blog

Baanbrekend en duurzaam

Architectuur

Duurzame gebouwen kosten doorgaans tien tot vijftien procent meer. Architecten moeten hun werkwijze veranderen om ze ook mooi en baanbrekend te maken.

Baanbrekend en duurzaam

Als iets de afgelopen tien jaar heeft gekarakteriseerd, schrijft Hal Foster in een terugblik op de beeldende kunst gedurende de eerste tien jaar van deze eeuw, is dat onzekerheid geweest. Het is niet moeilijk te raden waar deze fundamentele onzekerheid vandaan komt. Het decennium opende immers met de 9/11 aanslag op het World Trade Centre in New York en sloot af met de kredietcrisis die de economie in een vrije val bracht. De tussenliggende periode laat zich moeiteloos opvullen met oorlogen (Afghanistan, Irak), klimaatrampen (tsunami’s, Katrina), nieuwe vormen van apartheid en tal van andere rampen.

Deze onzekerheid lijkt nu ook de architectuur te hebben bereikt, zij het op een andere manier dan in de beeldende kunst waar Hal Foster het over heeft. De ontslaggolf bij de bureaus en de omzetverliezen zijn hiervan de eerste manifestaties. Maar ook op langere termijn zijn er verschuivingen geweest. Zo viel afgelopen periode het proces van totstandkoming van architectuur in verschillende onderdelen uiteen: ontwerp, marketing, techniek en uitvoering werden steeds autonomer. Tegelijkertijd viel de architectuur uit elkaar in een wirwar van agenda’s die zich op geen enkele manier meer tot elkaar laten herleiden.

Voor veel jonge architecten die net van school komen, hun nek durven uitsteken en met een bureau beginnen, is deze situatie een enorme uitdaging. Maar ook de gevestigde bureaus worstelen met deze situatie, zoals duidelijk wordt uit het interview dat Winy Maas van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV afgelopen zaterdag aan NRC-Handelsblad gaf.

Op de vraag van Melle Garschagen wat de crisis betekent voor architectuur, antwoordt Winy: “Het is schraal op dit moment. Er is minder geld voor variatie, voor experimenten, voor nieuw materiaalgebruik en dat is zeker terug te zien. Beleggers en ontwikkelaars zijn bang om een onbewezen project aan te gaan. Tijdens de hausse moesten ontwikkelaars en ook architecten zich juist onderscheiden met opvallende projecten.”

Het is echter de vraag of dat laatste ooit nog terugkeert. De tijd dat ontwikkelaars niet over eigen vermogen hoefden te beschikken en gemakkelijk aan geld konden komen, lijkt immers definitief achter ons te liggen. Winy toont zich somber over de ruimtelijke kwaliteit, maar deze regressie ligt volgens hem niet alleen aan de crisis: “Er is ook minder geld beschikbaar voor mooie en baanbrekende gebouwen doordat er meer wordt geïnvesteerd in duurzame gebouwen. Die kosten doorgaans 10 tot 15 procent meer en ze beperken de vrijheid van de architect aanzienlijk.”

Winy Maas stelt een interessant probleem aan de orde. Maar voor de gevestigde bureaus rijst daarmee ook de vraag of ze kunnen doorgaan met waar ze de afgelopen jaren mee bezig zijn geweest. De groene revolutie is immers volop aan de gang. Misschien is het daarom beter dat ze het ‘momentum’ grijpen en de crisis benutten om hun reguliere activiteiten te downcyclen zodat ze daarna meer veelbelovende, groene paden in kunnen slaan en mooie, baanbrekende en duurzame gebouwen kunnen maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels