blog

Een GROOT gebouw moet MOOI zijn

Architectuur

Ineens viel het – in intellectueel architectuurland – omstreden woord ‘mooi’ tijdens het congres GROOT, georganiseerd door de Architect en AIR. Ik vind genoeg gebouwen meer of minder fraai, maar dat geldt in mijn ogen niet als criterium of een ontwerp nu wel of niet geslaagd is. Mark Rabbie (Vesteda) denkt daar anders over. Volgens hem zijn de meeste gebouwen gewoonweg lelijk en is dit voor een groot gebouw ongeoorloofd, aangezien het een enorme impact op de stad heeft.

Een GROOT gebouw moet MOOI zijn

Een groot gebouw heeft onbetwist een impact op de stad, want het vormt de achtergrond van het stedelijk leven. Vaak is het zelfs een verlengstuk van de openbare ruimte, die als het ware het gebouw wordt ingetrokken. Het is dan ook een interessante vraag of het uiterlijk van een groot gebouw gespecificeerd kan worden – behalve dat het omvangrijk is – om succes te garanderen. Mooi lijkt mij daarbij echter een te arbitraire duiding, al geeft het wel genoeg vrijheid voor interpretatie. Wat is immers mooi?

Het Groothandelsgebouw is wat mij betreft het voorbeeld van een mooi groot gebouw.

Specifiek of generiek?

Aangezien de maatschappelijke vraag naar ruimte dynamisch en onzeker is, zou een groot gebouw logischerwijs aan verschillende en veranderende functies ruimte moeten bieden. Niek Verdonk (Stadsbouwmeester van Groningen) meent dan ook dat de kern van een dergelijk gebouw is dat het geen specifiek programma heeft.

Het Groninger Forum is door NL Architects ontworpen met 5000m2 overmaat om antwoord te kunnen geven op nieuwe/andere maatschappelijke behoeftes in de toekomst.

Vanuit deze gedachte zou een zo neutraal mogelijke uitstraling wenselijk zijn, maar inmiddels weten we dat generieke gebouwen weinig gevoelens los maken. Het is lastig om van ze te houden, waardoor een glansrijke toekomst vaak niet voor ze is weggelegd. Denk maar aan de vele leegstaande generieke kantoorgebouwen. Een goed groot gebouw bevindt zich dus op het spanningsveld tussen specifiek en generiek.


In het geval van het nieuwe Stadskantoor van Rotterdam, ontworpen door OMA, heeft de vraag naar aanpasbaarheid vorm gekregen door de toepassing van modules, waarin zowel kan worden gewoond als gewerkt. Door de mogelijkheid van het schrappen of toevoegen van modules is het uiterlijk van het gebouw aan verandering onderhevig.

Robuust en karakteristiek

Volgens Michiel Riedijk (partner Neutelings Riedijk en hoogleraar TU Delft) betekent dit dat een groot gebouw robuust en karakteristiek moet zijn, waardoor het wat betreft uitstraling en kwaliteit de moeite waard is te verbouwen voor een volgende gebruiker. Hoe het er volgens hem uit moet zien, is afhankelijk van de locatie. Vanuit een visie op de stad – staat het op de achter- of de voorgrond – hoort daar een bepaalde uitstraling bij.

Het MAS (Museum aan de Stroom) in Antwerpen is door Neutelings Riedijk zo ontworpen dat het van verre de aandacht trekt. Fotograaf Sara Blee

Komen tot vorm

Christian Rapp (directeur Rapp+Rapp, hoogleraar TU Eindhoven) legt in een interview in de Architect uit hoe hiertoe te komen. Hij meent dat de uitdrukking van een gebouw niet automatisch voorvloeit uit het programma. De vorm is geen afbeelding van programmatische onderdelen, maar kent een eigen expressie. Op de vraag hoe dit vormende vermogen te bereiken antwoordt hij: “Om dit te bereiken moet je het programma aftasten op potentiële vormconsequenties. Deze maak je als architect vervolgens op een waarachtige wijze expliciet.” Volgens Rapp denken veel architecten klaar te zijn als ze het programma op elkaar hebben gestapeld, maar ze moeten nog komen tot een vormlogica.

Bij het woongebouw Pireaus hebben Hans Kollhoff en Christian Rapp van heel veel wooncellen een geheel gemaakt dat volgens beide architecten meer is dan de optelsom van de aparte eenheden.

Small is beautiful

De complexe vraag hoe grote gebouwen eruit moet zien, werd tijdens het congres niet eenduidig beantwoord. Rapp heeft aan deze discussie in zijn lezing het meest bijgedragen door te stellen dat het bij het ontwerpen van grote gebouwen van belang is de vorm te beargumenteren door een nieuwe logica te formuleren. Maar hiermee zegt ook hij niets specifiek over het uiterlijk, behalve dan dat elk programma vraagt om een nieuwe en eigen vorm, wat natuurlijk evident is.

Wanneer wordt gesteld dat grote gebouwen in eerste instantie mooi moet zijn, is het zelfs de vraag of ze nog wel gebouwd zouden moeten worden. Want “Small is beautiful begint het devies te worden”, aldus Rapp.

De Markthal, ontworpen door MVRDV, vind ik een spannend gebouw vanwege de nieuwe typologie. 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels