blog

Op weg naar een Europese ambassade

Architectuur

Een ambassade is nooit alleen een functioneel gebouw, een plaats waar ambtenaren werken. Zij is ook de reflectie van een mentaliteit en daarnaast de uitdrukking van de relatie tot het gastland. De Nederlandse ambassade in Berlijn moet een aantal karakteristieke aspecten laten zien van de Nederlandse cultuur en volksaard: open, transparant, eigenzinnig en innovatief.

Op weg naar een Europese ambassade

Dezelfde kwalificaties kom je tegen op de site van de Nederlandse ambassade in Rome: functionaliteit, zakelijkheid, transparantie en moderne vormgeving. Deze uitgangspunten verwijzen naar een Nederlandse traditie. Met andere woorden: de ambassade belichaamt de Nederlandse identiteit.

“Diplomatie is de kunst met honderd woorden te verzwijgen wat men met één woord zeggen kan” – John Osborne

Vanuit de manifestatie Design en Overheid is de vraag gesteld of er in de toekomst een Europese ambassade mogelijk zou kunnen zijn, en zo ja, hoe deze eruit zou kunnen zien. Na de introductie van een Europese unie, een Europees parlement, Europese wetgeving en de euro zou er in de toekomst ook een Europese ambassade kunnen komen. Vanuit de observatie dat de ontwerpen van veel nationale ambassades verwijzen naar de identiteit van een land, alsof het een architectonisch visitekaartje betreft, ligt de vraag voor de hand op welke wijze een Europese ambassade naar de identiteit van Europa kan verwijzen.

 

Nieuw concept?

Van oudsher is een ambassade een (semi) publiek gebouw en als representatie van een cultuur in het ‘buitenland’, is het inherent een politiek gebaar. De meeste landen hebben hier ook een protocol voor. Als in de toekomst Europese ambassades worden gebouwd, zijn deze ambassades dan meer dan een verzamelgebouw van een aantal nationale posten, of zou dit ook een moment zijn om over een heel ander concept van een ambassade na te denken?

Cultuur en identiteit

Uit de vele omschrijvingen over diplomatie  komt naar voren dat het geen eenvoudig en eenduidig ambt is en dat er niet zelden een dubbele bodem c.q. dubbele agenda aan de orde is. Diplomatie kan om gewichtige zaken gaan, met als ultiem doel het voorkomen van oorlog. Uit vele beschouwingen over het fenomeen diplomatie komt naar voren dat voor deze internationale staatskunst een zekere behendigheid, misschien zelfs sluwheid een vereiste is. In dit politieke spel hecht de Nederlandse overheid er veel waarde aan om door middel van architectuur en kunst de Nederlandse cultuur en identiteit uit te dragen.

Kunst als identiteitsdrager

Uit dit beleid kan men de conclusies trekken dat vanuit het perspectief van de diplomatie architectuur de laatste  twee decennia weer een extra, symbolische betekenis krijgt toegedicht. Het is interessant om te constateren dat de overheid kunst en creatieve industrie inzet als een belangrijke identiteitsdrager en als een diplomatiek middel dat de belangen van Nederland (zakelijk als strategisch) vertegenwoordigt, terwijl in het huidige politieke debat kunst vooral weggezet wordt als een luxe speeltje voor de hoogopgeleide (en meestal ‘linkse’) elite, waarop maar eens flink moet worden bezuinigd.

Europese identiteit?

In diverse toelichtingen van ontwerpen van ambassades in heel de wereld komt men de verwijzingen naar de identiteit van een land tegen. Al te gemakkelijk wordt opgemerkt dat internationalisering per definitie de identiteit van een cultuur aantast. Doordat het debat over identiteit in Europa betrekkelijk emotioneel wordt gevoerd, vind er eerder een uitwisseling van gevoelens dan van argumenten plaats.

Gemakshalve gaan veel politici en bestuurders er vanuit dat de identiteit van een land een toestand uit het verleden is die onveranderlijk is of zou moeten zijn. De identiteit die men dan uit deze geconstrueerde historie destilleert, zegt vooral iets over een interpretatie van het heden. De krampachtigheid waarmee dit tegenwoordig gebeurt, is kenmerkend voor de angst en onzekerheid die in de westerse wereld heerst. Wij wonen niet alleen in steden of gebouwen maar ook in ‘verhalen’. Gezien het belang van het begrip identiteit in deze tijd, is het goed om het begrip identiteit in relatie tot architectuur en stedenbouw beter te definiëren.

Interpretatie van de werkelijkheid

Stedelijke identiteit kan men onderverdelen in een drietal componenten te weten: fysiek, economisch en sociaal. Het begrip stedelijke identiteit probeert de complexiteit van een stad te vangen en het unieke te accentueren. Hieruit blijkt dat het dus een geconstrueerd en daarmee subjectief verhaal of beeld is. Stedelijke identiteit vertegenwoordigt niet de werkelijkheid van een stad, maar slechts een interpretatie van die werkelijkheid. Hetzelfde is te zeggen van een nationale of Europese identiteit. Dus los van de vraag of er een Europese identiteit is en zo ja wat die dan voorstelt, is het van belang om te formuleren wat Europa zou willen uitdragen. En deze Europese identiteit manifesteert zich dan vooral in haar contrast met bijvoorbeeld de ‘Amerikaanse’ of ‘Aziatische’ identiteit.

Het zal niemand verbazen dat Europa zich graag wil profileren als een moderne democratische en economische kennismacht. Hierin spelen wetenschap, cultuur en de creatieve industrie een belangrijke rol. Deze machtpositie van Europa stoelt naast veiligheid en economie ook op het gegeven van een Europese culturele gemeenschap met een gemeenschappelijk erfgoed.

Hoe lastig het ook is om de identiteit van een land of cultuur te beschrijven, meestal herkent men wel  in een oogopslag of een foto in Nederland, Zwitserland of in bijvoorbeeld Rusland is gemaakt. Hieruit kan men concluderen dat er in het kleine Europa grote identiteit verschaffende verschillen in landschap aanwezig zijn. Deze landschappen trekken zich niet zo veel van nationale grenzen aan. Deze constatering maakt het extra lastig om vervolgens de Europese identiteit onder woorden te brengen.

Moeilijk te identificeren

In algemene termen kan men constateren dat hoe groter het schaalniveau is waarop men de identiteit toepast, des te algemener en universeler de kenmerken worden. Dit heeft tot gevolg dat mensen steeds meer moeite hebben om zich met die universele grote groep mensen te identificeren. In deze tijd van globalisering is overal in de wereld te zien dat mensen als reactie hierop zich meer regionaal of per sociale groep gaan oriënteren. De commercie maakt hier handig gebruik van, de overheid voelt zich vaak onbegrepen.

Nieuwe concepten voor een Europese ambassade

In een ontwerpstudie van Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Den Haag in 2010 zijn de volgende scenario’s verkend:

Scenario 1

Maak een stringent onderscheid tussen de functionaliteit van de ambtswoning en het faciliterende kantoor (de post). In plaats van een groot Europees verzamelgebouw in een residentie wordt het programma opgesplitst in kleine service units, die in een goed toegankelijk netwerk in de wereld worden geplaatst. In deze units worden vooral allerlei administratieve handelingen verricht. Het diplomatieke verkeer speelt zich dan rondom de residenties af en meestal in de ‘hoofdstad’.

Naast een goede bereikbaarheid op locaal als internationaal niveau speelt veiligheid ook een grote rol. Door deze service units op vliegvelden te plaatsen, is eenvoudig aan deze eisen te voldoen. Deze service units kunnen verschillende programma’s huisvesten en zijn altijd duidelijk herkenbaar in de publieke ruimte  van een vliegveld. Naast de baliefuncties kunnen de service units worden uitgebreid met flexibele kantoorruimten en vergaderruimten.

Scenario 2

Het tweede scenario is geschreven voor een grote post in een belangrijke stad. Naast de kantoorruimte en service units zou deze post uitgebreid kunnen worden met een multifunctionele expositieruimten. Deze ruimte dient vooral als een driedimensionaal visitekaartje voor de Europese cultuur in de meest ruime zin van het woord. Er kunnen tentoonstellingen, bijeenkomsten, feesten, concerten en congressen georganiseerd worden. Daarnaast zijn de culinaire vaardigheden in de vorm van een restaurant of delicatesse winkel te etaleren.
Kortom: een eerste kennismaking met Europa. Deze extra ruimte wordt vormgegeven als een goed toegankelijke semi-publieke ruimte. Uiteraard zullen deze scenario’s moeten worden ingebed in allerlei nieuwe media en ict-toepassingen.

Transparantie en veiligheid

Hoe ongrijpbaar het begrip Europese identiteit ook mag zijn, in alle literatuurstudies, studentenstudies en in de vele toelichtingen van nieuw gebouwde ambassades, is er één uitgangspunt dat voor alle ontwerpen voor nieuwe ambassades geldt: de moderne ambassade is transparant. Europa wil zich graag profileren als een moderne democratie en daar horen transparant verlopende processen van besluitvoering bij. De meeste architecten voelen dit ‘feilloos’ aan en vertalen dit in het gebruik van veel glas.

In zijn boek Het Kristalpaleis behandelt de Europese filosoof Peter Sloterdijk de globalisering en met name de ‘Europese expansie’ van de afgelopen vijfhonderd jaar. Het ontstaan van het internationale netwerk van posten heeft hier alles mee te maken. In het verlengde van de ontdekkingreizen ontstonden de handelsmissies.
Sloterdijk benoemt het beroemde ontwerp van Crystal Palace voor de Wereldtentoonstelling in 1851 in Londen als symbool van de mondiale droom van de moderne mens: een ultieme haast grenzeloze transparantie architectuur waar de moderne democratie zich in thuis voelt.

Echter, deze zichtbare transparantie van moderne architectuur bestaat wel bij de gratie van de vele onzichtbare veiligheidsmaatregelen en door computers aangestuurde technologieën die onze steden, publieke ruimte, en gebouwen onder controle moeten houden. Onder de dekmantel van transparante architectuur wordt er veel verzwegen. Het reële gevaar van aanslagen heeft er voor gezorgd dat de een van de belangrijkste uitgangpunten voor een ambassade de veiligheid maatregelen zijn.

Deze ontwikkeling is vooral manifest in de ontwerprichtlijnen die door de Amerikaanse overheid zijn afgegeven na de aanslagen in 1998 op twee Amerikaanse ambassades in Afrika. Voor diverse nieuwe ambassadeprojecten is een standaard draaiboek geschreven, dat jammer genoeg is gebaseerd op een model van de ommuurde compound. Wellicht dat het concept van kleine Europese service units op de vliegvelden kan bijdragen aan het beter ‘ontsluiten’ van de Europese ambassades.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels