beoordelen (terwijl beide partijen weten dat het een paar weken later precies andersom is), of wint een ontwerp dat de vakjury positief beoordeelt, terwijl de opdrachtgever deze mening niet deelt.

Door deze beoordelingsmethode zijn prijsvraaguitslagen een belangrijk bestanddeel van het architectonische discours. Chargerend: In Nederland wordt eerder gerekend of de punten terecht zijn of niet (zoals bij het debacle rond de prijsvraag voor de Utrechtse bibliotheek in 2008), terwijl de kwaliteit van prijsvraagontwerpen in Duitsland een geliefd discussieonderwerp is. Zo is ook een op prijsvraaguitslagen gericht tijdschrift als Wettbewerbe Aktuell, waarin de prijsvraagwinnaars naast de concurrenten worden afgebeeld in de Nederlandse praktijk vrijwel ondenkbaar.

 
Het ontwerp van ARGE Petersen BWM Architekten und Partner

Pragmatisme en ideologie

Het ontbreken van eenduidige protocollen kan echter betekenen dat de Duitse vakjury er niet uitkomt. Het kan zijn dat ze geen enkel project goed genoeg voor de eerste prijs vinden, of dat ze niet kunnen kiezen tussen twee of meer ontwerpen. Er is, in tegenstelling tot in Nederland, geen rekenkundige deus ex machina te vinden die dergelijke dilemma’s oplost. Nederland heeft daarmee weer eens de meest pragmatische oplossing in handen: een ontwerpwedstrijd is een middel om een te bouwen ontwerp te vinden. En door te tellen kan het meest geschikte (of minst ongeschikte) ontwerp altijd gevonden worden.

De Duitse beoordelingsvariant is ideologisch zuiverder, maar minder praktisch: een ontwerpwedstrijd lijkt een op zichzelf staand doel te zijn. Het kan voorkomen dat er voorlopig niets gebouwd kan worden, maar er wordt in ieder geval een breed gedragen discussie gevoerd over wat goede architectuur is.

Wat Dortmund betreft: voor- en tegenstanders van de verschillende ontwerpen spreken zich inmiddels uit in de diverse media. Tegelijkertijd wordt uiteraard ook het nut van de gehele prijsvraag (en het bijbehorende museum) ter discussie gesteld, zoals gebruikelijk. Daarnaast krijgen de drie prijswinnaars tot juni de tijd om hun ontwerpen verder uit te werken. Hopelijk kan de jury dan wel een keuze maken. Wordt vervolgd, in ieder geval…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels