blog

Advies Raad voor Cultuur mist toekomstperspectief

Architectuur

Afgelopen week verscheen het veelbesproken ‘Advies bezuiniging cultuur 2013-2016’ van de Raad voor Cultuur. In dit advies is uitgedokterd op welke manier de door de politiek gewenste bezuinigingen op de cultuur kunnen worden uitgevoerd. Resultaat is een kaalslag van het culturele landschap, zonder visie of perspectief op een nieuwe toekomst voor de architectuur.

Advies Raad voor Cultuur mist toekomstperspectief

 

Op het gebied van de architectuur adviseert de Raad de functie van postacademische instelling (lees Berlage Instituut) te beëindigen, op het sectorinstituut (lees Nederlands Architectuurinstituut) een miljoen te bezuinigen, het internationale festival (lees International Architecture Biënnale Rotterdam) onder te brengen bij dit instituut en het Stimuleringsfonds voor Architectuur om te bouwen tot een breed, door de overheid bestuurd fonds.

De klinische wijze waarmee de raad de trekker overhaalt, maakt het advies eerder tot een wezenloos ding dan tot een toekomstgericht project. In de eerste plaats lijkt het niet verstandig met een pennenstreek instituties weg te vagen die in twintig jaar zijn opgebouwd en hervorming daarvan uit te sluiten. Aan de andere kant is het merkwaardig dat deze draconische maatregelen worden voorgesteld zonder daarin het functioneren van het huidige architectuurbeleid te betrekken.

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stelde de scheidende secretaris van de Raad Kees Weeda, dat de Raad niet adviseert over instellingen en in principe dus ook geen oordeel uitspreekt over hun functioneren, maar over de functies die de instellingen uitoefenen. Tegelijkertijd schrijft het advies de successen van de Nederlandse architectuur in de afgelopen jaren voor een groot deel toe aan het gevoerde architectuurbeleid. Het legt daarmee onbedoeld een van de wezenlijke zwaktes ervan bloot: namelijk dat het vooral om zenden ging en dat het niet in staat bleek om signalen uit architectuur en samenleving op te pakken en daarop in te spelen. Vooral de laatste jaren begon het ontbreken van een publieke sfeer waarin architectuur een rol speelde, het vak pijnlijk op te breken.

In het sectoradvies dat de Raad heeft uitgebracht over architectuur, vallen nog twee zaken op. De huidige situatie vraagt volgens de Raad om een nieuwe integrale structuur, maar ook om een meer internationaal gerichte werkwijze. Daarnaast wordt ruimte gezien als de gemene deler voor de disciplines.

Op dat laatste valt het nodige af te dingen. Ik doel dan niet alleen op de ook door de Raad besproken opheffing van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Ruimte is allang niet meer een achtergrond van, of een basis voor, maatschappelijke gebeurtenissen, maar neemt er deel aan. Ze vormt een instabiel en onvoorspelbaar proces dat de realiteit zowel oogst als produceert.

In dit opzicht is het bizar dat de raad integratie nog steeds ziet als het belangrijkste uitgangspunt voor het architectuurbeleid. Het woord komt in het sectoradvies voor Architectuur op iedere pagina minstens enkele keren en tot vervelens toe voor. Wordt het niet tijd dit mantra te laten vallen en op zoek te gaan naar een concept dat meer recht doet aan de huidige realiteit? Een concept dat de potentie heeft die werkelijkheid te veranderen?

De behoefte aan een toekomstgericht project in de architectuur wordt met het advies van de raad niet ingelost. Wat mij betreft zou dat kunnen bestaan uit het werken aan een toekomst die voorbij integratie ligt en die betrekking heeft op de inrichting van onze leefomgeving. Daarvoor hebben we geen nieuwe postbodes of subsidieloketten nodig, maar juist en vooral creatieve ontwerpers.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels