blog

Duurzame gebouwen vergen architectonische leiding

Architectuur

Twee weken geleden kreeg ik een mail van Willem Bruijn: “Ik ben binnenkort in Nederland en ik kan je dan spreken.” Na wat heen en weer geschuif in onze agenda’s sprak ik hem op een regenachtige avond in Voorburg. Willem Bruijn werkt sinds 2002 bij Baumschlager Eberle en werkt daar aan de projecten buiten Oostenrijk. Daarvoor werkte hij bij Willem-Jan Neutelings.

Duurzame gebouwen vergen architectonische leiding

 

Bruijn ontmoette ik voor de eerste maal op een reis die we met Edwin Oostmeijer naar San Francisco maakten. Mij viel de gedreven manier op waarop hij de stad en de gebouwen bekeek en fotografeerde. Ik was dan ook benieuwd hoe Willem tegen de architectuur in Nederland aankijkt.

Hij zegt: “Architectuur is in Nederland een luxe product geworden. Het is dan ook geen wonder dat ze wordt wegbezuinigd. Maar dat architectuur te duur is, is een fabel. De kosten zitten hier vooral in het bouwproces. Elke dinsdag komt het complete bouwteam bij elkaar op de koffie. Deze mensen kosten 150 euro per uur. Ook op vergaderingen waarop niets wordt besloten.”

Betrokkenheid bij het gehele proces

Bruijn is ervan overtuigd dat als een architect bij het gehele proces is betrokken, de kosten aanzienlijk kunnen worden teruggebracht. “Door de centrale coördinatie bij een architect neer te leggen, is een project veel sneller klaar. Je kunt gebouwen een jaar eerder in gebruik nemen, en daarmee bespaar je veel geld.”

Door de architect de leiding te geven bereik je volgens hem nog een doelstelling. “Alleen als je de leiding hebt in het bouwproces, dan kun je duurzaam gebouw maken. Een gebouw is een complex samenhangend geheel. Je kunt een gebouw nog zo technisch perfect maken, maar als het niet mooi is, is het niet duurzaam.”

Stedebouwkundige complexiteit

Het gesprek komt op het Vodafonekantoor op het Oosterdokseiland waaraan hij tien jaar heeft gewerkt. Bruijn noemt het stedebouwkundige plan van Erick van Egeraat een puzzel. Het legt ieder gebouw een zo complex mogelijke constructie met dure uitkragingen op.

Gevolg is dat al het budget in dure constructieve voorzieningen is gaan zitten en dat de gebouwen van binnen pure armoede zijn. Op entrees, verdiepingshoogte en afwerking is enorm geknepen. Iedere gebruiker wordt opnieuw en steeds weer op enorme kosten gejaagd.

Casco

Bruijn vertelt van de vele functieveranderingen die het gebouw heeft meegemaakt. Eerst zou het het kantoor voor New Chinatown Amsterdam worden. Toen wilde woningbouwcorporatie Het Oosten er woningen van maken. Niet lang daarna werd het opnieuw bestemd tot kantoren. Toen het belendende gebouw vrij kwam en het gebouw werd vergroot, diende een nieuwe opzet te worden ontworpen. Vervolgens wilde de deelgemeente Centrum hier haar stadsdeelkantoor vestigen. Maar toen het stadsdeelkantoor van Amsterdam Noord het budget meermalen overschreed, kwam er een bouwstop voor alle stadsdelen. MAB/Bouwfonds zocht vervolgens naar een huurder en dat is Vodafone geworden.

Iedere keer moesten nieuwe plannen en daarmee kosten worden gemaakt. Was het dan niet veel slimmer geweest een constructie met overmaat en vrije ruimtes te maken? Bruijn: “Dat bepleit ik al jaren. Het vergt weliswaar een hoger investeringsniveau, maar het maakt dat gebouwen moeiteloos van functie kunnen veranderen. Bovendien zijn deze gebouwen veel duurzamer, zeker als ze in de context passen en een architectonische uitstraling bezitten.”

Zijn architecten in Duitsland echt beter af?

De avond viel in, Bruijn ging naar zijn volgende afspraak en we namen afscheid van elkaar. Zijn architecten in Duitsland en Oostenrijk beter af dan in NL vroeg ik me af, toen ik naar huis fietste? Ik kon me toch niet aan de indruk onttrekken dat de branche als geheel daar beter voor zich zelf opkomt.

Bruijn had me daarvan de nodige voorbeelden gegeven. Bij prijsvragen is geregeld dat in een jury minimaal de helft plus een uit architecten bestaat. Ook is bij wet geregeld dat een project niet onder wettelijk vastgelegde ondergrenzen mag worden aangenomen. Daardoor is het onmogelijk om projecten tegen prijzen aan te nemen die de branche als geheel uithollen.

Maar ook bij de meer reguliere bouwopdrachten staat de architect sterker. Dat maakt hem of haar slagvaardiger en dat heeft in een tijd van laagconjunctuur enorme voordelen. Keerzijde van de medaille is, dat de architectuur in Duitsland voorzichtiger en minder experimenteel is en geneigd is al gebaande paden in te slaan.

Maar voor een product met een levensduur van 100 jaar hoeft dat geen nadeel te zijn. En experimenten moeten we misschien zorgvuldiger en spaarzamer inzetten dan we tot nu toe gewend zijn in Nederland.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels