blog

Architectuurkritiek voor iedereen

Architectuur

“Architectuurkritiek beperkt zich niet tot schrijven”, zegt Rieke Vos (1981). Volgens Vos kan kritiek verschillende vormen aannemen. De uitdaging is hierbij om een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Voer voor een interessant gesprek. Ik sprak Vos in de Bagels and Beans aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam.

Architectuurkritiek voor iedereen

 

 

 Rieke Vos is – anders dan de vorige geïnterviewde architectuurcritici – niet afgestudeerd als architect, maar als Kunst- en Architectuurhistoricus. Ze studeerde aan de UvA en aan de Freie Universität Berlin. Daarna werkte ze onder andere bij Powerhouse Company. Momenteel begeeft ze zich als junior curator bij SKOR | Stichting Kunst en Openbare Ruimte meer op het snijvlak tussen architectuur, stedebouw en kunst.

Sociaal economisch perspectief

Ondanks dat deze drie disciplines van elkaar verschillen benadert Vos ze vanuit hetzelfde, sociaal cultureel en economisch perspectief: “ik ga uit van wat een stedebouwkundige, een architectonische of een artistieke ingreep voor de samenleving betekent. Hoe reageert het bijvoorbeeld op zijn omgeving? Welk effect heeft het op de publieke ruimte?”

Perspectief van de (eind)gebruiker

Wanneer ze een ruimte analyseert – of die nou stedebouwkundig of architectonisch is – denkt ze vanuit de (eind)gebruiker, al vindt ze dat dit woord niet de lading dekt. Iemand die langs een gebouw loopt behoort niet tot de groep eindgebruikers, maar ervaart wel het effect dat het heeft op de publieke ruimte. In die zin was ze het eens met het artikel van Piet Vollaard ‘Weg met de eindgebruiker!’ op Archined, al biedt hij geen goed alternatief. De suggestie ‘belever’ vindt ze wat te zweverig.

Bouwproces als onderdeel van kritiek

Daarnaast vindt Vos het ook heel belangrijk om het proces vanaf de initiatieffase tot en met de totstandkoming mee te nemen in haar beschouwing. De twee jaar dat ze als onderzoeker bij Powerhouse Company werkzaam was hebben ervoor gezorgd dat ze dit onmogelijk los kan zien van het eindresultaat. “Het uiteindelijke gebouw wordt al voor een belangrijk deel bepaald aan het begin van het proces, door de locatiekeuze en de positie van de kavel, maar ook de wensen en intenties van de opdrachtgever en het besluitvormingsproces.”

Het boek van Bavo ‘Too Active To Act‘ vindt ze in die zin een aanrader. “De filosofen Gideon Boie en Matthias Pauwels bekritiseren hierin de manier waarop projecten tot stand komen en tevens de positie van de kunstenaar of architect en de opdrachtgever binnen dat proces.”

 

Kritiek als kunstproject in de openbare ruimte

Momenteel resulteren haar bevindingen niet in de eerste plaats in een tekst, maar als kunstprojecten in de openbare ruimte, die ze opzet in het kader van haar werk bij SKOR. Volgens Vos kan zo’n project ook architectuurkritische waarde hebben. “Een architectuur- of kunstkritiek hoeft zich niet te beperken tot het geschreven woord. Je loopt dan het risico dat je aan dingen voorbij gaat. Een kunstproject in de openbare ruimte, een tentoonstelling of een film kunnen dingen laten zien waarvoor woorden te kort schieten.”

Geluk in Leidsche Rijn

Als voorbeeld geeft ze het project ‘Beyond – Leidsche Rijn: Pursuit of Happiness’ uit 2005, waarbij de vraag centraal staat: wat is geluk in een Nederlandse nieuwbouwwijk aan het begin van de 21ste eeuw? Dertig beeldend kunstenaars uit verschillende landen toonden in films, video’s, installaties en objecten hun visie op het volmaakte of onvolmaakte leven, haat en liefde, vreugde en verdriet.

  

Maasvlakte 2

Momenteel werkt Vos aan kunstprojecten rond nieuwe bouwprojecten zoals Maasvlakte 2 in Rotterdam. Door middel van een kunstproject kan je een dergelijke bouwprojecten op een andere manier benaderen. Architecten denken vaak vanuit een toekomstvisie, hoe dingen zouden kunnen zijn. Kunstenaars beschouwen hun omgeving vaak meer vanuit de huidige situatie, en geven daar dan een twist aan.

Schrijven als kunst

Hieruit kun je opmaken dat Vos niet alleen een visie op de gebouwde omgeving voor een goede kritiek van belang vindt, maar ook de beheersing van een bepaalde kunstvorm om deze visie te uiten. Wat betreft van architectuurkritieken, is ze ervan overtuigd dat een goede schrijver – ongeacht zijn achtergrond – ook over architectuur kan schrijven, zolang hij of zij betrokkenheid toont en heldere standpunten durft in te nemen. “Christophe van Gerrewey is echt een schrijver, hij kan goed met woorden spelen, met precisie een toon kiezen en nauwkeurig argumentatie opbouwen. Soms zet hij deze vaardigheden in om over architectuur te schrijven, maar hij schrijft bijvoorbeeld ook over boeken en over kunst.”

Bas Heijne als architectuurcriticus

Vos meent dan ook dat architectuurkritiek niet alleen beoefend hoeft te worden door mensen die zich professioneel met architectuur bezig houden. “De gebouwde omgeving gaat iedereen aan. Zo lang iemand belang hecht aan zijn leefomgeving kan hij er iets interessants over zeggen. Zo lijkt het mij fantastisch als Bas Heijne vanuit zijn positie van publiek intellectueel en essayist eens een artikel over de Zuidas in Amsterdam zou schrijven.”

Jane Jacobs

Vos heeft zelf niet direct een voorkeur voor een bepaalde vorm van kritiek. Ze ziet kritiek als een onlosmakelijk onderdeel van haar vak en dit kan ze op verschillende manieren uiten. In die zin is ze een groot bewonderaar van Jane Jacobs: “Haar overtuigingen wakkerde bij haar een soort activisme aan dat zich op verschillende manieren uitte, onder andere in hele interessante analyses en teksten. Bijzonder is dat alles wat ze deed in een lijn lag met haar overtuigingen. Dat zie je tegenwoordig veel minder.”

  

Discussie over architectuur

Het belangrijkste doel van kritiek is volgens Vos dat het discussie oproept. In die zin prijst ze opinieartikelen op websites als www.Archined.nl en www.deArchitect.nl. “Je ziet dat hier openlijk discussies over architectuur worden gevoerd. Dit is heel waardevol, want het zal uiteindelijk effect hebben op hoe mensen denken en vervolgens op hoe er in de toekomst wordt gebouwd.”

Brede doelgroep

Dergelijke platforms worden echter wel door een beperkte doelgroep bezocht, voornamelijk architecten “Kritiek heeft pas echt effect wanneer je een brede groep betrokkenen bereikt zoals met publicaties in een lokale of nationale krant. Maar ik denk dat het wel steeds moeilijker wordt om een groot publiek te bereiken. Dat is zeker iets waar de architectuurkritiek nu tegenaan loopt en een oplossing voor moet vinden.”

Dit interview met Rieke Vos heb ik gehouden in het kader van een serie blogs over architectuurkritiek. Hier vind je de links naar de hier voor gepubliceerde blogs:
– Interview met Edwin Gardner: Architectuurkritiek is bijna altijd amateurisme
– Interview met Tim de Boer: Architectuurkritiek moet lokaler en op Youtube
– Interview met Christophe van Gerrewey: Een goede kritiek is geen Wikipedia-pagina

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels