blog

Wat doet ecologisch bouwen met de architectuur?

Architectuur

Of iets duurzaam is en in hoeverre een gebouw of product duurzaam is, daar hebben we tegenwoordig uitstekende keurmerken voor. De GPR (Gemeentelijk Prestatie Richtlijn) natuurlijk, of Greencalc of uiteraard Breeam.nl van de Dutch Green Building Council. De duurzaamheidprestatie van een gebouw worden uitstekend in kaart gebracht op basis waarvan het gebouw geanalyseerd en verbeterd kan worden. Maar wanneer hebben we het over duurzame of ecologische architectuur? Zie je de verschillen terug in de architectuur? Laten we proberen daar wat helderheid in te scheppen.

Wat doet ecologisch bouwen met de architectuur?

Overigens goed van te voren even op te merken dat het begrip duurzaamheid inmiddels een geweldig container begrip geworden is. Alleen al als we het vertalen vanuit het Engels. De hebben het over: ‘durable’ en ‘sustainable’. ‘Durability’ zegt eigenlijk iets over de levensduur van een materiaal ongeacht de ware impact op het milieu. Een materiaal dat enorm lang meegaat kan tegelijkertijd heerlijk slecht zijn voor het milieu door het vrijkomen van schadelijke stoffen tijdens productie, gebruik of sloop. ‘Sustainability’ zegt daarentegen juist iets over de milieuvriendelijkheid van een materiaal. Is het materiaal afkomstig van hernieuwbare bronnen en kan het hergebruikt worden? Waar is het van gemaakt? Enzovoort. Voor ons Hollands gemak noemen we het beide gewoon duurzaam. Soms gebruikt men de ene betekenis, een ander keer de andere, naar gelang de spreker. Ik zou toch willen stellen dat het begrip ‘duurzaam’ beide betekenissen in zich moeten dragen: zowel een lange levensduur als weinig schade voor het milieu!

Om de architectonische verschillen tussen de verschillende wijzen van bouwen te kunnen beschrijven is een goede plaatsing van de begrippen van belang. We hebben ooit de begrippen in een eenvoudig schema naast elkaar gezet om hun verschillen en verhouding weer te geven. Eenvoudig, maar helder!

Schema begrippen

 

Stapsgewijs lopen we door het schema heen en per begrip bekijken we ook wat het voor architectonische gevolgen heeft. Door de groei en eis vanuit de markt en overheid om meer duurzaam te bouwen schuift de scheiding tussen de verschillende begrippen steeds verder richting het traditioneel bouwen, dat zijn aandeel dus ziet verkleinen.

Te beginnen bij de ‘slechte’ kant van de schaalverdeling. Daar staat geheel links het traditionele bouwen. Hierin wordt bij het ontwerpen van een gebouw, het kiezen van bouwmaterialen en het toepassen van bouwtechnieken volledig praktijk- en vooral prijsgericht te werk gegaan. Het minimale wat er middels wetgeving geëist wordt. De (architectonische) impact van het gebruikte materiaal op de directe omgeving of op het milieu komen op de tweede plaats. Ook kan je je afvragen of deze wijze van bouwen wel als doel heeft een gezonde en leefbare omgeving voor de gebruikers te maken… Architectonisch zijn er legio voorbeelden, denk aan de saaie, met goedkope materialen en met duizenden tegelijk neergeplempte woningen. Ieder heeft wel een beeld van dergelijke architectuur, een voorbeeld laat ik in dit geval dus graag overbodig.

Het traditioneel bouwen loopt over in het energiezuinig bouwen. Daar is veel aandacht voor, eenvoudig toepasbaar. In principe pas je nog geen dramatisch maatregelen toe, maar door het toepassen van technieken en apparaten wordt het gebouw veel energiezuiniger. Soms zie je de techniek terug, soms niet. Ook hier zijn voorbeelden van, zoals het kraanspoor van OTH. Waar een klimaatgevel is toegepast, dat het gebouw zijn strakke glazen architectonische uitstraling geeft. Een ander voorbeeld, waarbij de techniek nog meer zijn weerslag heeft op de architectuur is Villa Flora, vers van de pers, in de Floriade in Venlo van Jon Kristinsson. De parabolische schalen zijn niet te missen, maken het gebouw en vangen tegelijkertijd het zonlicht optimaal.

 

Kraanspoor van OTH.

Villa Flora in de Floriade in Venlo van Jon Kristinsson

Het energiezuinig bouwen schuift langzaam over in het duurzame bouwen. Daarbij is niet alleen het energiezuinige een aspect, maar je dient ook meer te kijken naar de levenscyclusanalyse van de gebruikte materialen.  Wat zijn de milieueffecten? Zijn de materialen herbruikbaar/recyclebaar? Denk hierbij aan de duurzame wijken, waarbij zonnepanelen een plek krijgen, hemelwater opgevangen wordt, veel groen en er is meer nagedacht over het materiaalgebruik en het hergebruiken daarvan. Qua architectuur verschillen ze nog niet heel veel van de traditionele gebouwen. Het enigszins krampachtig integreren van de duurzame maatregelen heeft eerder een negatief effect dan dat het de architectuur verrijkt. Integraal ontwerpen is onmisbaar!


De stadswijk Nieuwland in Amersfoort

Vervolgens schuiven we richting het ecologisch bouwen. Hierbij wordt integraal ontworpen. Het gebouw richt zich naar de zon, opent zich daar, gaat meer op in de omgeving, bevordert de omgeving, enz. Energieneutraal wordt het streven. Ook de materialisering wordt essentieel: meer natuurlijke materialen, lokaal gewonnen en weinig bewerkt. De architectuur wordt in een keer weer erg sprekend. De gebouwen stralen het uit, het past in het plaatjes, alsof het nooit anders is geweest, zonder kneuterig te worden. Modern ecologisch. Goed voorbeeld is de staart bij de Apenheul in Apeldoorn van Rau en het milieucentrum van 24h.


De staart bij de Apenheul in Apeldoorn van Rau.

Het milieucentrum van 24h

Vervolgens, helemaal aan het eind van het schema, komen we bij het biologische bouwen. Nog steeds een niche markt. Vaak bestempelt als alternatief bouwen. Hierbij worden uitsluitend natuurlijke materialen gebruikt, wordt er gestreefd naar zoveel mogelijk hergebruik en/of gebruik gemaakt van afval. Een voorbeeld is strobouw of leembouw, of de earthships. Hierbij worden complete huizen opgetrokken uit stro, hout  en leem, vaak in compacte vorm. De architectuur wordt erg aards. Ook wordt zoveel mogelijk gestreefd naar zelfvoorzienendheid qua gebruik van water en energie.


Strobouw


Earthship

In het schema zien we ook nog de Cradle2Cradle theorie. Deze deelt het schema eenvoudig gezegd in twee delen. De traditionele materialen blijven in de technische kringloop en de biologische materialen in de biologische kringloop. De natuurlijke en technologische bouwmaterialen worden wel door elkaar gebruikt, maar worden na gebruik of bij de sloop weer uit elkaar te halen zodat ze in de eigen kringloop hergebruikt kunnen worden. Bij volledige doorvoering van deze theorie wordt het ontstaan van restproducten dus volledig uitgebannen: van wieg tot wieg. In principe kan C2C door de ander bouwwijze heen gebruikt worden en heeft dus, theoretisch gezien geen gevolgen voor de architectuur.

Tenslotte om het principe van het schema te vervolledigen: de ultieme duurzame architectuur!
–  volledig natuurlijke materialen en volledige kringloop
–  geen restafval en dus 100% hergebruik
–  geen energieverbruik om te maken, verwerken of slopen
–  zeer goede isolatie en comfortabel
–  volledig zelfwerkzaamheid, eenvoudig maakbaar en kostenloos
En, qua vorm ideaal en zuivere architectuur!

Iglo

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels