blog

Nederlandse architecten op de Mipim

Architectuur

Opvallend en misschien ook wel veelzeggend aan de Mipim van dit jaar was de bescheiden Nederlandse bijdrage. Mijn architectuurvriendjes hadden me al gewaarschuwd: Ga niet. Maar dat zeiden ze in voorgaande jaren ook en naar mijn gevoel is daar steeds minder reden voor. Zorgelijk was dat veel van de (innovatieve) ontwikkelaars die ik ken, niet van de partij waren.

Nederlandse architecten op de Mipim

 

Als de Mipim een afspiegeling is van hoe de Nederlandse projectontwikkeling ervoor staat, dan is het slecht gesteld met ons land. Nederland lijkt wel te zijn weggevaagd. Zowel Londen als Parijs waren groot en groots vertegenwoordigd. Het opvallendste verschil: terwijl Londen vooral internationaal uitpakt en de blik naar buiten richt, gebeurt in Parijs alles met lokale architecten. Ook de Engelse en Franse provinciesteden hadden kosten noch moeite gespaard en presenteerden zich groots. Hetzelfde geldt voor de Duitse steden.

 
Netwerken in Cannes

Nederland afgezakt

Nederland had twee zithoekjes, een ruimte voor sessies en een niet up to date maquette van de Amsterdamse Zuidas. Zelfs een land als België pakte tienmaal zo groot uit als ons land. Terwijl bij Londen een voorzichtig optimisme zich begon te manifesteren, klonken in de Nederlandse verhalen nog steeds de woorden van de crisis door. Daar is dan ook alle reden voor.

Amsterdam nam tot voor kort een goede positie in op tal van Europese en globale lijstjes van meest populaire steden en beste vestigingsplaatsen. Rosemary Feenan, director Global Research Programmes van Jones Lang LaSalle, liet echter zien, dat Amsterdam de afgelopen tien jaar sterk is gezakt op deze lijstjes en haar top tienpositie inmiddels heeft verloren. Op de JLL City ranking is ze bijvoorbeeld op de dertigste plaats beland.
Volgens Feenan is dit het gevolg van de nieuwe wereldorde, waarin bijvoorbeeld Kuala Lumpur het financiële centrum van de Islamitisch wereld is geworden en Panama een sterk regionale hub. Feenan meent dat deze ontwikkelingen de behoefte aan nieuwe ideeën over de stad onderstrepen. In een tijd van toenemende concurrentie tussen steden wereldwijd, is samenwerking hard nodig. De huidige stedelijke modellen zijn dringend aan herziening toe.

Tijdperk icoongebouw voorbij

Laat de Mipim nieuwe trends in ontwikkelen zien? Ik denk het wel. De tijd dat gebouwen in splendid isolation werden ontwikkeld en om aandacht stonden te schreeuwen is definitief voorbij. De aandacht verschuift naar de (voor)investeringen in de openbare ruimte. Zo stelde Ben van Berkel die deelnam aan het Forum ‘Rethinking iconic architecture for the 21st century’, dat het hem in architectuur en stedebouw niet alleen gaat om het beeld. UN Studio wil weliswaar herkenbare en begrijpelijke architectuur maken, maar is vooral geïnteresseerd in de manier waarop steden worden georganiseerd.

Van Berkel zei, dat je opnieuw moet nadenken over de manier waarop je de problemen van een stad visualiseert en deze onder de aandacht van het stedelijke bestuur brengt. Alleen zo kun je inzicht verwerven in de manier waarop je een stad op een duurzame wijze kunt plannen. Gebouw kunnen weliswaar iconografisch zijn, merkte Van Berkel nog op, maar je kunt ze niet als zodanig plannen. Dat kan alleen naar verloop van tijd ontstaan. Dat maakt het voor architecten mogelijk te werken aan de betekenis die een gebouw voor de stad kan hebben. Branding van een gebouw is niet meer de toekomst, aldus Van Berkel, deze zou veel meer in nieuwe productietechnieken liggen.

 
Forum met Ben van Berkel

Toegevoegde waarde architecten

Op de Mipim modereerde ik samen met Mels Dees, de kersverse hoofdredacteur van het blad Vastgoedmarkt, een sessie over de toegevoegde waarde van architectuur. Aan deze sessie namen verder Joris Deur van ZZDP Architecten en Bas van Holten van OVG Real Estate deel. Een aantal dingen viel op in de discussie. Architecten beginnen zich meer en meer te richten op de eerste fasen van het bouwproces. Dit vergt een zekere lenigheid van de architect, gezien de grote programmatische instabiliteit en de complexiteit van binnenstedelijke locaties.

Het beeld blijft van belang, meent Deur, maar de architect krijgt meer verantwoordelijkheden in het proces. Als architect moet je goed zijn in wat je doet, in het bijzonder in het organisatorische ontwerp. Maar voldoende is dit niet. Om als architect aan de bak te komen in dit proces zijn ook flinke investeringen nodig, ondermeer in software. Het vormen van strategische allianties wordt daarmee heel belangrijk. Ten slotte zal een architect, als hij meer verantwoordelijkheden wil nemen, ook bereid moeten zijn risico’s te lopen in (delen van) een project.

  ZZDP architecten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels