blog

Een goede kritiek is geen Wikipedia-pagina

Architectuur

Dit keer toog ik voor mijn blogserie over architectuurkritiek naar Antwerpen. Daar sprak ik in het café van de Vlaamse opera met Christophe van Gerrewey (1982), de meest publicerende architectuurcriticus van mijn generatie in het Nederlands taalgebied. Maar naast kwantiteit biedt hij ook kwaliteit. Zo won hij in 2008 de eerste Prijs voor de Jonge Kunstkritiek (2008, Rotterdam) in de categorie essay en recensie.

Een goede kritiek is geen Wikipedia-pagina

Christophe van Gerrewey heeft een bewonderenswaardige publicatiestroom. Zijn eerste architectuurkritiek publiceerde hij in De Witte Raaf in het vierde jaar van zijn studie ingenieur-architect aan de Universiteit Gent. Sindsdien publiceert hij ook in verschillende (inter)nationale vakbladen en werkt hij mee aan een verschillende boeken. Tussen de bedrijven door werkt hij aan zijn promotie ‘Architectural criticism 1950 – 2000. Theories and history of architecture via the Collected Writings of Geert Bekaert’.

Vliegende start

De vliegende start als architectuurcriticus heeft Van Gerrewey volgens hem te danken aan de insteek van de architectuuropleiding in Gent, die vrij uitzonderlijk is: “In Gent vormen architectuurtheorie, architectuurgeschiedenis en architectuurkritiek een belangrijk onderdeel van de opleiding. En professoren als Mil De Kooning en Bart Verschaffel moedigden mij aan om al tijdens mijn studie artikelen te publiceren”.

Literatuurwetenschappen

Hij kon niet direct na zijn studie architectuur fulltime aan de slag als onderzoeker of criticus. In afwachting rondde hij nog een studie literatuurwetenschappen af, die bepalend is geweest voor zijn houding ten opzichte van architectuurkritiek.

Volgens hem kent de literatuurstudie concepten die ook in de architectuurkritiek bruikbaar zijn. “Roland Barthes heeft onder andere het concept ‘dood van de auteur’ geïntroduceerd, wat betekent dat je geen rekening houdt met de intenties van de auteur van een tekst. Dit zet ik door naar de architectuur, ook al is het daar soms minder aanvaard. Ik houd in mijn kritieken niet automatisch rekening met de bedoelingen van de architect.”

Gebouwen lezen

De manier waarop Van Gerrewey gebouwen bekijkt, komt ook uit de literatuur. “Ik probeer een gebouw te lezen zoals een boek.” Hij zoekt altijd naar de positie die een gebouw inneemt in de wereld of naar de manier waarop een gebouw bepaalde dingen organiseert en wat dat zegt over het hedendaagse leven.

“Wanneer ik een woning beschrijf dan vraag ik me altijd af hoe ik daar zou wonen. Op welke manier heeft het invloed op je leven en op de onderlinge relaties tussen de bewoners? In het geval van een publiek gebouw als het MAS probeer ik mezelf te identificeren met het grootste aantal mensen dat het gebouw bezoekt. Het gebouw van Neutelings Riedijk Architecten is een machine die de cultuurtoerist zo soepel mogelijk naar boven brengt en dit niet probeert te verhullen of mooier te maken.”

Architectuurkritiek kent geen objectieve criteria

Een persoonlijke overtuiging is volgens mijn Vlaamse gesprekspartner noodzakelijk, want er zijn geen objectieve criteria die gelden in de architectuurkritiek. Om te kunnen bepalen of een kritiek waardevol is, stuit je echter op het probleem van autoriteit. “Het blijft interessant om de mening van bijvoorbeeld Geert Bekaert te horen, omwille van zijn oeuvre en zijn invloed. Tegenwoordig moet je – ook door het internet – steeds meer kampen met het idee dat iedere mening belangrijk is. Toch is een kritiek schrijven veel meer dan een mening geven: het gaat om argumenten opbouwen, een tekst construeren, een interpretatie geven. Dat is iets wat niet iedereen kan.”

Architectuurkritiek is geen consumentenkritiek

Verwijzend naar het interview met Edwin Gardner stelt hij dat architectuurkritiek nooit consumentenkritiek mag zijn. “Het doel van kritiek is niet om er achter te komen of iets je aandacht of geld waard is. Het moet worden ingezet om iets uit te leggen of te interpreteren. Het is interessant hoe een gebouw bepaalde dingen organiseert en wat dat betekent. Ik probeer altijd te doen alsof een gebouw de gebeurtenissen die er plaatsvinden kan beïnvloeden.”

Waarover gaat architectuurkritiek?

Er zijn mensen die zich vanwege deze insteek afvragen of deze succesvolle criticus wel over architectuur schrijft. Hij is immers weinig bezig met de vorm of de materialiteit van een object. “Zelf zie ik niet altijd de ritmes, de verhoudingen, de specifieke materiaaltoepassingen of de visuele referenties in een ontwerp. Wellicht is dat een zwakte van mij.”

Architectuurkritiek is niet literair

Van Gerrewey vindt het jammer dat architectuurkritiek niet als een literair genre wordt beschouwd. “Steeds vaker heb je maar een beperkt aantal woorden om een standpunt in te nemen. Hierdoor is er geen ruimte om nuancering, diepgang of poëzie te ontwikkelen. Daarnaast blijft architectuurkritiek iets voor architecten, terwijl literatuurkritiek door meer mensen wordt gelezen, of dat zou je toch denken.”

Architectuurkritiek voor iedereen

Hij heeft echter wel het utopisch ideaal voor iedereen te schrijven. “Het idee dat ik alleen maar schrijf voor mensen die met hetzelfde bezig zijn als ik en die hetzelfde beroep hebben, staat mij tegen, al komt het daar in de praktijk misschien op neer.” Om meer mensen te bereiken wil hij echter geen compromissen sluiten. “Ik blijf zo naïef om te denken dat wanneer mijn teksten goed geschreven zijn, ze ook toegankelijk zijn.”

Het bestaansrecht van architectuurkritiek

Het bestaansrecht van architectuurkritiek ligt volgens Van Gerrewey overigens niet bij het aantal lezers. “Allereerst heeft kritiek een symbolische functie. Het is van belang dat je laat zien hoe er over architectuur kan worden geschreven. Daarnaast is architectuurkritiek nodig om een geschiedenis op te bouwen, zodat geheugenverlies wordt voorkomen. Vaak lees je dingen waarvan je denkt: ‘Daar is in de jaren tachtig toch al alles over gezegd?’”

Archis-tijdperk

Wat betreft het huidige aanbod verlangt hij met enige nostalgie terug naar het Archis-tijdperk (hoewel hij dat tijdperk niet actief heeft meegemaakt). Zoiets bestaat momenteel niet. En op het internet is er ook geen vervanging. “Veel blogs zijn te vrijblijvend. Een goede redactie, aandacht voor de kwaliteit van de tekst, en vergoedingen voor bijdragen zijn voorwaarden voor kwalitatieve architectuurkritiek, zowel online als offline.”

Critici bekritiseren

Aan het einde van ons gesprek suggereert de Vlaamse architectuurcriticus nog dat het interessant zou zijn wanneer colllegacritici elkaar zouden bekritiseren. Een goede kritiek is volgens hem geen Wikipedia-pagina. “De aanwezigheid van een standpunt is een voorwaarde om het eens of oneens te zijn met de auteur. Daarnaast is het belangrijk dat de tekst duidelijk maakt waarom wij – en dan gaat het lang niet alleen over architecten – ons met architectuur moeten bezighouden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels