blog

Vlaanderen boven!

Architectuur

Onlangs vond de elfde editie plaats van A.DAYS, een jaarlijks besloten evenement voor architecten in de Benelux, georganiseerd door Ann Maes en Marleen Bruurs (AMD-ABITARE). Het evenement vindt ieder jaar in een andere stad plaats. Het doel van deze bijeenkomsten is het stimuleren van informele ontmoetingen, het leggen van contacten tussen architecten en opdrachtgevers en het samenbrengen van inzichten over interieurontwerp, architectuur en stedebouw.

Vlaanderen boven!

Dit jaar waren wij uitgenodigd in Antwerpen en volgden in een vloeiend tempo lezingen en excursies elkaar op, wat zorgde voor een boeiende afwisseling van activiteit en reflectie.

    

Eregast van A.DAY.11 was Willen Jan Neutelings die een lezing over ‘Architectuur en Lokale Identiteit‘ hield.  Het begrip lokale identiteit werd door hem verduidelijkt met inzichten die in de loop der jaren zijn voortgevloeid uit ervaringen uit zijn Zeeuwse geboorteplaats, dichtbij de Belgische grens, zijn woonplaats Antwerpen en zijn werkplaats, Rotterdam. Neutelings ziet zichzelf tegelijkertijd als Nederlander, als Belg, maar ook als Rotterdammer.

Sculpturaal gebouw met monumentale uitstraling

Vanuit deze introductie werd het MAS nader toegelicht als gebouw, dat een stapeling is van schatkamers die verwijzen naar het verleden van Antwerpen. Vanuit de spiraalsgewijs oplopende open ruimtes heeft men uitzicht op het heden van de stad.

De architectuur van het MAS is gebaseerd op de begrippen monumentaliteit en ornament. Het ornament is aangebracht in de vorm van de gedrapeerde glazen gordijnen en op microniveau door de ingelijste munten met een spreuk die continue doorloopt. Aan de buitenkant is de gevel voorzien van glimmende handen. De inwoners van Antwerpen kunnen het MAS sponsoren voor duizend euro en hiermee eigenaar worden van een handje. Vooruitziende blik indertijd naar de economische situatie van nu waarin ingrijpend op cultuur wordt bezuinigd.

    

Hoewel Jan Willem stelde geen icoon te willen maken, zijn wij hier niet van overtuigd. Indien wij in gedachten het werk van Neutelings Riedijk de revue laten passeren met projecten als de Bredase brandweerkazerne, woongebouw De Sfinxen, het Minnaertgebouw, het college voor Scheepvaart Transport, de gebouw van de Rijksbelastingen en het Instituut voor Beeld en Geluid, dan ervaren wij deze als sculpturale gebouwen met een iconische uitstraling. Het idee om op detailschaal texturen of bevestigingen als patroon over de gevels te repeteren is een veelvuldig beproefde en geslaagde ontwerpmethodiek van het bureau. Als collega’s kunnen wij niet anders dan Willem Jan Neutelings complimenteren met dit opvallende icoon in Antwerpen, het Museum aan de Stroom, dat de geschiedenis en de betekenis van deze stad aan de Schelde symboliseert. Vlag omhoog voor het MAS!

Na de lezing in het FelixPakhuis, dat het stadsarchief herbergt en fraai is verbouwd door Robbrecht Daem architecten, volgde een zeer subtiele introductie van de  sponsors, die eerder cultureel dan commercieel was. Daarbij waren vier sportieve free runners ingezet om op een originele manier enkele noviteiten te tonen tegen de achtergrond van een audiovisuele presentatie van internationale referentieprojecten.

Antwerpen aan de stroom

Na de borrel in het FelixPakhuis,  gingen we op excursie naar de onmiddellijke omgeving van het inmiddels bekende ‘Eilandje’, waar Diener Diener, David Chipperfield en Gigon/Guyer Architekten zich elk op een toren mogen uitleven. Het gebied bruist van de activiteit, op allerlei vlak.

Achter de hoogste woontoren van Antwerpen, de ‘London Tower’ van Conix architects, draaien we een schier verlaten stuk van de haven in, met een mix aan armoedige architectuur, waartussen ineens ‘de Globe’ opduikt: een multifunctioneel complex, in een oase van groen. Architect Jo Peeters heeft indertijd zelf in het complex moeten investeren, omdat anderen er geen heil in zagen. Het is  opvallend hoeveel potentie en aantrekkingskracht Antwerpen bevat om op zo’n verscholen locatie een overvloed aan design en fashion bijeen te brengen. De ‘Fashion Club 70’  biedt immers een indrukwekkende clustering  met een uitgelezen display voor 80 fashion labels, gehuisvest in oude fabrieksgebouwen.

    

OnAF is ook AF

Van de Fashion Club 70  zetten we ons in beweging naar Park Spoor Noord. In dit gebied werden we overvallen door de levendige drukte van allochtone en autochtone bevolking die zich moeiteloos  mengt om de laatste  mooie zonnestralen van het seizoen op te pikken. Het park is vormgegeven door het Italiaanse bureau Secchi Vigano en de Nederlandse landschapsarchitect Pieter Kromwijk van VCenK uit Maastricht. Enkele industriële complexen van het spoorwezen zijn op een bijzondere wijze herontwikkeld.

  

De WDT-loodsen hebben een multifunctionele functie gekregen. Het meest opmerkelijke  is de toevoeging van de sporthal, ontworpen door Verdickt Verdickt. Deze is voorzien van een opalen huid die achter het residu van de oude metselwerkgevel is geplaatst.

     

Een ander opmerkelijk voorbeeld is het verbouwde  treinwagon-depot  van Stramien. Charmant hierbij is dat men de rauwheid van het gebouw en het gebied heeft weten te bewaren in een semi open constructie. Onaf is ook af. Een bewuste en gedurfde keuze, om tijdig te stoppen met het doorontwerpen en polijsten van een industrieel terrein.

  

In het langgerekte park zelf is een balans gevonden tussen ontworpen ruimte en oningevulde plekken voor een vrij gebruik van de ruimte. Het is een bijzonder voorbeeld van een stadspark waar verschillende etnische  groepen zich vermaken, barbecueën, slenteren en met elkaar een dag doorbrengen in de openbare ruimte.

Na het diner kregen we nog een hoogstandje te zien: de nieuwe jeugdherberg Pulcinella van Vincent Van Duysen, ongetwijfeld de mooiste jeugdherberg ooit gebouwd. Zowel in het exterieur als in het interieur is over elk detail nagedacht, terwijl er slechts beperkte middelen ter beschikking waren.

  

Barsten in het glas

Willem Jan Neutelings start de tweede dag in het MAS met een persoonlijke toelichting van het concept van het gebouw, de materialen, de behandeling van de gevel, de textuur en de ornamenten. Het bijzondere aan het gevelmateriaal is dat deze uit  4 verschillende groeven uit India komen om een mix te creëren van oranje en rode tonen.

  

Tijdens de letterlijke ‘rondgang’ blijkt dat de spiraalsgewijze routing goed werkt met de verschillende uitzichten naar de stad. De schatkamers staan hiermee in spannend contrast. De continuïteit van de openbare ruimte doorheen het gebouw toont duidelijk een link naar zijn beginjaren bij O.M.A.  Wellicht mede hierdoor wordt de frustratie van Willem Jan overduidelijk over de beëindiging van deze routing. Het einde ervan is een stalen rolluik waarachter een 3-sterrenrestaurant de ruimte heeft gekocht. Via een vaste trap na een onlogische doorloop, bereikt men dan toch uiteindelijk de open verdieping van het dak. Hier kan men genieten van een mooi uitzicht over de stad. De inrichting van het daklandschap, waar je verwacht iets te kunnen consumeren of op zijn minst zittend te kunnen genieten, beantwoordt niet aan de hoge verwachtingen die door de fabelachtige routing wordt gewekt.

Op de terugweg naar beneden wordt her en der ook duidelijk het experimenteren met materialen en hun aansluitingen zijn tol reeds heeft geëist. Op een aantal plekken zijn al barsten in het glas zichtbaar. Toch een spijtig detail voor een ambitieus project als dit.

  

Na het MAS bezoeken we twee ‘corporate’ paviljoentjes, die onderdeel uitmaken van het groter geheel rond het MAS en uitgevoerd in dezelfde rode gevelstenen: het ‘Zilverpaviljoen’ van Umicore en het ‘Havenpaviljoen’ zijn beide ingericht door Crepain Binst Architecture. De organisatie heeft intussen buiten in het zonnetje voor een mobiele espressobar gezorgd.

De excursie gaat per bus verder langs de Scheldekaaien, waar we diverse opvallende woningprojecten passeren. Eigenlijk veel te snel om bij stil te staan, maar goed om te weten. Een nieuw hoogtepunt van de dag is het bezoek aan De Singel van architect Stéphane Beel. Hij is zelf ook aanwezig om een persoonlijke toelichting op het project te geven.

  

In 1968 betrok het Vlaams Muziek Conservatorium een opvallende nieuwbouw van Léon Stynen, geïnspireerd door het werk van Le Corbusier. Door de tijd heen zijn er tot drie keer toe uitbreidingen gerealiseerd. De nieuwbouw van  Stéphane Beel anticipeert op de bestaande structuur en probeert hiermee aansluitingen te creëren. Op stedebouwkundig niveau vormt de nieuwbouw van Stéphane Beel een ‘liggende toren’ die contrasteert qua materiaal, vorm en volume met de gerestaureerde Singel van Léon Stynen.

  

Het is een gelaagd complex met een opgetilde hoogbouw voor het Conservatorium en de theaterzalen, een verbindende tussenlaag met een Grand Café en een laagbouw als plint met oefenruimtes en een tentoonstellingszaal voor het publiek. De uiterlijke verschijning van larikshouten geveldelen zal na verloop van tijd vergrijzen en meer aansluiting geven met de oude bouw van beton. Zo heeft Beel het ook bedoeld.

Conceptmatig is De Singel prima opgezet, maar op het niveau van materiaalgebruik en detaillering is het minder éénduidig. Wellicht dat de complexiteit van het gebouw hier heeft geleid tot inconsequenties of dat het budget een beperkende factor is geweest.

  

Na een uitgebreide lunch in het Grand Café van De Singel en een kort bezoek aan de inspirerende expositie van de jonge architecten Jan De Vylder, Inge Vinck en Jo Taillieu, gaan we op excursie langs de projecten, die de diversiteit van de stad en de aanpak van de woningbouw illustreren, van de openbare ruimte tot de ‘commercial spaces’, van het oude en nieuwe Kiel tot Antwerpen-Zuid.

  

We beëindigen de middagexcursie in een oase van visuele rust en creativiteit, namelijk in Galerie Valerie Traan, van eigenaresse en curator Veerle Wenes. Het pand is verbouwd door Bart Lens, met een interventie in de buitenruimte door Kris Coremans. Met een genereus gebaar draait de hele gevel naar binnen open. De straat wordt binnenruimte en de binnenruimte geeft zichzelf weg aan de buitenruimte, het atrium, grenzend aan de kapelmuur van de Groote Witte Arend. Een oase in het hart van de stad, met vele artistieke details, die nergens teveel zijn.

Oud en nieuw

Het is in Antwerpen steeds weer genieten van een harmonieus samensmelten van oud en nieuw op een zeer ingenieuze wijze. Dat valt nog eens extra op tijdens de wandeling door de stad die ons naar de eindbestemming brengt. Ook op die route die ons deels door de opgeschoonde rosse buurt loodst staan verrassende hedendaagse projecten, die perfect passen in de historische context van deze havenstad.

Reflecterend op het gehele weekend en na het zien van ruim 30 projecten, is het opvallend dat twee landen die op cultureel gebied zo dicht bij elkaar liggen, zulke enorme verschillen kennen. Dit begint al bij de persoonlijkheden Willem Jan Neutelings en Stéphane Beel en de verbale wijze waarop zij een toelichting geven. Maar ook in de gebouwen ligt er een groot verschil tussen de heldere conceptmatige aanpak van het MAS en de meer genuanceerde en gelaagde ontwerpoplossingen in De Singel. Beide gebouwen spreken de Antwerpenaren en ons zeer aan, maar elk in een eigen architectuurtaal en betekenis.

Fotografen: Eline Witteveen, Ann Maes, UArchitects
Met dank aan  de organisatoren Ann Maes / Marleen Bruurs  / AMD-ABITARE

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels