blog

Milaan maakt opnieuw pas op de plaats

Architectuur

Terwijl vorig jaar de aswolk alle gesprekken op de Salone del Mobile domineerde, was het gespreksonderwerp in Milaan dit jaar de economische crisis. De bezoekersaantallen van de grootste internationale meubelbeurs ter wereld dalen al een paar jaar en dus was de grote vraag: hoe beïnvloedt de recessie de meubelindustrie?

Milaan maakt opnieuw pas op de plaats

 

Cosmit, de beursorganisatie, vierde dit jaar haar 50e verjaardag. De jubileumeditie bevatte een vol programma: behalve de hallen met meubelmerken vond ook de Euroluce plaats, de beurs voor verlichtingsmerken, en de SaloneUfficio, voor kantoormeubelfabrikanten. Gisteren maakte de organisatie bekend dat de Salone dit jaar 321 duizend bezoekers mocht ontvangen, 2% meer dan 2009, toen de vorige Euroluce plaatsvond. Dat zijn er echter een stuk minder dan de 380.000 bezoekers in de hoogtijdagen, drie jaar geleden.

De meubelindustrie heeft het niet gemakkelijk: de prijzen voor grondstoffen rijzen de pan uit, de concurrentie uit Azië wordt steeds sterker en de gevestigde afzetmarkten zijn ingekrompen. De gesprekken op de beurs gingen over retailers die minder inkopen, en zeker geen bizarre of onconventionele ontwerpen, en (interieur)architecten die grote projecten missen waardoor grote afnames uitblijven.

Altijd goed voor een glimlach, de ontwerpen van Edra: fauteuil Grinza door Huberto en Fernando Campana

Nieuwe markten

Gelukkig zijn de meeste bedrijven in de meubelindustrie niet in handen van aandeelhouders, maar van families. Daardoor zijn ze iets flexibeler en kunnen ze gemakkelijker op nieuwe ontwikkelingen inspelen. Tegelijkertijd profiteren de meubelmerken ook volop van nieuwe markten in Rusland en Oost-Europa, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Het Nederlandse luxe verlichtingsmerk Brand van Egmond speelt met enkele extravagante en extreem kostbare ontwerpen in op de Oost-Europese lust naar luxe.

Maar de industrie is nog steeds fragiel. Dus worden er veilige investeringen gedaan en minder nieuwe ontwerpen in productie genomen. De meeste meubelmerken presenteerden veelal sobere en slanke ontwerpen van eenvoudige materialen, schrapten slecht lopende producten uit de collectie en ventten oude klassiekers opnieuw uit.

 

Stoel Flux van Magis door Jerszy Seymour

Grote namen

Moroso, Magis en Vitra waren de meubelmerken die groots uitpakten. Magis toonde veel stoelen: met kuipjes van underlaymentmateriaal, door Philippe Starck (die steeds vaker met Eugeni Quitllet op de credits wordt vermeld trouwens), van spiralend draadstaal, door Jerszy Seymour, van een combinatie van wit kunststof en blank geweven riet, door Marcel Wanders, en van gegoten aluminium met een textiele rugleuning, door Konstantin Grcic. Ineke Hans was een van de vele gerenommeerde ontwerpers die nieuwe meubelen maakten voor de Me Too-kindercollectie.

Grcic was sowieso alom aanwezig: zijn eerste ontwerp voor Vitra is de sierlijke en licht ogende fauteuil Waver, een stalen frame waarin een canvas zitting hangt en die wat betreft materialen en constructie is geïnspireerd op sporten als hanggliden en parasailen. 

Fauteuil Waver van Vitra door Konstantin Grcic

Middelmatigheid in Zona Tortona

Dat Milaan een pas op de plaats maakt, is alleen voor de opmerkzame bezoeker te zien. Je moet je best doen niet te worden verblind door de flitsende shows van automerken, modehuizen en telecombedrijven die de aandacht willen trekken van de duizenden journalisten, bloggers en tv-ploegen die de beurs bevolken. Vooral Zona Tortona is definitief tot een attractiepark voor de grote bedrijven verworden, en heeft niets meer van het alternatieve buiten-de-beurs-gevoel van vijf jaar geleden. Hoogte- of dieptepunt, net hoe je het bekijkt, is de installatie Tron designs Corian, van Disney en DuPont. Met het oppervlaktemateriaal Corian is een wit- en ijsblauw showinterieur gemaakt, met als enig doel de nieuwe bioscoopfilm Tron The Legacy te promoten.

 

Installatie van Corian, waarin de ontwerpen zijn gebaseerd op die uit de Disney-film Tron: the Legacy.

Dutch Design

De wijk Lambrate is het nieuwe Tortona. In dit afgelegen gebied exposeren ontwerpers en academies die de torenhoge huren van Tortona niet meer willen en kunnen betalen, en zich de afgedankte loodsen, garages en appartementen met enthousiasme eigen maken. Dankzij het Nederlandse bureau Organisation in Design was hier een keur aan goed Dutch design te vinden: Studio Drift, Niels van Eijk en Miriam van der Lubbe, Weltevree, Floris Hovers, Aldo Bakker, Lambert Kamps, Vij5, Friso Dijkstra, Ineke Hans en een expositie over textiel van Li Edelkoort.

Hier was de broodnodige creativiteit wel te vinden. Op een paar uitzonderingen na, zoals Lensvelt (die met Van Eijk en Van der Lubbe de fraaie M Furniture-collectie heeft geproduceerd) en Ahrend (die de jonge Japanse ontwerper Yuya Ushida onder zijn hoede nam), is deze creativiteit echter vooral afkomstig van (zelfproducerende) ontwerpers en niet van de industrie. Konstantin Grcic zei eerder die week al dat hij het als zijn verantwoordelijkheid als ontwerper beschouwt een innovator te zijn, en daarmee de fabrikanten dwingt hun grenzen te verleggen. Ook Nederlandse ontwerpers tonen aan dat zij buiten de kaders kunnen denken, machines op een andere manier durven te gebruiken, ambachtelijke technieken kunnen ‘tweaken’ en processen kunnen managen die van een concept een product maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels