blog

Must-see voor alle architecten

Architectuur

We kwamen er met hoofdpijn vandaan, maar waren overtuigd: dit is een must-see voor architectuurstudenten. Loes besloot het nog deze week aan te raden aan alle eerstejaars studenten Bouwkunde van de TU/e. Maar eigenlijk moet de hele beroepsgroep naar de Schatkamer in het NAi. Deze tentoonstelling daagt uit je eigen praktijk in perspectief te plaatsen.

Must-see voor alle architecten

 

 

Loes en ik doken onder in de kelder van het NAi, de Schatkamer van de Nederlandse architectuur. Hier zijn topstukken uit de collectie van het instituut te vinden. Volgens de samenstellers zijn het bijzondere, ontroerende, waardevolle, markante, invloedrijke, gewone, geleerde, persoonlijke, aangrijpende en alledaagse objecten. Samen vormen ze een mooi overzicht van twee eeuwen denken over en maken van de bebouwde omgeving.

Prikkelende thema’s

Noem ons ouderwets, maar denken in canons hoeft niet per se, al zijn de hier gekozen thema’s prikkelend en goed. Experimenteerdrift, volkshuisvesting, publieke gebouwen, maakbaarheid, internationale uitwisseling en soberheid kenmerken de Nederlandse bouwtraditie. De grote vraag is: in hoeverre zijn deze thema’s toekomstbestendig? Kunnen architecten hierop voortborduren of zullen andere thema’s een belangrijke rol spelen? En welke zijn dat? Kortom, voer voor een mooie architectendiscussie.

In de spiegelende wand van de kelder is de reflectie van Loes en mij te zien. Fotograaf Merel Pit

Dip in productie

Omdat ik toch prat ga op chronologische overzichten, maakte ik een kleine inventarisatie: de meeste hoogtepunten in de Nederlandse architectuur zijn gebouwd na 1900. Slechts vijf tentoongestelde topstukken dateren uit de achttiende eeuw en maar eentje uit de zeventiende. Tussen 1940 en 1960 is er een kleine dip in de productie van markante ontwerpen. Dit heeft alles te maken met de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw. Een interessant gegeven, dat niet direct in de tentoonstelling naar voren komt.

De belangrijkste architect

Ook keek ik even naar hoe vaak architecten of bureaus worden genoemd. Met andere woorden: hoe belangrijk ze – volgens de samenstellers van de Schatkamer – zijn voor de Nederlandse architectuur en in welk gezelschap ze verkeren. Van de 48 namen (als ik goed heb geteld) komen de meesten één keer voor. Van J.J.P. Oud, G.Th. Rietveld, H.Th. Wijdeveld, H.P. Berlage, C. van Eesteren en OMA zijn drie werken te vinden. J.B. Bakema steekt echter er met kop en schouders bovenuit: hij is wel vijf keer te zien. De ene keer als individu, de andere keer als onderdeel van architectengroep Opbouw of van Van den Broek en Bakema Architecten (nu Broekbakema).

Voldaan

Eenmaal boven in het NAi verlangden we naar frisse lucht. Het tentoonstellingsontwerp voor de Schatkamer van OMA bestaat voor een groot deel uit kunststoflamellen die een uur in de wind stinken. Hopelijk is de nieuwigheid er snel vanaf. Het zonnige terras lonkte, dus lieten we de andere tentoonstellingen voor wat ze waren. We waren al voldaan.

Nieuwsgierig naar de tentoonstelling? Je hoeft niet per se naar Rotterdam af te reizen, want de Schatkamer is ook online te bezoeken. Op de website zijn zelfs 38 extra objecten te bekijken. Maar je mist dan wel de sensatie van het bekijken van soms wel honderd jaar oude maquettes en tekeningen.

Alle topstukken bevinden zich achter brede, lichtdoorlatende en (niet in de laatste plaats) stinkende kunststoflamellen. Fotograaf Merel Pit 

Eenmaal door het gordijn van de kuststoflamellen openbaren zich de schatten van het NAi. Mooie maquettes en tekeningen die soms wel honderd jaar oud zijn. Fotograaf Merel Pit

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels