blog

Groot

Architectuur

De afgelopen twintig jaar maakte Nederland economisch, cultureel en politiek gezien een gouden eeuw door. Architectuur werd met een grote A geschreven. Hiervan zijn ook in Rotterdam genoeg aansprekende voorbeelden te vinden, zoals de Kunsthal van Rem Koolhaas, de Erasmusbrug van Ben van Berkel, de Hogeschool van Erick van Egeraat en het Scheepvaartcollege van Neutelings Riedijk.

Groot

 

Ook tal van kleine projecten droeg bij aan de grootsheid waarmee Rotterdam is verrijkt. Te denken valt aan Bar P van Gary Bates of de dakopbouw van MVRDV. Deze gebouwen maakten deel uit van een stedelijk project dat Rotterdam als architectuurstad op de kaart zette.

Het idee om de stad te verbeteren met behulp van grote gebouwen is geboren in Frankrijk. In 1977 werd in de verlopen wijk Beaubourg van Parijs het Centre Pompidou geopend. Direct vanaf het begin was dit gebouw een groot succes. Het bood niet alleen de moderne kunst op verbluffend eigentijdse wijze onderdak, maar het zorgde ook voor een opleving van de omgeving. Tegelijkertijd versterkte het de positie van de stad in de wereldwijd opbloeiende cultuurindustrie.

Twee jaar geleden brak de financieel economische crisis uit en kwam er plotseling een einde aan het verdienmodel dat aan deze grote gebouwen ten grondslag ligt. Rotterdam zet weliswaar twee grote gebouwen door (de Rotterdam en het Stadskantoor), maar diende daarvoor wel onorthodoxe, grondpolitieke maatregelen te nemen. Architectuur als icoon van financiële operaties heeft zijn langste tijd gehad. De vraag is hoe in de nieuwe omstandigheden steden als Rotterdam opnieuw tot nieuwe vormen van grootsheid kunnen komen.

Fundamenteel bij deze vraag is de verandering die de stad opnieuw doormaakt. De afgelopen periode werd ze vooral gezien als een vestigingsplaats voor bedrijven. Stadsbesturen zetten dan ook werkelijk alles op alles om deze vast te houden en aan te trekken. Rotterdam is daar bepaald geen uitzondering op. Op dit moment dringt echter het besef door dat een stad meer is dan dit. De focus verschuift naar de mensen die in de stad wonen en naar de ruimtes die daarmee verband houden.

Van architectuur wordt steeds meer verlangd dat zij het dagelijkse leven in de stad ondersteunt. De klant komt centraal te staan en om aan de vraag te voldoen moet de architectuur op zoek naar kansen en allianties. Vanzelfsprekend liggen hier mogelijkheden voor nieuwe vormen van grootsheid. Het voorbeeld van de Markthal laat echter zien, dat dit alleen lukt bij de gratie van een stevige programmering.

Een andere randvoorwaarde lijkt de manier te zijn waarop een stad omgaat met de bestaande sociale en culturele settings. De Cité van Tangram en de New Orleans van Siza zijn voorbeelden van twee geslaagde grote projecten. Ze maken echter ook duidelijk dat de context op orde moet zijn en dat de potentie ervan dient te worden aangeboord, wil een groot project daadwerkelijk succesvol zijn. Grote projecten hebben vandaag de dag alleen kans van slagen als ze tot onderdeel worden gemaakt van een levendig stuk stad.

Rotterdam zal haar positie in de globale economie verder willen versterken. Ze zal niet zoals Stavanger en Hindelopen na de vorige gouden eeuw verarmd willen achterblijven. Energie en klimaat zullen een belangrijke overweging in deze inspanningen zijn. Grote projecten versterken de duurzaamheid van de stad. Daar ligt de kans en de stimulans voor grote projecten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels