blog

Rotterdam is een geweldige stad

Architectuur

“Rotterdam is een lege en ongezellige stad waar je ’s avonds een kanon kunt afschieten.” Volgens velen is dit het kernprobleem van de Maasstad. Anders dan in de jaren zeventig vormt dit nu de opmaat naar een omvangrijk bouwprogramma voor de binnenstad. Het gaat er echter niet langer om de stad te transformeren, maar om te verbeteren.

Van tijd tot tijd hoor je het weer: “Rotterdam is een lege en ongezellige stad”. Onlangs werd de door de krant internationaal gevierd en gelauwerd genoemde architect Erick van Egeraat in NRC Handelsblad aan het woord gelaten: “Als uitgaansstad ontbeert Rotterdam charme en allure en dus aantrekkingskracht.”

Het vormde de opmaat voor een overigens uitstekend artikel waarin de resultaten van het symposium The Economics of Beauty werden samengevat, dat was georganiseerd door de Economic Development Board Rotterdam. Op dit symposium bespraken de aanwezigen met elkaar de vraag hoe ‘we de stad kunnen transformeren tot een aantrekkelijke woon en werkstad?’.

Omvangrijk programma

Het verhaal van een binnenstad waar je ’s avonds een kanon kunt afschieten, dook voor de eerste maal op in de jaren zeventig, en leidde toen uiteindelijk tot de fameuze kantorenstop die de toenmalige PvdA-wethouder Hans Mentink afkondigde. Nu wordt het verhaal uit de kast getrokken om een omvangrijk bouwprogramma te lanceren en legitimeren.

Er is nog een verschil met de jaren zeventig-retoriek. Aan het verhaal van een ongezellige binnenstad is nu dat van de onevenwichtige bevolkingssamenstelling toegevoegd. Rotterdam zou relatief veel laag opgeleiden en weinig hoog opgeleiden bezitten.

Dit verhaal zet extra kracht achter de sloop- en bouwplannen die Rotterdam nog altijd koestert.

De vraag is echter of de transformatie van de stad zoetjes aan niet ‘old school’ aan het worden is.

Waarom?

In de huidige crisis lijkt de transformatie van de stad een niet langer haalbaar ideaal te zijn. De overheid is sterk aan het bezuinigen en trekt zich steeds verder terug uit het publieke domein.
Plus: er zijn op dit moment veel tekenen dat ze niet werkt. Zo meldde het Algemeen Dagblad onlangs dat de verdere sloop ten behoeve van Nieuw Crooswijk ongewis is. Post Rotterdam aan de Coolsingel zit vol ambitie, maar ondernemers zijn afwachtend. Het instrument van grote projecten laat zich niet meer onverkort inzetten.

Wat nu?

Afgelopen week nam de Spaanse stedebouwkundige Joan Busquets in een afgeladen Paleis op de Dam de Erasmusprijs in ontvangst uit handen van ZKH Prins Willem-Alexander. Een dag later sprak hij in Den Haag en ging hij in debat met onder andere Rijksbouwmeester Frits van Dongen, stedebouwkundige Erik Pasveer en architect Kees Rijnboutt. Busquets concludeerde onder meer dat een paradigma verandering op til is. Het gaat er niet langer om de stad te transformeren, maar om te verbeteren.

Kracht zoeken

In het verlengde hiervan liggen mijns inziens twee andere punten. Je moet uitgaan van wat de stad is en daarin haar kracht zoeken. Is in Rotterdam een dienstverlenende klasse dominant die zich kenmerkt door armoede? Ga daar dan vanuit, bedenk hoe belangrijk deze voor je stad is en zoek uit hoe je deze klasse kunt verheffen, zoals in de negentiende eeuw is gewerkt aan de emancipatie van de arbeidende klasse.

Tot slot: binnenstedelijke ontwikkeling is een must. Het vereist dat stedebouw in ere moet worden hersteld en dat de architectuur nauw moet gaan samenwerken met deze publieke opdrachtgever.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels